dinsdag 19 juni 2018

BRAINWASH

Om beurten verzinnen we iets, voor elkaar, een uitje, een etentje, een bezoekje aan iets, you name it. Als verrassing, voor de ander. Eens per maand in het weekend. Een mysterie date, zo heet dit. Vast niet nieuw, maar voor mij was het wel een nieuw fenomeen waarover mijn collega laatst vertelde. Ik vond het zo leuk, dat ik het direct ging introduceren, thuis, bij mijn man. Hij voelde er wel voor. 'Ik ga wel iets regelen, ik begin,' zei ik enthousiast.
Dus al een tijdje zoek ik bewust maar ook zeker onbewust naar iets leuks. Concertjes, fietstochten, fijne hotelletjes, lekker eten, stadswandelingen.... Ik zie zoveel maar kan niet kiezen, vind het net niet leuk genoeg allemaal.
Ineens zag ik het voorbijkomen op FB: 'Brainwash, 30 juni, in Amsterdam. Swaab en De Waal in gesprek en discussie over vraagstukken op hun vakgebied.' Yes! Echt iets voor de man en ook voor mij. Echt iets voor ons allebei. Ik heb iets voor onze mysterie date! Ik ging aan de slag, kaartjes reserveren.
Maar eerst maar eens in de agenda kijken of er die dag niets anders gepland is. Een verjaardag of zo, je weet maar nooit. Ik klik en scroll in mijn digitale agenda en vind de datum: 30 juni, Brainwash Amsterdam. 'Huh', denk ik, 'dat is raar: het staat er al. Hoe kan dit nu? Parbleu!'  Ik wik en weeg. Toch maar even met de man over hebben dan?
Ik maak een fotootje van de aankondiging op de website en app het aan de man die beneden in de tuin bezig is. 'Iets voor ons?'  als onderschrift.
Geen respons op mijn app. Ik ga naar beneden, thee zetten. Daar komt de man. 'Hey Venus, brainwash hadden we al geregeld hoor. Wist je dat niet meer?' 'Verrek joh! Vandaar... het staat al in mijn agenda. Hebben we al kaartjes?' 'Ja hoor, een tijdje geleden al gereserveerd, weet je dat niet meer?' 'Wie? Ik! Nee! Egnie! Dat was ik nou echt he-le-maal vergeten!'
Ik ben er stil van: dit moet wel een brainwash geweest zijn. Een soort van dan. Geen echte. Een soort van.... tja. Hoe dan ook: in elk geval tamelijk mysterieus hoe dit zo gebeuren kan.
Maar we gaan dus: 30 juni, naar brainwash. We hebben een date!

donderdag 14 juni 2018

ZENUWEN

De lange fijne naald dringt in mijn wang. Ik voel er nagenoeg niks van, maar ben toch bang en friemel met mijn handen, leg ze beschermend op mijn buik. Het helpt maar matig, mijn zonnevlecht gloeit van ongemak en angst. Heijn, de tandarts loopt even weg evenals Dorien, zijn assistente. Spulletjes verzamelen, voor strakjes. Ik hoor ze het uitstallen op het dressoir achter mij.
Dan gaan ze weer zitten, Heijn rechts van me, Dorien links.  'Zooooo, we gaan beginnen.' 'Ah-ha', reageer ik en slik nog snel, want straks kan dat niet meer zomaar. Ik open mijn mond en staar naar het plafond. Mesje 1, mesje 2, snijden maar, tangetje erbij, beetje wroeten. 'Sloooooorp,' doet Dorien met het zuigertje. Ik ruik een vies luchtje; dat moet wel dat ontstoken tandvlees zijn. 'Ruikt naar snot', denk ik terwijl Heijn alweer andere tangetjes in mijn mond steekt. Nog een heel klein beetje snijden en weg is de viezigheid! Nu begint hij met boren. 'Ghieghieieieie....' Heerlijk, ik voel er niks van door de vette verdoving. 
Steeds als Heijn een ander zilverkleurig dingetje pakt, sluit ik mijn mond en slik snel.  Verbaasd ben ik over al die handelingen! Het zijn er nu al zo'n dertig, terwijl we nog maar halverwege zijn. 'Nog maar, nee, Venus, het gaat snel, bijna klaar', denk ik optimistisch en probeer te ontspannen. Sla mijn benen over elkaar en vouw mijn handen samen, iets hoger, op mijn maag nu. Er zit nog steeds heel veel spanning daar. Zenuwen.
Dorien is weg, ik hoor haar belletjes plegen met patiënten van Teressa, de mondhygieniste. Die blijkt ziek, Dorien verzet haar afspraken. En daar komt ze weer, want nu moet de oude vulling eruit, ze moet helpen. Grote tang erbij. Ik sper mijn mond wagenwijd open en hopla, daar gaat die ouwe kiezel. Direct daarna duwt Heijn het gat vol met vers vulsel. Dan iets met een detectortje met een knipperende lichtje tegen mijn kies. Ik spiek op de klok. Nog zo'n 10 minuten. Wat is die man toch efficiënt; het gaat precies lukken in een half uur. 
Vijlen. Beetje metselen, spateltje erbij. 'Zit je vulling goed zo? Te hoog?' 'Ja, ietsje', slis ik. Nog meer vijlen. Na drie keer is het goed. Het half uur is om. De rugleuning zoeft naar zitstand. 
Opgelucht ga ik zitten. Mijn benen bungelend over de rand. Praat nog even na, stel vragen. Heijn laat me de foto's zien die hij zojuist maakte, als onderdeel van de zenuwbehandeling. 'Vanmiddag goed paracetemolletjes slikken hoor, het kan pijn gaan doen. Over twee weken weer terug, dan gaan we weer verder.' 'Okay, bedankt, tot ziens, tot over twee weken.' Mijn Doe-hoeg! klinkt ruim een octaaf hoger dan normaal. 

