zondag 12 januari 2020

GEWOON WEER VERDER

Seinstoring! We moeten met de bus. Snel dribbel ik naar de geïmproviseerde bushalte langs de autoweg en sluit achteraan in de rij. De bus arriveert. Haastig stappen de mensen voor mij in. Helaas, ik en nog drie mensen voor mij, passen er niet meer in. De deuren sluiten. De bus rijdt weg.
We moeten wachten op de volgende.

Gelukkig is die er al snel. We stappen in. De rij achter mij heeft aardig aangejongd, dus ook deze bus loopt helemaal vol. Een stevige vrouw van eind veertig, begin vijftig, gooit snel haar fiets in het rek, zet 'm op slot en al vragend of dit de bus is naar het volgende station, rent ze naar de deur. Ze kan er nog net aan in. Zodra ze is ingestapt, sluit de chauffeur de deuren en geeft gas. There we go, up to Wormerveer.

Ze zit achter mij, de vrouw en zo te horen zit ze naast een goeie kennis, want ze raken meteen in gesprek. Een andere vrouw, rechts van het gangpad, draait zich naar haar toe en zegt: 'Hey, wat goed dat je er weer bent. Een goed nieuwjaar. Ik wens je echt het allerbeste toe. Volhouden, he?' 'Dankjewel', lacht de vrouw achter mij, 'dat gaat zeker lukken hoor.'

De kennis vraagt hoe het nu met haar gaat. En ze vertelt. Over het knobbeltje in haar borst, dat gelukkig op tijd werd ontdekt. Dat verwijderd werd begin november. En over de bestraling daarna. Dat ze  drie keer per week naar het ziekenhuis moest, naar radiologie. En dat dat bestralen maar heel kort duurt. Dat ze had verwacht dat het elke keer wel een kwartier of een half uur zou duren. 'Ben je gek, joh', had een vriendin gezegd. 'Als ze je zo lang bestralen, ben je meteen gebarbecued.' Ze lacht hard om haar eigen grapje.

'Ik slik nu nog pillen. Hormoonpillen. Dat gaat best wel goed, ik word er niet ziek van, gelukkig. En ik ga deze week weer beginnen met sporten. Laat ik nou eens goed voor mezelf zorgen, na al deze ellende. Goed voor mijn gezondheid zorgen.'
De kennis humt. 'Donderdag ga ik fitnessen en naar yoga. Zaterdag heb ik een nieuw sportpakje gekocht. Ik had nog wel wat, maar he, ik wilde iets nieuws.'
De kennis humt weer. De vrouw praat verder.

'Zeg, denk je wel om je rust', vraagt hij ineens. 'Loop je niet te hard van stapel? Denk goed om jezelf, hoor. Je hebt een beste optater gehad, toch?' 'Jawel', zegt de vrouw, 'maar ik wil gewoon weer normale, leuke dingen doen. Daarom ga ik nu ook meteen weer aan de slag. Ik begin met halve dagen. Moet nog wel naar de bedrijfsarts. Ik heb 'm gebeld, hij klinkt wel goed maar ik had de indruk dat hij geen idee had wat er met mij aan de hand is. De beste man. Afijn, laat mij maar weer lekker mijn gang gaan, hoor.'

Ze klinkt blij en verdrietig tegelijk. Dat kun je horen, aan iemands stem. Emoties die elkaar tegen spreken. Ik voel het aan mezelf, wat zij voelt. Ik voel het aan mijn keel.

We zijn er. Station Wormerveer. Allemaal stappen we uit de bus en lopen naar de Sprinter. Ik zie een kennisje achter het raam zitten en ga naar haar toe. Begroet haar enthousiast. We raken direct aan de praat. De vrouw zie ik niet meer.


zaterdag 4 januari 2020

DE PROFESSOR

We zitten er heerlijk, zo in het zonnetje, op een bankje in het park. Achter de bomen weten we het verkeer, de drukte, de mensen, maar hier is het rustig. Stil. Sereen. Soezerig warm.
Nog even genieten, voordat we weer terug naar huis gaan. Nog even genieten van dit mooie stadspark en van de zon. Straks, thuis, in Nederland is het weer koud, somber en donker.

Plotseling lopen in rap tempo, drie mannen het trappetje links van ons op. Werkmannen zijn het. De een, de voorman, wikkelt snel een rood-wit lint om de paaltjes bij de trap. Hij praat, de rest luistert en volgt hem.
Het gesoigneerde heertje dat ons zojuist passeerde, een wat ouder heertje dat zijn donker geverfde haar  in een jeugdige lok opzij gekamd heeft, houdt de mannen van hun werk, althans, hij spreekt ze aan, ze geven antwoord en lijken een en ander uit te leggen.
Na een halve minuut vinden ze het genoeg, lopen naar de nabijgelegen border en beginnen daarin te wroeten en graven. Een van hen haalt een tas van zijn rug, pakt er spullen uit en monteert deze. Het blijkt een spuit. Zonder enig omhaal begint hij iets op de border te spuiten, iets wat rookt. Zijn collega's wroeten ingespannen door en lijken geen last te hebben van de steeds groter wordende rookwolk.
Wij echter slaan onze handen voor ons mond: die rook slaat direct op onze keel.

Het heertje stapt nu op ons af. Vraagt in het Engels of wij hebben begrepen wat hij zojuist besprak met de drie werkmannen. We zeggen van niet, uiteraard, want het gesprek vond plaats in het Chinees. 'Nou', zegt het heertje. 'Ze spuiten met een middel tegen muskieten. Er schijnen hier namelijk muskieten in de struiken te zitten, althans, een inwoonster heeft geklaagd dat zij is gestoken, toen zij hier was en ze werd daarna erg ziek. Nu moet de onderhoudsdienst alle struiken nakijken op muskieten en uit voorzorg alles uitroken.' Uit zijn non-verbale gedrag blijkt dat hij de klacht van de inwoonster echt absurd vindt.

