zaterdag 17 februari 2018

GESPREKSSTOF

Phone Rings. 'Met Venus.' 'Heb je een afspraak gemaakt met Marjan?' 'Uhm, ben je Kees? Goedemorgen Kees. Ik herken je aan je stem. Wat wil je precies weten?' 'Is er een afspraak gemaakt met Marjan!' 'Jazeker, dat heeft de secretaresse gedaan. Volgens mij is het over een paar weken. De manager spreekt dan met haar. Daar ben ik ook bij ingeboekt, meen ik. Zal ik even voor je kijken, Kees? ' ... ' 'Scroll scroll...' 'Ha, kijk eens, ja, hier heb ik 'm: 8 maart.' 'Dat is veel te laat! Ze moet nog opzeggen en haar werk overdragen. Duurt veel te lang. Ze moet eerder komen.' 'Nou, we gaan haar niet aannemen. Ze wordt gedetacheerd. Dat is toch anders. Dan is er geen opzegtermijn. En naar ik weet heeft ze nog veel twijfels.' 'Zeg tegen de secretaresse dat ze die afspraak verzet.' 'Nee hoor, dat kun je haar zelf vragen. Ze zit vlak bij je, toch?' 'Nee.' 'Nou, ook niet bij mij. Bel haar dan maar. Hoi!'  'Klik. '

woensdag 14 februari 2018

ANAAL

'Ik ga nooit op mijn eigen afdeling. Ik ga liever naar de begane vloer, bij het magazijn in de buurt. Ver weg van alles en iedereen. Of ik ga bijvoorbeeld op de zesde. Daar heb ik wel eens vergadering of een gesprekje en dan ga ik daar meteen. Als ik moet hoor. Maar meestal moet ik, want ik drink 's ochtends altijd een paar koppen sterke koffie. Nou, je kent de effecten. En als dat allemaal niet kan, houd ik het liever de hele dag op.  Dan wacht ik tot ik thuis ben. Wat nog niet meevalt hoor, het de hele dag ophouden.'
'Nou ja! Dus je gaat niet op je eigen verdieping? Niet op de tweede! Waarom niet?' ' Ik wil niet dat mijn naaste collega's mij horen.' 'Dus op de zesde verdieping geldt dat niet?!' 'Klopt, die mensen ken ik niet, dus daar kan ik zonder enige gene mijn gang gaan. ' 'Nou jaaaaa! Ik houd het nooit op. Echt, nooit! Als ik moet, dan moet ik en ga ik meteen. Jammer dan dat ze me horen.' 'Ja, zo ben jij, dat weet ik. Maakt jou niks uit, he, dat ze je horen en ruiken. Getver, ik moet daar dus niet aan denken! Op de camping heb ik trouwens precies hetzelfde. Ik wacht net zo lang tot ik ergens in een cafe ben of zo. Kan er niks aan doen. Zo ben ik nu eenmaal. Met mijn anale karaktertje.' 'Ja. Jij, met je anale karaktertje.'