vrijdag 25 mei 2018

EEN PERSOON

'Treinverkeer naar Schiphol ondervindt hinder vanwege een aanrijding met een persoon. U wordt aangeraden gebruik te maken van bussen vanaf station Sloterdijk,' vermeldt het bord met vertrektijden.
Net als alle anderen op het perron, lees ik het bericht in stilte. Geen gemopper om me heen op 'die stomme NS die altijd...' Nee, gelaten staan we daar. Velen staan net als ik te bedenken hoe we dan op ons werk kunnen komen, althans, dat denk ik op te maken uit het gedrag om me heen. Eenmaal in de Sprinter gezeten, controleer ik regelmatig NS-reisinformatie en zie dat het bericht ongewijzigd blijft. Ik app naar mijn werk dat ik later kom.
In de treinhal van Sloterdijk, blijkt echter dat we wel verder kunnen met de trein, nee, met de metro. Die brengt ons naar station Zuid, begrijp ik van de vriendelijke werkstudente in NS-kleding. Van daaruit kunnen we verder met de trein naar Schiphol.
Voor de trap naar perron 11, de plek waar ik gewoonlijk overstap, zijn linten gespannen.  Twee breedgeschouderde getatoeëerde mannen, beiden gestoken in NS-hulpverleners-pakken, voorkomen dat reizigers toch de trap naar boven nemen.
Er wordt omgeroepen dat we met de metro naar station Zuid kunnen, maar dat we niet zullen stoppen bij de Van der Vlugtlaan 'omdat daar hulpverleners aan het werk zijn, vanwege een aanrijding met een persoon.'
Weer die stille gelatenheid in de metro. Bij de Van der Vlugtlaan stoppen we ondanks de aankondiging, wel. Daar zijn mannen in gele hesjes op de rails aan de andere kant van het perron aan het werk.  De abrupt tot stilstand gekomen trein vlakbij hen, is leeg. Beneden, onder het viaduct, staan politie-auto's en NS-busjes. Ik denk aan degene die nu de politie aan de deur krijgt. De moeder. De vader. De vrouw of de man. Het kind...
Mensen stappen uit. Mensen stappen in. Langzaam rijden we weg van de plaats waar de trein een aanrijding had met een persoon.