'Aha', zeggen wij en voordat wij iets terug kunnen zeggen of vragen, vertelt de man verder. Eerst wil hij wel weten waar we vandaan komen. 'Uit Holland', zeggen wij. 'Ach, Holland, maar dat heet toch niet meer zo? Sinds deze week mogen we dat van jullie regering toch niet meer zo noemen?' 'Oh... uhm...' 'Ja, jullie heten nu toch, Nieter.. Nieter... lende... ' 'Aaaah', roepen wij in koor, 'wij heten the Netherlands.' 'Aaah, ja', gaat het heertje verder. 'Dus geen Holland meer. En jullie komen uit Amsterdam?' 'Ja', zeggen wij voor het gemak. 'Want hoe leg je uit dat je uit Krommenie komt, toch? En alle Nederlanders wonen simpelweg nearby Amsterdam, dus...
'Aaah, ja, Amsterdam, daar ben ik ooit eens geweest. Voor mijn werk. Ik was professor aan de politechni-universiteit hier. Aaah, Amsterdam. Ik was daar een week. Elf uur vliegen, he?' 'Ja...' 'Dat is best lang, maar mijn zuster woont in Toronto en als zij hier naar toe komt voor bezoek, dan klaagt zij steen en been. Zij moet namelijk 16 uur vliegen en het ticket is altijd erg duur. Ze klaagt daar altijd enorm over. Ja, ja...' en hij praat verder. 'Amsterdam, daar wonen heel veel Hongkong-chinezen. Dat viel mij meteen op. Ja, zoveel Chinese restaurants ook in Amsterdam. Erg veel.' Mijn man wil wel vertellen over de Chinese restaurants, maar hij krijgt er geen speld tussen. Deze voormalige professor is duidelijk gewend verhalen af te steken, zijn kennis te etaleren maar is niet gewend aan vragen of opmerkingen.

De rookwolk is inmiddels zodanig onverdraaglijk, dat we wel moeten verkassen. Met mijn sjaal voor mijn mond spring ik op, mijn man pakt zijn rugtas. Het heertje tikt met zijn wandelstok op de grond en zegt: 'Kom, ik moet maar weer eens gaan. Ik ga naar de sportschool. Lekker sporten. Ik wil er weer jong uitzien.' Met een grote grijns neemt hij afscheid.
'Veel plezier, leuk met u gesproken te hebben, mijnheer.'

En weg beent hij al, het heertje. Zijn wandelstok tikt bij elke stap.

woensdag 1 januari 2020

HONGKONG 12

Dat heb ik dus wel vaker, op vakantie, dat ik denk dat ik nog een paar dagen heb, maar dat de laatste dag morgen al is! Dat het ineens bijna over is! Dat is schrikken, telkens weer.

Ook Koen en Yuan dachten dat we vrijdag pas naar huis gaan. 'Ja, dat klopt', zegt de man, 'dat is vrijdag 3 januari, maar om kwart over 1 's nachts. ' 'Dus, vannacht slapen we voor het laatst hier?' Ik voel traantjes prikken en kijk maar naar mijn bordje.

Stilletjes pikken we maar weer wat lekkers uit de schalen voor in de Hot Pot. Japanse Hot Pot dit keer. Met ondere andere van dat vlees van gemasseerde runderen. Het is werkelijk waar verrukkelijk. We drinken er koud, Japans bier bij en kunnen zelfs - naar eigen keus -  een ijsje tappen als dessert. We zitten er perfect, helemaal bovenin een shopping mall van volgens mij wel zo'n dertig a veertig verdiepingen. Yuan vertelt, dat er in Hongkong ruim 100 shopping malls zijn. Ruim Honderd! Wauw!

Daarna dalen we weer af. We zijn nu in Mong Kok. Ook weer een heel druk bevolkte wijk, al weer veel meer een woonwijk dan de wijk waarin ons hotel staat, Tsim Sha Tsui. Dat is een echte (wat duurdere) winkelwijk.
Bovenaan de werkelijk waar tientallen meters hoge roltrappen vraag ik of ik misschien niet beter met de lift naar beneden kan gaan. Ik zie er als een berg tegenop, namelijk, dat afdalen. Een soort rode piste gevoel voor de beginnende skiër, zoiets ervaar ik dit moment. Toch weten Koen en Yuan me over te halen. 'Mam, ga gewoon vlak achter mij staan, dan kun je niet naar beneden kijken.' Slim, dat werkt.

Ondertussen was Ruut al aan de afdaling begonnen. Beneden gekomen, op de volgens ons afgesproken plaats, is hij foetsie. Opgegaan in de massa!
Grappig te zien hoe de rollen zich ineens omdraaien. De zoon merkt met een mengeling van stomme verbazing en ergernis op, dat zijn vader wel heel gek doet door zomaar alvast weg te gaan. Ongerust zoekt hij rond, terwijl Yuan en ik wachten. Uiteindelijk blijkt Ruut afgedaald te zijn naar de metro-hal en had hij van de hele afspraak om halverwege de shoppingmall nog wat rond te neuzen, niks meegekregen. Oost-Indisch doof, zeggen we dan maar.

Eerder die middag waren wij, vaders en moeders, heel stoer met zijn tweetjes wandelend van wijk naar wijk gegaan. We wilden cadeautjes kopen bij het Chinese winkelcentrum voor de oudere Hongkong/Chinese medemens, YUE HWA Omdat ze daar van die mooie, traditionele Chinese spulletjes verkopen, hadden we zo bedacht. Mooi voor onszelf en mooi voor de oma's (en opa).

De zoon hield ons al append in de gaten: 'oh oh, als dat maar goed gaat met die twee, ik voelde het hem denken.' En het ging goed. Streetwise als wij zijn, kuierenden we al snel relaxed over een stuk markt in Jordan, waar ze oogstrelende Chinese kleding verkopen, heel hip. Niet traditioneel, maar hippie-achtig! Batik-stof, veel rood en zwart maar ook diep blauw of zandkleurig. Even waande ik me weer in good old Dali!
Ik gunde mezelf de tijd niet iets te passen, want we hadden inmiddels een tijdafspraak met de kinders bij elkaar ge-appt. Over een kwartier bij de YUE HWA.
Lukte allemaal prima, we waren er mooi op tijd. En we vonden mooie cadeautjes.