vrijdag 2 februari 2018

WIT POEDER

Overal dwarrelt wit poeder. Bouwvakkers-radio voluit met Techno en Top 40 hits (+ 2 driftig mee-schallende tenoren). Werklampen all over the place. Vloeren bedekt met plastic en papier. Koffie en koek op zijn tijd. En dan maar even wachten met dat toiletbezoek, want tja, dat poept zo ongemakkelijk met wildvreemden voor je wc-deur. Zelf nemen de heren het niet zo nauw: ze plassen gewoon met de deur open.
Maar mooi wordt het! Wat zijn dat toch een vaklui, die stukadoors. Wat zeg ik: kunstenaars zijn het! Mijn gedateerde hal toveren ze om in een eigentijds snoepje voor het oog. Alles strak wit met van die hoekmaatjes, scherper dan het scherpste mes.
Enthousiast bewonderen de man en ik tussen de bedrijven door de voortgang. Lopen goedkeurend rond. De muurvarkens stralen; trots op hun werk. En terecht!
Maar dan zien de man en ik het gelijktijdig: 'Die vloer... die kan nu eigenlijk niet meer. Geen gezicht toch, zo'n strakke muur en dan zo'n jaren '80 tegeltjes vloer eronder.'  'Zeker Venus,  maar als we dat aanpakken, dan meteen maar doortrekken naar de huiskamer en de keuken; want dat kan ook niet meer, met dat versleten jaren '70 parket en die jaren '90 terra cotta tegels in de keuken'.
Dus toogden de man en ik naar de woninginrichting-zaak in het dorp. Terwijl de kunstenaars ons huis al zingend en schallend verder verfraaiden, lieten wij ons informeren over hippe vloerbedekking zoals : laminaat, PVC en Novillon. Verlekkerd bestudeerden we allerlei kleuren en materialen. Betonvloeren-look, white wash eiken, rustiek eiken, tropisch 'hardhout' ... you name it. En kijk toch eens, ze verkochten er ook mooie gordijnen en luxaflex bij, in allerlei hippe kleuren en... en... 'Daar moet dan eigelijk ook een nieuwe bank bij, vind je ook niet? Zo'n groene, mosgroen. Mooi man. Zie je het al voor je?'
Met een kop vol inspiratie fietsten we weer huiswaarts. Daar schalde nog steeds de bouwvakkers-radio en dwarrelde nog meer wit poeder door het huis.

woensdag 24 januari 2018

SCREW YOU

Nadat ik mijn broodje kaas en appeltje heb gekocht bij de Spar, kuier ik nog een stukje langs de Amstel. Achter Carre langs loop ik weer terug naar kantoor. Juist als ik rechts af sla, zie ik een grote vent schuinsweg oversteken. Schreeuwend. Zijn zware bas-stem komt boven het drukke verkeer uit en weerkaatst tegen de basalten blokken van het kantoorgebouw.
'You fucking bastards! Fucking Amsterdam! Screw you!! You've got to pay me. Assholes! You fucking bastards. Fuck it!!'  En nog veel meer scheldwoorden geadresseerd aan de stad die hem klaarblijkelijk iets niet wil betalen.
Hij loopt mijn kant op, zwaait met zijn armen en stampt met zijn grote, zware, zwarte schoenen op de grond. Loopt een paar rondjes om de postbus, spurt er dan op af en bonkt met beide vuisten keihard op de bovenkant. Nog steeds loeihard brullend over 'fucking this and fucking that'. Dan laat hij de postbus weer even met rust en ijsbeert verder over het plein.
Ik moet langs hem om bij kantoor te komen en voel de adrenaline opborrelen. Angst. 'Zal ik nou wel of niet langs die engerd lopen? Straks grijpt 'ie mij in plaats van die postbus.' Ik stap desondanks ogenschijnlijk rustig door en ga - met een flinke boog weliswaar - om de schreeuwende vent heen. Me echter scherp bewust van elke beweging die hij maakt. 'Als hij maar niet mijn kant opkomt.'
Een paar tegemoetkomende lunchwandelaars zie ik verbaasd kijken naar de schreeuwende man achter mij. Die staat inmiddels opnieuw de postbus met zijn vuisten te bewerken.
Ik houd halt voor deur, draai me om, blijf nog even kijken, op veilige afstand. Wat een kracht zit er in die man, wat een woede. Gebundelde woede! De postbus houdt zich goed, maar het metaal dreunt na elke slag na.
Dan spurt ik door de draaideur naar binnen en kijk verwonderd rond, vanwege die zo heel andere atmosfeer hier. Keurige ambtenaren met kopjes verse koffie in de hand. Mensen die met hun pasje het poortje openen. Gasten die worden ontvangen aan de balie. Beschaafde gesprekjes. Rust. Stilte. Kalmte.
Ik stap in de lift. Boven gekomen waarschuw ik de stagiaire die ook net even naar de Spar wil lopen. 'Loop maar liever de andere kant op, meid. Er loopt een agressieve gek op het plein te schreeuwen.'  Ze gaat toch.
Als ze later terug komt vertelt ze dat de man in geen velden of wegen meer was te zien.

vrijdag 19 januari 2018

DAG LIEF EENZAAM MEISJE

Veertien waren we toen we vriendinnen werden. Samen op de fiets naar school. En weer naar huis. Je woonde vlakbij me, ik was net verhuisd en blij met jou, mijn eerste nieuwe vriendin in de buurt.
Je was een bijdehante Amsterdamse sproetenkop met een enorme grote bos lange, dikke, kastanjebruine krullen tot op je kont. De hele wereld keek om als jij voorbij liep. Mensen wilden aan je haar voelen, stelden er vragen over. Je vertelde ze graag hoe je het elke week met speciale shampoo waste en er spul in deed om de krullen in toom te houden.