vrijdag 18 mei 2018

IMPOSTER-SYNDROOM

Lachend lopen we op elkaar af, Derya en ik. 'Hey, Venus, wat leuk dat ik je zie!' 'Derya, wat zie je er weer mooi uit!' 'Jij ook, Venus.' We huggen. Drie dikke kussen. Kijken elkaar in de ogen. Big smile. 'Hoe gaat het, Venus. Werk je nog steeds bij Amsterdam?' 'Nee, ben al weer een paar maandjes in Haarlemmermeer aan de slag. Ook leuk, hoor, maar ik mis Amsterdam wel. Volgende opdracht is daar weer. Jij, nog steeds bezig als teammanager?' Ze knikt en vertelt enthousiast over haar huidige klus. Vol bewondering luister ik naar hoe ze het allemaal aanpakt. Wat is ze toch krachtig en clever. En wat goed dat ze destijds zelf koos voor een stap in haar loopbaan en haar baan als adviseur opgaf. Ze was gewoon over-gekwalificeerd voor dat werk, dat blijkt nu wel. Ze is echt een kei-goeie troubleshooter geworden. Ik spreek mijn bewondering uit, vraag door en door. Ze vertelt verder en eindigt met: 'Weet je, ik werk met allemaal superslimme mensen. Daar geef ik leiding aan. Bijna allemaal HBO-ers en academici.' Ze kijkt trots maar ook een beetje verbaasd.  'Herken ik', lach ik. 'Ik denk wel eens: hoe ben ik hier in godsnaam terecht gekomen, tussen al deze slimme, begaafde mensen?' Derya knikt. Even zijn we er stil van, van dit plotselinge besef. Samen stappen we de trein in en daar kletsen we weer verder.
's Avonds, op de terugweg, denk ik er weer aan, aan dat ik al een jaar of wat met zoveel slimme, hoog opgeleide mensen samen werk. En dat ik dat blijkbaar kan. Zachtjes aan dringt het - daar in de die schommelende trein - tot mij door, dat dat best wel een bijzondere en vooral ook heel handige gave is. Maar eigenlijk snap ik zelf niet zo goed, hoe ik het doe, dus kan ik ook niet vol overtuiging zeggen waar 't 'm nou precies aan ligt en wat nou precies die gave is. Een ander zou mij daarom best wel eens wijs kunnen maken, dat ik niks kan. Ik zou 't zo geloven. Of niet? Nee, dat nou ook weer niet...
Onder het eten vertel ik mijn man over het leuke gesprek met Derya en dat ik er pratenderwijs achter kwam dat ik al een hele tijd samen werk met zulke slimme, hoog opgeleide mensen. Dat dat ineens zo tot me doordrong, daar, op het perron. Alsof ik het toen pas zag.
Hij kijkt me nadenkend aan en zegt: 'Weet je wat jij hebt, Venus. Je lijdt aan het Imposter-syndroom.' 'Je bedoelt: het oplichters-syndroom? Dat zou best wel eens kunnen, man. Ik kan echt wel eens denken: wanneer ontdekken ze het nou eens, dat ik eigenlijk niks weet. Niks kan?  Maar ja, de wereld om me heen ziet blijkbaar beter wat ik kan, dan ik zelf. Laat ik het daar maar op houden. En we drinken er nog maar een glaasje op.