Zo'n tamelijk bureaucratisch systeem trouwens bij het afrekenen bij YUE ! Je krijgt  er bijna standaard korting, echt funny. Maar dat krijg je niet direct. Dat wordt op je bon gezet en met die bon moet je naar zes hoog. Daar zit een dame achter een kassa en die geeft je niet het geld terug van je korting, maar vouchers, tegoedbonnen. Die je dus weer bij YUE moet besteden. Okay! Slim. De vouchers zijn voor Yuan, dat komt wel goed.

Als we Mong Kok ondergronds verlaten, spreken we af dat we elkaar morgen eind van de middag nog een keer zien. We gaan dan ergens eten, Koen en Yuan bedenken een geschikt restaurant.

Dat wordt afscheid nemen, mensen, echt, dat ging wel heel erg snel hoor, die 2 weken. Heel erg snel. Wat zal het gek en verdrietig zijn om weer terug te vliegen en Hongkong met onze kinders achter te laten.

Hongkong, je was weer mooi vandaag. Veel mooie mensen ook, in feestkleding over straat, op weg naar familiefeestjes. Opa's en oma's, keurig aangekleed werden gehaald door hun kinders. Jongetjes in prachtige pakken, meisjes in mooie jurken. De moeders beeldschoon. Weinig vaders, trouwens, bedenk ik me nu ik dit zo opschrijf. Volgens mij zaten die op nieuwjaarsdag gewoon om 8 uur alweer op kantoor. Ook dat is Hongkong.




dinsdag 31 december 2019

HONGKONG 11

Oudjaarsdag in Hongkong. Dat voelt toch anders dan in Krommenie. Al was het maar omdat er hier van alles georganiseerd is en er buiten van allerlei moois gebeurt. Kom daar in good old Krommenie maar eens om, daar gebeurt niks, behalve dan de oliebollenkraam op het Rosariumplein die overuren draait. Alhoewel, ik wel las dat er een winnend Oudjaarslot door een dorpsgenoot is gekocht. Hij of zij heeft 15 miljoen euro gewonnen. Dat is toch wel weer heel bijzonder. Eens kijken wie er het komend jaar ineens in een Lamborghini over het Vlietsend rijdt.

Ik begin mijn dag met het beplakken van mijn schouders en nek met Happy Pads. Wat een zaligheid. Het zijn een soort grote pleisters, die je op je huid boven je stijve spieren plakt. Ik plak er op elke schouder en op de achterkant van mijn nek een.
Door het wandelen met een goedgevulde rugtas, heb ik regelmatig nek- en schouderpijntjes. Zo ook hier. Ik werd er mee wakker.
De Happy Pads zijn verrukkelijk. Na enkele tellen zorgt  de tijgerbalsem ervoor, dat de huid en de eronder liggende spieren heerlijk warm worden. De pijn verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ik word er erg happy van en besluit er een aantal pakjes van mee naar huis te nemen. Wat een uitvinding. Waarom hebben we dat nou niet in Holland?!

Na het ontbijt, maken we een wandeling langs the Waterfront. Het is nog redelijk rustig, want naar stadse begrippen vroeg: half 11. Wel staat er op het dakterras van het Peninsula Hotel een spetterende - zo te horen heel erg Amerikaanse - band te spelen. Het geluid draagt ver, dus we kunnen er gedurende de hele wandeling van genieten. We blijven hier nog 3 dagen en kijken al een beetje met van die afscheids-ogen. Wijzen elkaar op plekjes in de verte: 'Kijk, daar, the Peak, in dat gebouw aten we pizza. Waar zou nou dat eiland met die grote Buddha toch zijn? '

De toppen van de hoogste gebouwen zoals de ICC-Tower, zijn vandaag in nevelen gehuld. Een gaaf gezicht.  Het is een beetje Hollands weer vandaag. Grijs en bewolkt. De zee is onrustig met van die korte, tegen elkaar botsende golfjes. Er staat ook een pittig windje. Geen weer voor blote beentjes, dat had ik goed voorzien, met mijn warme lange broek aan.

Met weer wat kilometertjes in de benen, lopen we na een paar uurtjes weer terug.
Vlak voordat we de Hanoi Road opgaan, vraag ik de man om mij Tommy Lee eens te laten zien. Daar was hij eerder deze week, tijdens een wandeling, - niet bij toeval - op gestuit. Dat doe hij graag, zegt hij, met mij naar deze grote muziekzaak.
Op de Cameron Lane is de entree naar de winkel. Binnen gekomen voelt het als thuis, zo, met al die instrumenten en muzikanten. Het is ook overal, all over the world, hetzelfde in muziekzaken. Ook hier zitten van de introverte gitaristen relaxed te spelen, van allerlei moois uit die gitaren te toveren.
Ik pingel een paar  beginners-liedjes op akoestische gitaren en zing zachtjes mee. Daarna gaat Ruut even los op een keyboard en doen we - bescheiden, met een laag volume - een nummer van de band: The Strut.
'Oeps, ik heb ineens een beetje heimwee, geloof ik.' 'Ik ook', zegt de man. 'Hier merk je het aan, he?'

Eenmaal terug in het hotel besluiten we in de Lobby lekker een grote bak warme koffie te drinken. We plakken er meteen maar een lunch achteraan. Westers eten, dit keer, Pannini met een zakje franse frietjes. Heel niet verkeerd.

De middag brengen we verder luierend door op de hotelkamer, althans, ik  lees en schrijf. Ruut gaat sporten in the gym. Daarna kijken we filmpjes als 'Help, mijn man is een klusser'. Vooral die van dat stel uit Heerlen vinden we erg vermakelijk.
De hotelkamer voelt inmiddels  als ons thuis, met  dat verschil dat ik hier niet uitkijk over mijn achtertuintje maar  van 16 hoog  over  half Kowloon en Hongkong Island kijk.