We hielden alle twee van schrijven,  tekenen en schilderen. Fietsten heel wat af in de zomer. Maakten foto's. Serieuze, lieve meisjes waren we. Vol plannen voor de toekomst. Jij wilde laborante worden. Ik wilde naar de kunstacademie maar moest daarvoor eerst naar de HAVO.

Na het examen ging jij naar de laboranten-opleiding en ik naar de HAVO. We zagen elkaar een tijdje niet meer maar ik hoorde - via via - dat het niet zo goed met je ging. Je raakte overspannen van school, stopte ermee. Ik vond een baantje voor in de weekenden, werd postbezorgster. Toevallig in jouw buurt, elke zaterdag kwam ik langs je huis op mijn post-fietsje. Af en toe ging ik even bij je langs.

Toen ik 20 was, ging ik met mijn vriend samenwonen en  studeren, daarnaast werkte ik nog steeds bij de PTT.  Jij bleef bij je ouders wonen en nam de zorg voor hen op je schouders. Zowel je vader als je moeder hadden gezondheidsproblemen.  Na mijn werk ging ik nog steeds af en toe naar je toe om koffie te drinken. Soms troonde ik je mee naar mijn huis, even weg van die zorgbehoevende ouders.

Op mijn 23ste ging ik reizen, kwam terug, kreeg kinderen, maakte nieuwe vrienden en vriendinnen.  Had het druk met mijn gezin. Familie.  Studie. Werk. Muziek.
Af en toe hoorde ik over je via anderen. Je zorgde nog steeds voor je ouders en scheen er nog steeds uit te zien als een meisje. Een meisje van 35 inmiddels. Met nog steeds dat lange, dikke, kastanjebruine haar; op dat fietsje waar je als veertienjarige ook op reed.

Ik vroeg je eens -  toen ik je tegenkwam in de supermarkt - op de koffie. Je was duidelijk niet op je gemak. Zat verlegen met mij en mijn gezin aan tafel in je meisjesachtige kleren. Ik merkte hoezeer we uit elkaar waren gegroeid. We hervatten het contact niet.

Daarna werden we veertigers. Nog steeds hoorde ik via via over je, nog steeds diezelfde verhalen, over je meisjesachtige uiterlijk en je fietsje. Ik begreep dat het niet altijd goed met je ging, geestelijk. Je had slechte periodes. Werkte niet. Had geen vriend.

We werden vijftigers. Mijn kinderen waren inmiddels de deur uit.  Jouw ouders overleden. Eerst je moeder en een paar jaar later je vader. Je hoefde niet meer voor ze te zorgen. Kon eindelijk je eigen leven leiden. Ik vroeg me af hoe je deze herkansing aan ging pakken.

Begin deze maand hebben ze je gevonden. Je lag op de vloer in de gang, bleek al een paar dagen daarvoor overleden te zijn.  Niemand weet waaraan. Dag vriendinnetje, met je lange kastanje bruine krullen. Dag lief, eenzaam meisje. Rust in vrede.