zaterdag 5 mei 2018

SLOWMOTION

'We gaan in elk geval op elkaars begrafenis spelen', grappen we als we afscheid nemen bij ons voor de deur. Eerst een hug voor Tom, de percussionist. Dan voor Aart, de bassist en tenslotte voor Han, de gitarist. Daar gaan ze weer, de mannen, na ruim vier uur oefenen met mijn man en mij. In hun auto's volgeladen met instrumenten en versterkers.
'We heten SlowMotion en onze gemiddelde leeftijd is zestig', vulde ik in op het formulier voor het evenement waar we gaan optreden. Lichtjes geflatteerd, dat gemiddelde, het zal eerder rond de 65 zijn, maar goed, zestig maakt ook best al indruk.
Voor elk van ons zeker niet het eerste optreden voor publiek. Alle vijf hebben we in amateur bands gezeten, zo'n beetje ons hele volwassen leven lang. Alle vijf hebben we van die verhalen, die we elkaar vertellen in de pauze tijdens het oefenen. Over geslaagde, maar ook zeker minder geslaagde optredens. Falende apparatuur, brekende snaren, splijtende rietjes, lam-geraakte toetsen, bezopen zangers... Bandjes gedoe, ruzies, boze telefoontjes en van die ondermijnende onderlinge bondjes.  Blazers die altijd een subcultuurtje vormen en 'altijd alles van blad moeten spelen'. Van die ijdele gitaristen die altijd en eeuwig loeihard spelen en tijdens het optreden na elk nummer hun versterker stiekem harder zetten. Onuitstaanbaar diva-gedrag bij de zangeressen.... you name it. Maar ook: over feestend en dansend publiek ('kijk, daar doe je het voor'), de flow van het spelen en niet te vergeten: het nagenieten na een geslaagd optreden. En zeker ook: het gezellige oefenen. Nu bij ons op zolder. Onze prachtige, verbouwde zolder. Vol spulletjes en spullen voor de muziek. Instrumenten, versterkers, standaards, goeie PC's... Gerieflijke stoelen voor Aart en Han. Koffie, thee met koekjes bij de hand. En een wc in de buurt, ja, want heren van een zekere leeftijd moeten best vaak plassen. Ikzelf, het enige meisje van de band,  trouwens ook.
We stonden er weer klaar voor, afgelopen vrijdagmiddag, mijn man en ik. Tom, Aart en Han  beklommen met enige moeite onze twee trappen, instrumenten onder de arm of op de rug. Eerst even iets te drinken schenken. Mijn taak, als gastvrouw. 'Ik heb ons opgegeven voor het evenement van 8 juli en noem ons voor het gemak maar SlowMotion. Een soort werknaam, zeg maar. Kunnen we altijd veranderen, toch?' De mannen lachen terwijl ze snoeren inpluggen en knoppen draaien, trommelvellen strak trekken en papiertjes vol krabbels en akkoorden uit hun broekzakken halen.
'SlowMotion, ja, gehgeh, kan best, ja. Geinige naam.'  'Rijpe Peren, ook een leuke', opper ik. 'Vergeten Groenten', oppert Han. Ik lig in een deuk, zie het voor me: van die gelige, slappe raapsteeltjes of bosjes verlepte snijbiet.
'SlowMotion, houden we het voorlopig maar even op'  zeg ik door de licht galmende microfoon. 'Okay, spelen maarrrrrr. Tom, tik maar af, jongen.' En Tom tikt af!