Bij onze favoriete 'buurt-eettent-om-de-hoek', bij de Lip Seng Mansion, bestellen we allebei een bord grilled chicken + garlic and steamed Rice. De man bestelt amandel-melk  en tot zijn grote vreugde blijkt het een beker warme griesmeeldrank te zijn. Als een kind zo blij is hij.

We appen onderwijl met de kinders. Die komen ons om half 10 ophalen bij het hotel. Koen heeft een verrassing geregeld. We weten al een beetje welke, toevallig spraken we onze wens uit om een vaartochtje met een Jonk te maken en laat hij nou net...

Na de kip met griesmeelpap, wandelen we nog wat door onze buurt. Ineens horen we ze: de protesters. Het was al gecommuniceerd, geen nieuws dus eigenlijk, maar toch overvalt het ons, al was het maar omdat we er nu ineens met onze neus bovenop staan.
Er staan kilometerslange dranghekken op de stoep, en daarachter staan kilometerslange rijen studenten met spandoeken. Ze vormen een keten en protesteren heel rustig. Roepen leuzen door megafoons. Het voelt niet bedreigend of grimmig, maar toch keren we maar om.

De meeste mensen gaan trouwens gewoon door met waar ze al mee bezig waren. Wandelaars wandelen van A naar B. Automobilisten hebben er meer last van, omdat straten zijn afgezet.  Ik zie een dame met een boos hoofd achter het stuur. Ze claxonneert luid en aanhoudend: 'Hi Ha Hondelul, Hi Ha Hondelul!'

Rond half tien arriveert het stel en al snel stappen we in een red cab. De taxi-driver is een prachtige, oude Chinees die een mooi gesprek met zijn klanten niet uit de weg gaat. Hij hoort ons op charmante wijze uit. 'Aah, Holland, ik snap niet hoe jullie dat moet die koeien doen, hoor. Elke koe geeft jaarlijks 8000 liter melk. Drinken jullie dat allemaal op?' 'Zo, hij weet meer van mijn eigen land, dan ik. Wist jij dat, dat onze koeien zoveel melk produceren?'

We zijn een beetje te vroeg en drinken koffie en thee bij de Starbucks. Gezien de onrustige zee en de stevige wind, slik ik uit voorzorg alvast een zeeziekpilletje. Beetje truttig misschien, maar wie ooit zeeziek is geweest, snapt mijn voorzorgsmaatregel. Niks ergers dan over de reling te hangen kotsen, terwijl de rest het gezellig heeft.

Als de Jonk aangevaren komt, slaken de man en ik bewonderende kreten. Wat een prachtig gezicht! Echt fantastisch. Die rode zeilen zo mooi verlicht, dat 'gedrongen' donkere, houten ronde zeilschip is zo sierlijk, echt een plaatje uit een oud chinees schilderij!
Alles is weer pico bello georganiseerd. De bemanning helpt elke passagier netjes aan boord. Je krijgt van 2 mannen een arm en ze tillen je zo omhoog en hopla, je staat er al.
Aan boord blijkt het super-gezellig. We krijgen drankjes en heel veel lekkere hapjes. Koen vertelt dat zijn directeur kortgeleden op dezelfde Jonk meevoer samen met een grote groep Hollanders. Hij had vol verwondering hun gedrag bekeken en de volgende dag aan Koen uitleg gevraagd. Waren het nu allemaal gays ofzo, wilde hij weten. Want ze hadden allemaal matrozenpakjes aangehad. En ook nog eens de hele tocht heel hard allemaal liederen - vermoedelijk Andre Hazes e.d. - gezongen. Koen vertelt het ons met een grote, scheve smile. 'Wat een volk zijn we ook.' 'Yeah, totaal niet Nunchi', vind ik.

Op het bovendek laat een groep Engelse jonge mensen zien dat ook zij een bijzonder volkje zijn. De drankjes vloeien er rijkelijk en iedereen staat voluit mee te zingen met alle liedjes die uit de speakers schallen. They know how to party!!
Wij kuieren wat over het dek, zetten - net als iedereen -  feesthoedjes op en kijken onderwijl naar de prachtige verlichte gebouwen op de kades van Kowloon en Hongkong Island.

'Ben je je ervan bewust dat we hier, op de Zuid-Chinese Zee, oud & nieuw vieren', vraagt de man. Op deze, wel heel retorische vraag kan ik niks anders doen dan:  'ja' zeggen. Maar het is ook precies wat ik net dacht en voelde: hoe bijzonder om hier nu zo te staan! Met mijn kinders en mijn man naast me, op een Jonk op Chinese Zuidzee in Hongkong.
De een na de andere boot houdt ondertussen op deze zelfde plek halt, het is echt een verzamelplaats. We blijven allemaal bij elkaar drijven. Grote jachten, andere pleziervaartuigen, nog een Jonk. Van alles voegt zich. Passagiers zwaaien naar elkaar.

Dan begint het grote aftellen op het scherm van een groot gebouw. 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1!! Yeah! Happy New Year!! We kussen en we huggen. Ik app met de familie thuis, die nog 7 uurtjes hebben te gaan, voordat ook zij mogen proosten op 2020 en 2019 mogen wegknallen.

We blijven nog een half uurtje met al die bootjes bij elkaar hangen, zodat we kunnen genieten van de lasershow en het vuurwerk.  Ondanks dat de jaarlijkse vuurwerkshow is gecanceld (vanwege de protesten)  is er toch heel sierlijk vuurwerk te zien dat van de daken 'af spat'.

Dan gaan de bootjes weer allemaal varen. Alle mensen aan boord heffen hun glas,  zwaaien naar anderen en roepen ' Happy New Year, Happy New Year ' naar elkaar over het water. Hoe romantisch wil je het hebben? Als uit een film.

De kapitein koerst hierna snel weer terug naar de steiger. Party is over, mensen.
We worden weer stuk voor stuk van boord 'getild'  en lopen nachtelijk Kowloon in, op zoek naar een taxi. Die vinden we snel.
De taxi-chauffeur moet her en der zijn parcours aanpassen, omdat er nog steeds straten zijn afgezet vanwege de protesten. Desondanks zijn we er snel weer.