vrijdag 12 januari 2018

OPLADEN

We praten over de operatie, de pijntjes en de pilletjes. Mijn moeder en ik. Onderwijl verorbert ze met smaak de boerenkool met worst. Daarna gaat ze over op de vla uit een bekertje. Aandachtig lepelt ze het naar binnen.
De andere dames in de kamer zijn al klaar met eten en gaan er eens lekker voor liggen. Om zich te onttrekken aan hun omgeving, pakken ze alledrie hun smartphone. Alledrie een iPhone. Een van hen heeft ook nog een iPad op haar bed liggen. Al snel klinken er bliepjes en tringeltjes. Er wordt ge-appt, er worden spelletjes gedaan, er wordt ge-face-booked
'Ik had je nog ge-appt', zeg ik. 'Oh ja? Sorry, heb ik niet gezien, Venus. Het batterijtje moet weer opgeladen worden, mijn telefoontje is leeg.' Ter illustratie houdt ze haar stilgevallen iPhone omhoog. 'Ik ben mijn oplader vergeten mee te nemen.' Direct reageren de dames: misschien heeft mijn moeder iets aan hun oplader? Ze rommelen in hun tassen en er verschijnen snoeren met stekkertjes.
Aangezien ze niet kunnen lopen na hun recente knie-operatie, ga ik met mijn moeder's iPhone de drie bedden langs. Helaas, geen van de stekkertjes past. 'Gelukkig heb ik deze ook nog bij me', zegt mijn moeder en ze haalt haar prepaid telefoontje uit een tasje. 'Ben ik toch bereikbaar.'
We kletsen verder. De andere dames zijn weer stilgevallen. Er klinken pufjes en snurkjes nu. Volkomen ontspannen liggen ze daar hun 'tukje na het eten' te doen. Handen op hun ronde buiken. In hun gemakkelijke broeken. Volkomen zichzelf. De iPhones - ook in rust - liggen naast hun kussens. Her en der klinkt nog een bliepje. Een tringeltje.
'Morgen naar het Zorghotel', vertelt mijn moeder. 'We gaan met zijn vieren tegelijk.' Ze verheugt zich er op. Met een gerust gevoel ga ik weg. 'Ze heeft het hier fantastisch', denk ik. Als ik door de gangen loop en de kamertjes inkijk, zie ik overal senioren liggen slapen. Hun iPads en smartphones naast hun kussens.

zondag 31 december 2017

NATTE SNEEUW

Iets voorbij Haarlem begint het te regenen en vlak voor Rotterdam gaat dat over in sneeuw. Natte sneeuw. De hele weg door vlagen kledderige vlokken tegen de voorruit.  De ruitenwissers zoeven. Het kacheltje staat op z'n hoogst. We zitten goed.
Stilletjes kijk ik naar buiten. Af en toe wisselen we van  gedachten. Bespreken wat we zien of hoe we moeten rijden.
Verbazing dat we helemaal langs Antwerpen moeten, richting Gent en dan weer terug moeten keren naar Nederland. Het 'welkom in Belgie SMS'je' is nog maar net binnen, of we passeren de grens van Zeeuws Vlaanderen alweer.
We rijden jouw wereld in. Verstild landschap. Winters koud. Het sneeuwt nog steeds. Rijen bomen langs de weg, langs de paadjes in het land.  Akkers, omgeploegde Zeeuwse Klei, glanzend als verse paardenvijgen. Watertjes, veel watertjes hier. Stromende kreken. Kleine, lage huizen van baksteen, met namen op de gevel zoals: Het Waterhuis.
We rijden het dorp in en vinden het winkelcentrum. De Jumbo, AH, Zeeman. Een oliebollenkraam. Parkeren en pakken de tas vol boeken. Leesvoer, want misschien moeten we een paar uur op je wachten.
Na enig zoeken vinden we het cafe, de voorgestelde ontmoetingsplek. Gaan zitten en bestellen een uitsmijter en een bak koffie. Oma, de moeder van de uitbater,  komt vanuit de keuken een praatje maken en vertelt dat ze sokken breidt voor het Rode Kruis. Haar kleindochter onderbreekt haar verhaal, zet borden dampende spiegeleieren met ham en brood voor ons neer. Twee bakken koffie. Met een Kerstkransje.
Voordat we gaan eten, check ik mijn mail. 'Hij komt niet', zeg ik. 'Hij wil ons niet ontmoeten.' We zijn niet verbaasd, hadden dit wel verwacht. Terwijl we eten, bespreken we onze gedachten en gevoelens. Bestellen nog een tweede kop koffie. Dit keer krijgen we er een fondant-snoepje bij in de vorm van een Kerst-ster.
Na het afrekenen gaan we weer naar buiten.  Sjaals om, petten op. Het sneeuwt nog steeds.