zaterdag 21 april 2018

ESCHER-TRAPPETJES

'Oeps, ik ga te laat komen... Sorry, nu moet ik echt weg. Eigenlijk had ik er tien minuten geleden al moeten zitten.' Schuldbewust bel ik David, de collega van Financien: 'Hoi, met Venus, je nieuwe collega van HRM. We hadden een afspraak om vier uur maar het liep net uit. Ben ik nog welkom?' 'Tuurlijk, ik wacht op je, tot zo.'
Ik zoek snel de sheets met formatie, bezetting en begroting, zet ze open, koppel mijn laptopje los, duw hem onder mijn arm en spoed mij richting gang. 'Rechtsaf, Venus', lachen mijn collega's achter me. 'Niet links! Maar rechts.' 'Okay, thnxx.' Snel verplaats ik mijn gewicht en zwenk naar rechts.
Zo, nu snel snel, opschieten maar. Arme David, die zit al bijna een kwartier op mij te wachten. Ik snel door de lange hal, ga links af. Deuren zwenken open, woesh, dat is alleen hier, op mijn verdieping, op de tweede van het Tuinhuis. Omdat hier tot voor kort een vrouw werkte die in een rolstoel zat, heb ik me laten vertellen. 'Aha, dat verklaart alles. Weet je dat ik in het begin bij alle gangdeuren in het Tuinhuis op de knoppen naast de deur drukte, omdat ik dacht: waarom zwenken ze niet vanzelf open? Zette ik steeds per ongeluk het licht uit.' 'Haha, die Venus.' 'Ja, en dan hoorde ik uit de kamertjes roepen: 'He, wie zet daar het licht uit?!'
Vanuit de overdekte overbrugging beland ik in het oude Raadhuis. Nou ja, oud. Het is gebouwd in de jaren '80 en dat is te merken. Want toen dacht men anders over contact met de burgers, transparantie of flexwerken. Het Raadhuis is donker, naar binnen gekeerd, er zijn geen kantoortuinen maar kleine bedompte kamertjes. Het is in een kwadrant gebouwd, een soort ringweg om het Tuinhuis heen. 'Het Raadhuis was er eerst, tien jaar geleden is het Tuinhuis gebouwd, op de voormalige patio. In de binnentuin dus. Zou tijdelijk zijn, maar werd blijvend,' vertelde mijn teamleider tijdens de rondleiding op mijn eerste werkdag.
Het Raadhuis voelt voor mij als een ringweg want daar kun je uren rondjes rijden, als je niet op tijd de afslag neemt. Of je belandt in een heel andere wijk dan je dacht. Bij Artis, terwijl je dacht dat je in Zuid zou belanden bijvoorbeeld. Wat het gebouw binnen zo verwarrend maakt is dat de gangetjes kronkelen en soms zelfs in rondjes lopen om kolommen of kamers.
Anyway. Ik loop dus gehaast door deze bijenkorf, nee, deze honingraat. Nee, door dit gebouw dat eruit ziet als de tekeningen van Escher!
'De architect die dit ontworpen heeft... vermoedelijk was hij net doende een geestesziekte te ontwikkelen of zo iets', heb ik al meerdere keren gedacht als ik weer eens drie rondjes om een kolom had gelopen en me dood schaamde voor de collega's die mij - in hun warme, donkere, naar binnen gekeerde kamertjes -  voor de derde keer voor bij zagen lopen.
Nu moet ik van twee naar drie hoog. Ik wist niet dat er een drie hoog in dit gebouw was, dus dat wordt een leermomentje, ik voel 'm aankomen. Drie elf is het kamer nummer. Ik besluit slim te zijn en me eerst een weg te slingeren naar kamer twee elf. Vandaar uit moet het makkelijk zijn, gewoon recht omhoog via zo'n verscholen Escher trappetje  et voilà! Dan  moet ik wel ergens bij drie elf uitkomen. Na enkele minuutjes heb ik zo'n trappetje gevonden! Met grote stappen ga ik naar boven. Dan sta ik in een verlaten trappenhal. Links een deur, rechts een deur. Allebei afgeplakt met zwart plastic. 'Huh, wat is dit nu weer?' Ik probeer door de kieren te kijken of ik daarachter leven zie, maar er is niks te zien. Alles is zwart. De deuren blijken ook nog eens hermetisch gesloten.
Rap daal ik weer af naar de tweede. Enkele slingerpaadjes verder en een Escher-trappetje later gebeurt me precies hetzelfde: weer twee afgesloten deuren op drie hoog. Afdalen maar weer! Via enkele kronkelpaden beland ik uiteindelijk in de Raadzaal. Gelukkig! Daar staat De Bode! En De Bode weet Alles! 'Weet u waar kamer nummer drie elf is?' 'Ja, helemaal aan de andere kant van het gebouw, kijk, daar.'  Als hij met mij voor het raam gaat staan, zie ik dat er aan deze kant van het gebouw helemaal geen derde verdieping is! De afgeplakte deuren van zojuist leiden naar het dak. Weer wat geleerd! Drie elf ligt niet pal boven twee elf! Het ligt aan de andere kant van het gebouw!
'Dankjewel', zeg ik en ren adrenaline-gedreven via talloze kronkelpaden naar de andere kant van het gebouw. Vraag nog even snel een passerende dame of ik echt op de goede weg richting drie elf zit. 'Ja, kijk, daar moet je de trap op.'
Als ik op de derde ben, zie ik Godzijdank direct kamer drie elf. Ik schiet naar binnen. 'Duizend excuses!'  Ik schud David de hand. 'Sorry, ik vind dit echt zo gênant. Ik verdwaal hier de hele dag door.' En ik vertel over mijn avonturen van zojuist. David lacht. Hij is ook nieuw. Werkt hier nog maar een paar maanden. 'Naar het schijnt, duurt het zo een jaar voordat je hier zonder verdwalen de weg vindt, Venus. Maar mijn stappenteller is er blij mee', en hij toont mij het aantal stappen van die dag. Ruim 7000.' Yes, zeg ik, bij mij net zo! 7000 per dag op kantoor!' 'Join the club, Venus.'
Zuchtend ga ik zitten en klap mijn laptopje open, we buigen ons over overzichten met personele bezettingen, formatie en begroting. Kijk, dat begrijpen we tenminste.