In onze buurt bruist het nog behoorlijk. In de kroegje wordt nog druk gefeest. Geen grimmigheid vanwege de protesten te bespeuren.

We bedanken onze kinderen weer voor deze prachtige dag. Koen en Yuan 'taxi-en' nog wat verder naar Jordan. Wij zoeven naar de 16de.
Als ik de gordijnen dicht trek, hoor ik, heel vervreemdend en schrijnend,  rechtsonder de muziek uit de kroeg en links in de verte een jonge, ijle vrouwe stem door een megafoon leuzen roepen over ' Hong Kong, Hong Koooong'. Het is inmiddels bijna 2 uur 's nachts.

Hongkong, het was weer een mooie, enerverende dag. You know how to party! Ondanks onrust in de stad.
De afgelopen dagen hebben me geleerd, dat de protesten steeds meer een geïntegreerd onderdeel van de Hongkonese maatschappij lijken te worden.  Ik ga de speech van  Carrie Lam zo eens lezen.



maandag 30 december 2019

HONGKONG 9 & 10

Gisteren sla ik maar zo'n beetje over. Toen was ik ziek, namelijk. Echt niet leuk, als je helemaal naar Hongkong gaat om daar vervolgens ziekjes in je bedje te liggen koortsen.
Aan de andere kant: wat heerlijk dat ik zo'n fijn, royaal hotel-bed heb, waarin ik zo heerlijk kan liggen koortsen. Met een lekkere badkamer ernaast, waar lieve Cathy elke dag een stapel grote, zachte handdoeken neerlegt. Dezelfde Cathy die elke dag bezorgd vraagt hoe het nu met ons gaat, omdat ze wel weet dat we allebei snotterig zijn. Er staat elke dag een nieuwe doos verse tissues voor die snotneuzen uit Holland. En extra flesjes water. Cathy is onbetaalbaar. Wat een schat!

Anyway, gisteravond kreeg ik gelukkig weer trek, we aten een hapje in de wiskey-bar op de derde verdieping. Daar was het erg gezellig. Met mijn gele pet op mijn kop, at ik wat hapjes rijst met curry maar dronk ik vooral veel jasmijn thee. Blij dat er weer een beetje progressie inzat.

Met de man ging het sinds gisteren juist een stuk beter. Hij liet mij lekker slapen en maakte buiten mooie foto's van regenachtig Hongkong - grote stads foto's met van die reflecterende neon-verlichte straten, heel cool - en kocht wat shirts in de buurt. Een beetje lezen, Netflixen, zo kwam hij zijn dag wel door met zijn zieke vrouw aan zijn zijde.

Maar genoeg gezeurd nu.

Vandaag ging het een stuk beter. De verkoudheid ebt nu ook bij mij weg. We maakten weer een enthousiaste afspraak met onze kinders.
Of we mee wilden naar the Nan Lian Garden. Dat leek mij heerlijk Zen. En dat was het ook.

Dit park is een oase van rust in Hongkong. Het is een authentiek Chinees park; er is een hal waarin je ziet hoe in het oude, antieke China tempels werden gebouwd en hoe de constructie van het houtwerk was. Hoe knap: meer dan 2000 jaar geleden wist men al hoe stevige edoch flexibele gebouwen neer te zetten. Ik herkende zelfs een verbinding, namelijk een zwaluwstaart-verbinding. Hoe dat in het chinees heet? Nou, een 燕尾榫接头

Ik voelde mezelf helemaal opknappen in dit park. De rust, de Chinese muziek, de schoonheid van de bonsai-boompjes, de kwetterende musjes, de vijvers met Koi-karpers, huisjes en paviljoens, prielen en de bruggetjes. Heerlijk. Ik had er stiekem nog wel uuuuuren willen blijven. Vermoedelijk bleven we er ook al veel langer dan de kinders vooraf hadden bedacht en gunden ze mammie haar rust.

Halverwege de middag togen we richting het metrostation. Daar nog even fijn geshopt; het wemelt hier ook echt van de aangename winkels. De man kocht shirts bij een zaak die alleen Japanse kleding verkoopt. Ik kocht een jurk en blouse bij - jawel - Marks & Spencers en ook Yuan sloeg  hier haar slag.

Als we in de metrohal zijn, krijg ik zowaar voor het eerst sinds dagen, een gezonde honger. Mijn maag knort. Ik herinner dat ik bij de 7-11 een lichte sandwich kocht, met roerei. Die zit nog in mijn tas! Vol smaak smikkel ik 'm op. 'Oei mam',  zeggen Koen en Yuan, 'dat mag helemaal niet, mam. Je mag in de metro-hal niet eten en drinken. Daar kun je een boete voor krijgen.' Wauw, ik schrik ervan maar eet toch maar snel mijn broodje op. Echt, zo blij dat ik weer honger heb! Maar ik realiseer me meteen dat dit strikte publieke eet-en drinkverbod verklaart waarom het hier zo schoon is. Nergens verpakkingen of etensresten. Kom daar eens om in Amsterdam, mensen.

Daarna rijden we ondergronds naar de wijk Jordan, waar Koen en Yuan wonen. Eerst duiken we weer een shopping mall in, we krijgen er geen genoeg van zou je denken. Maar dit is wel heel bijzondere, want hier komen bijna alleen oudere Hongkong-Chinese klanten.
Het aanbod is er dan ook naar: traditionele Chinese kleding en van die echte oma en opa-jasjes en - petten; grote, logge massagestoelen en zelfs een paar massagelaarzen (echt waar, een soort grote ski-boots, waarin je voeten en kuiten worden gemasseerd); hoge senioren-bedden met matrassen en kussens van geheugen-foam; sieraden en snuisterijen naar de smaak van de oudere Hongkonees (veel Jade) en helemaal bovenin huist de thee-afdeling. Daar gaan we naar toe om thee te kopen.

Voordat je bepaalt of je de thee wil kopen,  mag je er eerst heerlijk van proeven. Met zijn viertjes nemen we plaats aan een tafel bij een thee-meesteres. Vol vakvrouwschap vertelt ze van alles over de thee die wij willen proeven: Jasmijn-thee en Oolong-thee. Yuan vertaalt af en toe, wat heel fijn is.
Volgens de thee-traditie giet de thee-meesteres eerst thee in de kommetjes, leegt ze daarna weer en giet er daarna opnieuw thee in. Elke smaak moeten we twee keer proeven. En ook moeten we heel goed ruiken aan de theebladeren. Als bij een wijn-proeverij.
Als Koen en Yuan haar vertellen, dat de thee voor hun parents, dus voor mij en Ruut is en dat zij hier wel vaker thee voor ons kopen, dus dat de thee helemaal naar Nederland gaat en daar met veel smaak wordt gedronken, lacht ze trots. Voor ons ook leuk om te weten waar onze kinders de thee vandaan halen.

Met een tas vol heerlijke theetjes kuieren we over de drukke Jordan street. Yuan vertelt dat het 's zomers vaak lijkt te regenen in deze straat. Ze snapte in het begin niet wat haar overkwam. Het blijkt AC (air-co)- water te zijn, dat van de hoge gebouwen naar beneden drupt. Zelfs nu, in de wintermaand december, zijn er plekken waar waterdruppels neerplenzen. Een rare gewaarwording.

We slaan the Tempel Street in en gaan naar Mammy Pancake, waar je de allerbeste 'egg puffs' kunt krijgen. Egg puffs zijn een soort knapperige, versgebakken bolletjes-pannenkoeken. In de bolletjes zit in ons geval banaan, maar je kunt uit heel veel vullingen kiezen. Mammy Pancake heeft een heuse Michelin-ster, is de beste egg-puff-bakker van de wereld.

Terwijl we van deze zalige zoete hap genieten, lopen we de avondmarkt van Jordan over.
Eerst over een deel waarin voornamelijk 'hebbedingen' worden verkocht: Chinese rollen, schilderijen en tekeningen, tasjes, mooie kommen en lepels, sjaals en mutsen. Dit deel sluit rond half zeven 's avonds. Veel marktlui zijn al aan het afbouwen.
Yuan wijst me en passant op de kleine massage-salons waar wulpse dames voorstaan. 'Die geven je een heel speciale massage'.
Daarna slaan we af naar een ander markt-deel, waar groente, fruit, vlees, vis en andere etenswaren worden verkocht. Dit is een echte avondmarkt die tot tien uur open is. Hier halen Koen en Yuan hun dagelijkse boodschappen. Het is er ongelooflijk levendig en het eten ziet er fantastisch uit. Ruut wordt helemaal gek en maakt voortdurend foto's.

Op aanraden van Yuan eten we bij een Taiwanees restaurantje. We krijgen er alle vier een grote kom met soep, noedels en groente, vis, vlees of kip naar eigen keuze. Groot glas Milk-Tea erbij. Too much for me en zelfs Ruut kan het niet op. Zijn hoofd is ook weer helemaal donkerrood en bezweet door alle spicey sausjes die hij door zijn eten doet. Helemaal zijn ding, dit.

Met zijn viertjes wandelen we terug naar ons hotel. Het is nog een aardige tippel en het is echt mega-druk op straat. Zoveel mensen zijn er aan het shoppen.  Al die winkels! Al dat verkeer! Die bussen, taxi's, toeterende automobilisten.
'Willen jullie zien waar de kerk is', vragen Koen en Yuan. We slaan een rustig, oplopend weggetje in dat leidt naar the Andrew-Church. Wat een bijzondere plek. Net als het park, is het hier een oase van rust. Hier gaat Yuan elke week naar toe. Ze vertelt dat je er ook Engelse les kunt krijgen. Heel wat buitenlanders volgen er een cursus.

Als we bij het hotel zijn, nemen we weer afscheid met dikke knuffels en hugs. 'Bedankt voor alles weer, Koen en Yuan. Tot morgen!'
Morgen gaan we met zijn vieren oudejaarsavond vieren. Ze hebben een verrassing voor ons en we denken dat we het stiekem al een beetje weten. Maar dat mag de pret niet drukken. Als er maar geen protesten zijn morgen. Het wordt wel verwacht, staat er in de Hongkong Post.

We zullen het zien.

Hongkong, je was weer indrukwekkend. Enerzijds zo druk en anderzijds zo Zen en sereen. En dan dat heerlijke, gezonde hoogstaande eten en de fijne thee.

We zijn er wel helemaal weer een beetje moe van en genieten nu weer enorm van onze hotelkamer.


zaterdag 28 december 2019

HONGKONG 8

We hebben stuivertje gewisseld. Nu ben ik degene die als een ouwe zeehond loopt te blaffen. Jakkes! Er zit niks anders op dan me er maar bij neer te leggen, letterlijk en figuurlijk.
Althans, na de ochtendrituelen willen we toch nog even door de stad struinen, nu heb ik er nog wel puf voor. Het is ook zulk lekker weer en er is zoveel te zien buiten. We appen de kinders dat het redelijk gaat, maar dat we even een dagje moeten chillen in en rond het hotel. Voor hen ook best fijn, denken we, een dagje rust.

In ons buurtje, Tsim Sha Sui bruist het van het leven. Het is zaterdag en dat is te merken op straat. Er zijn veel mensen aan het shoppen. En er is genoeg te shoppen hier. Ongelooflijk veel parfumerie-zaakjes annex farmacien zijn er. Boetiekjes, maar ook zaken waar je maatkleding kunt laten maken. Fruit en groente-zaakjes. Camerazaken. We zien een zaakje vol prachtige Chinese wenskaarten. En heel veel eethuisjes.