zaterdag 7 april 2018

KORTING

‘Bent u toerist?’ ‘Ja’, knikken we. ‘Dan kunt u een toeristenkaart krijgen. En met die kaart krijgt u bij elke aankoop tien procent korting. Wilt u er eentje?’ ‘Nou, vooruit dan maar, laten we eens gek doen, zeggen we tegen elkaar.’ ‘Si, por favor’, zeggen we tegen de tassen-verkoper van El Corte D’Ingles. ‘Dan wacht ik even met afrekenen, haalt u eerst uw toeristenkaart maar.’
We voegen de daad bij het woord en lopen naar een balie achter de afdeling met parfum en make-up. De dame die ons aan de kaart helpt, spreekt perfect Engels. ‘Hij is vijf dagen geldig en als u iets koopt, gaat er tien procent van de  vorige aankoop af.' 
We gaan terug naar de tassen-afdeling, alwaar ik kies voor tien procent korting op de rode rugtas. Niet op het portemonneetje, die kost nog geen tientje. De tas is beduidend duurder. De verkoper krijgt het helemaal warm van de ingewikkelde transactie op de kassa en het andere apparaatje voor de toeristenkaart. Na een kleine vijf minuten toont hij mij de kassabon voor de tas en de aparte bon voor de verrekening van de korting. Plus ook nog de kassabon van het portemonneetje, dat hij apart afrekenende. Hij houdt zijn vinger onder de korting. ‘Kijk, dit krijg je de volgende keer terug.' ‘Gracias’, lachen we en verlaten El Corte weer.
‘Dus, als ik de volgende keer hier weer iets koop, als toerist zijnde, gaat er tien procent van negen euro vijf en negen af? Nog geen euro. Nou, vet zeg. Ik denk niet dat ik daarvoor terug kom om hier iets duurs te kopen.’
De rest van de week komen we niet meer in El Corte. We bezoeken andere winkels en zelfs andere stadjes en dorpen, waar ze helemaal geen El Corte hebben.
Zo’n dag of acht na de aanschaf van de toeristenkaart, bezoeken we echter El Corte weer. Het is onze laatste vakantiedag, morgen weer naar huis,  dus kopen we cadeautjes voor ons zelf. Als aandenken. Ik een eau de toilette met de geur van sinaasappelbloesem. ‘Ruik eens, de geur van de Sevilla.’  Zo heet het luchtje ook, zie ik op de verpakking.
De verkoopster vraagt naar mijn El Corte toeristenkaart. Ik weet dat hij is verlopen. ‘Maar, ach wie weet doet hij het toch nog,’ mompelen mijn man en ik tegen elkaar.
Ik overhandig dus mijn verlopen toeristenkaart. De verkoopster rekent eerst het geurtje af en houdt direct tien procent korting in.  Om de korting te valideren, haalt ze daarna mijn toeristenpas door het apparaatje. Geen sjoege. De verkoopster kijkt verbaasd. ‘Eens kijken wat er nu gebeurt…’ lispelen we. Weer haalt ze ‘m erdoor; weer geen pukkel. Wij mompelen tegen elkaar, dat het gek is dat het apparaat niet aangeeft of de kaart nog wel geldig is. Nu moet zo’n verkoopster maar raden wat het euvel is. Zij wrijft inmiddels mijn kaartje driftig over de mouw van haar colbertje,  ademt erop en wrijft nog eens. Weer geen succes. Het apparaat reageert niet.
De verkoopster haalt haar collega’s erbij, een blonde en een roodharige. De blonde pakt de toeristenkaart van haar over en haalt ‘m er door. Weer niks. En nogmaals. ‘Nou zeg, dat is me ook wat...’maar dan in het Spaans. Dan richt de verkoopster zich tot mij en legt in het Spaans uit dat mijn kaart het niet meer doet - ze weet ook niet hoe het komt -  en dat ik maar een nieuwe moet halen. ‘Ah’, zeg ik, ‘okay’. Snel loopt ze voor me uit en ik drentel achter haar aan naar de balie achterin, alwaar een wederom perfect Engels sprekende medewerkster een nieuwe toeristenkaart geeft. En een bonnetje overhandigt waarop staat dat ik bij een eerstvolgende aankoop tien procent korting krijg. Het is het kortingsbedrag op het flesje eau de toilette. Het bedrag dat ik zojuist ook al terug kreeg.
Met een big smile loop ik terug naar mijn man. ‘Zeg, als ik nu nog iets anders koop, krijg ik weer dat bedrag terug dat ik net ook al terug heb gekregen.’ Hij knikt en kijkt op zijn horloge. ‘Zeg Venus, wat denk je. Het afrekenen van dat geurtje nam ongeveer een kleine twintig minuten in beslag en er zijn zo’n vier mensen mee bezig geweest. En ik heb hier ondertussen aardig wortel staan schieten. Laten we lekker naar buiten gaan, het zonnetje weer in.’

We verlaten El Corte en gaan naar buiten. Ik snuif. ‘Heerlijk, ruik je dat? Sinaasappelbloesem.’