Bij een van de boetiekjes zie ik een fijne, gele pet op het hoofd van een paspop. Die is voor mij! Want: nu ik zo verkouden ben is er niks vervelenders dan de hele dag die air-co op mijn kop. Bij elke kunstmatige koude windvlaag, barst ik in niezen uit en daar ben ik helemaal klaar mee. Die pet is fantastisch en kleurt bovendien ook nog mooi bij mijn gele shirt en mijn gele schoenen. Helemaal hip!

Tevreden met mijn aankoop kuier ik verder naast de man. We schieten fraaie plaatjes. Ruut is helemaal verliefd op de stegen hier. Daar is het licht namelijk heel mooi en er ligt allemaal interessante rommel, spullen die de winkeliers maar even achter zetten. Bureaustoelen, kerstversiering, lege dozen, tafeltjes.... Er zitten mensen een sigaretje te roken, even te pauzeren tussen het werken door.
Winkels zijn tot tien uur 's avonds open, het personeel maakt lange dagen. De meeste winkels zijn ook 7 dagen per week open. Hard werken, dus.

We belanden in een straatje waar allemaal eettentjes zitten. Bij een tentje staat een rij Hongkonezen tot buiten op straat te wachten; blijkbaar een heel goed tentje, maar in wachten hebben we geen zin. We kiezen voor een eettentje ernaast, die wordt gedreven door louter vrouwen.
Nemen rijstrolletjes, dumplings en de man krijgt een schaal vol zeewier met sesamzaadjes. Ik proef er even van, misschien ligt het aan mijn verkoudheid, maar het kan me niet zo bekoren, die vettige, glimmende zeewier-bladeren. De rijstrolletjes en dumplings gaan wel schoon op. Grote pot thee erbij: heerlijk!

Terug in het hotel mogen we van onszelf chillen aan de rand van het zwembad op de negende. Het is er heerlijk, de temperatuur loopt op tot zo'n 26 graden. Zodra we ons neer vleien op de ligstoelen, vallen we in een diepe slaap. Het is toch wat met ons oudjes: na een week zijn we nog steeds jetlag-gerig en  dus ook nog eens verkouden. Gelukkig maar dat we hier zo lekker kunnen relaxen.

Daarna gaan we verder chillen op onze kamer: lezen en geloof het of niet, Netflixen. Omdat we geen zin meer hebben om erop uit te gaan, laten we roomservice iets te eten brengen. Superdeluxe voelt dat.

Daarna vallen we alweer in een diepe, diepe slaap. Ik houd mijn petje op, want elk air-co tochtje - ook op de kamer - leidt tot weer een nieuwe nies-aanval en daar heb ik mooi geen zin in. Bijzonder tafereeltje moet dat zijn, deze dame met haar gele pet op in bed. Maar ik slaap lekker.

Hongkong, vandaag maar even rustig aan gedaan dus. Fijn dat we even door de straatjes hebben gekuierd van ons buurtje, Tsim Sha Sui. Erg mooi.

vrijdag 27 december 2019

HONGKONG 7

Ja, het ging beter!! We hebben de nacht bijna ononderbroken doorgeslapen. Alhoewel de man weer een terugval heeft voor wat betreft de blafhoest. Een soort Hongkong griep is het, wat hardnekkig.

We beginnen de dag as usual met een fijn ontbijt en hebben wel zin in een rondje zonnebaden bij het zwembad op de negende. Daar is het toch nog een beetje te vroeg voor, naar blijkt: de zon hangt om tien uur, half elf nog achter de torenflats aan de overkant. Het is zelfs een beetje fris. 17 graden. We gaan toch maar weer naar binnen en lummelen wat op de kamer.

De man mag van zichzelf een dagje rustig aan doen. 'Ik moet het toch doorbreken, anders blijf ik maar ziek.'  Ik geef 'm groot gelijk en app naar de zoon dat het programma vandaag zonder paps is. Het is maar even zo.

Rond half twee vertrekken we met zijn drietjes. We gaan naar de kabelbaan die ons naar Lantau Island, naar Buddha-op-de-berg brengt. Volgzaam dribbel ik achter mijn kinders aan. De metro in, eerst naar Centraal, dan weer terug naar Kowloon. Ik kan het niet helemaal volgen en ben blij dat ik twee van zulke ervaren Hongkonezen naast mij heb. Wat een parcours leggen we ondergronds af!

Bij de kabelbaan gaat het van een leien dakje. In no time zoeven we door de lucht, ver boven de wegen en de zee. In de verte zien we het vliegveld. Grappig, die vliegtuigen onder ons doorvliegend.

De kabelbaan-tocht neemt best nog wel even tijd in beslag, zo'n klein half uur. We hebben bewust voor een 'gewone' cabine gekozen en niet voor een cabine met een glazen bodem. Liever kijken we niet naar de wereld recht onder onze voeten: te eng. Ik kijk in de verte en niet onder mij. Dat scheelt een slok op een borrel.

Buddha blijkt op de top van de berg te zitten en als je hem wil bereiken, moet je eerst nog zo'n tien steile trappen beklimmen. We zien er maar vanaf, mijn oude-vrouwen-knietjes zijn nog maar net aan hersteld van de klimpartij van zondag. We kiezen ervoor wat rond te kuieren in het authentieke Chinese dorpje aan de voet van Buddha. Het is er erg gezellig, veel eethuisjes en winkeltjes. We nemen een snackje: visballetjes in pittige saus. Heerlijk!

Ook bekijken we de Buddhistische tempel en het eromheen liggende terrein. Ik neem foto's van de prachtige huizen met versierde Chinese daken. Veel bezoekers zijn daadwerkelijk Buddhist en bidden vol overtuiging, zittend bij grote bakken vol enorme wierookstokken buiten of binnen, in de werkelijk prachtige tempel.

Daarna gaan we even shoppen.  Yuan koopt een mooie outfit en ik val voor een donkerblauwe tas waarin nog een kleinere tas verstopt blijkt te zitten. Die krijg ik van Koen cadeau; iets waar mijn moederhartje erg blij van wordt.

Als ik denk dat we weer terug gaan naar de kabelbaan, wacht mij nog een verassing. We gaan met de bus naar Tai O. Een werkelijk waar oogstrelend vissersdorpje. Ik ben helemaal verliefd op dit dorp. Houten huizen op palen, ophaalbruggetjes waarvan er een wereldberoemd blijkt te zijn omdat die het decor heeft gevormd in heel veel films.
'Kom mam, we gaan een stukje varen. Misschien zien we nog wel roze dolfijnen.' Die schijnen daar te huizen in zee.
De kapitein brengt ons eerst naar een zijkanaal, waar tientallen huizen op palen staan. Voor elk huis liggen prachtig gekleurde vissers bootjes. We kijken onze ogen uit. De bewoners zijn klaarblijkelijk gewend aan al die glurende ogen en leven gewoon hun dagelijkse leventje. Hangen de was op, lopen te telefoneren, zitten te relaxen met hun benen over de rand van het balkonhek. Fantastisch.

Daarna geeft de kapitein gas en varen we een stukje de zee op. Misschien hebben de dolfijnen vandaag zin om zich te vertonen? Helaas, geen dolfijn te zien. Wel piepkleine, springende visjes. 'Aaah, kijk, kleine dolfijntjes. ' Ik slaak soms angstige moeder- gilletjes omdat de golven hier best hoog zijn. Een beetje zoals op het IJsselmeer, van die korte, krachtige golven. De boot schommelt alle kanten op.

Op aanraden van de kapitein gaan we wat eerder aan land. Zo kunnen we langs een wel heel mooi hotel wandelen, het Heritage Tai O hotel. Wat een wereldplek! We komen er via zo'n lift die werkt als een mini kabeltrein. Het hotel is Engels-sjiek, met een balustrade erom heen waar je lekker kunt zitten en naar de zee kunt staren.
Ik krijg meteen zin om hier een vakantie te boeken: wat een fijn hotel en wat een uitzicht. De zon zakt in de zee en de lucht kleurt prachtig oranjerood. We maken heel wat fotootjes die volgens mij niet zouden misstaan in een boek over Tai O.

We wandelen daarna weer terug naar het dorp en zien onderweg allerlei moois. De huizen hier zijn vaak van aluminium platen, zoiets heb ik nou nog nooit gezien.  Je kijkt er zo naar binnen; het ziet er schattig uit allemaal. Alles is er en sommige huisjes zijn heel fraai ingericht.
Er staat een lagere school, een politiebureau en in veel mensen drijven een handeltje aan huis. Eten, drinken, vis, schelpdiertjes maar ook wierook. You name it.

Terug in het centrum van het dorp regelt Yuan dat we even wat gaan eten en drinken. Voor mij heeft ze een Ginger-tea gevraagd, omdat ook ik inmiddels flink loop te niezen. Ik ben klaarblijkelijk aangestoken door de man en omdat het inmiddels wat frisser begint te worden en ik met blote beentjes rondloop, raken mijn luchtwegen geprikkeld.

Die ginger-tea is een mirakel. Al na een paar slokken voel ik de rillerigheid weg trekken, mijn handen en voeten worden heerlijk warm. 'Ja, mam, als je dit drinkt als je verkouden bent, is het zo over. Je kunt het zelf maken, door een stuk gember te koken. Je kunt de thee drinken met honing.'
Ik neem me voor thuis ook Ginger-tea te gaan drinken als ik verkouden ben. En misschien sowieso vaker. Het is super-gezond! Zit vol vuur-energie!

Om een uur of half zeven sluiten de winkeltjes en restaurantjes. De inwoners van Tai O vinden 't mooi geweest zo. De bezoekers verlaten het dorp. We lopen weer terug naar de busstop. Daar wacht ons een niet zo heel aangename verrassing. Er staat een rij van enkele honderden mensen te wachten op de bus. En in elke bus kunnen er hooguit 80 zitten. Elk kwartier komt er een bus. Wij staan achteraan, dus reken maar uit hoelang we mogen wachten. Af en toe komt er een taxi aan, waar we een paar keer op afstormen. Maar die rijden allemaal 'on order'.  Zijn via een app te bereiken en die app hebben we niet. Een beetje slecht geregeld, dat is niet Hongkonees. Want als er een goed georganiseerde 'stad' is....

We blijven maar Zen. Yuan is zo lief haar bontjasje aan mij uit te lenen. Die sla ik als een sjaal om mijn schouders en hoofd. Dat houdt de warmte vast en voorkomt dat ik als een idioot ga lopen niezen en snotteren.

Na ruim een uur, anderhalf uur wachten, worden er ineens extra bussen ingezet. Blijkbaar is het toch niet helemaal normaal, dat er zoveel mensen staan te wachten. Het is vast extra druk, omdat het Kerstvakantie is. Veel mensen zijn vrij en gaan erop uit.
Het valt me op hoe netjes alle mensen in de rij blijven staan. Niks geen gezeur en gemopper: men aanvaardt.

Als we dan eindelijk in die heerlijk verwarmde bus terugrijden, blijkt dat we direct naar de overkant worden gebracht. We hoeven niet meer terug met de kabelbaan en stiekem ben ik daar wel blij om. Het was namelijk nogal fris in die bak. De wind waaide er dwars doorheen.

De bus brengt ons naar Chung Sun en van daaruit kunnen we met de metro weer terug naar 'mijn wijk' Tsim Sha Tsui. Onderweg komen we weer eens in een shopping mall terecht, eentje waar alleen outlets zitten van merkkleding als Nikes. Koen koopt en passant nog even een prachtig T-shirt voor geen geld.

'Thuis' gekomen gaan Koen en Yuan nog even mee, naar zieke pappie kijken. Die blijkt de dag slapend aan de rand van het zwembad te hebben doorgebracht en voelt zich al weer wat beter. Daarna gaan ook zij naar huis om lekker te slapen. Het was een lange, prachtige en enerverende dag.

Hongkong, het was weer top vandaag. Wel een beetje jammer dat je die Hongkong flu zo scheutig uitdeelt aan westerse toeristen. Wil je daar even snel mee stoppen?