donderdag 28 februari 2019

JOS

'Hallo, goedemorgen. Ik ben Jos.' 'Hoi, ik ben Venus. Ga zitten, ik kom eraan. Koffie? Koekje erbij?'
Jos zit al, terwijl ik koffie inschenk en hem een koek offreer. Mijn man schuift ook aan. Ook hij krijgt koffie, geen koek.
'Zo, ja, haha, voor ons geen koek, we zijn aan het lijnen', lachen we. Jos neemt een slokje van zijn koffie en breekt vervolgens zijn gevulde koek in tien stukjes, stopt een stukje in zijn mond, kauwt erop en neemt weer een slok koffie. We raken aan de praat, met deze schilder annex stukadoor.  In onvervalst Noordwijks vertelt hij over zichzelf.  Eerst over zijn werk, elke dag weer een andere klus op een andere locatie want ja, hij werkt in opdracht van het tussenbedrijf van de verzekering. Die zet handige mannen als Jos aan het werk als verzekerden als wij schade hebben aan schilder- en stucwerk. Al snel zitten mijn man en ik in de luisterstand om tafel want Jos, hij praat wel en hij is erg openhartig. We hummen, knikken en stellen van die vragen waardoor Jos zich vrijer en vrijer gaat voelen. Over zijn ex-vrouw gaat het inmiddels, die hem 10 jaar geleden zomaar verliet. Daar zat hij dan, met drie jonge kinderen. Hij heeft 't helemaal alleen gerooid. Moeders was 200 kilometer verderop gaan wonen. 'Tjees, wat erg, wat vonden je kinderen ervan?' Jos vertelt en vertelt verder. 'Dus ja', eindigt hij, 'maar ja, alleen is maar alleen. Drie jaar geleden vond ik gelukkig weer een nieuwe vriendin. Ze was tien jaar jonger, halverwege de veertig, had twee dochters en net als ik, een ex. We waren echt gek op elkaar.' 'Waren?' 'Ja, want...' en zijn ogen vullen zich met tranen... 'Ze had borstkanker. Ze heeft het me meteen verteld, hoor,  maar het schrok mij niet af. Nog anderhalf jaar hebben we het mooi gehad samen, toen werd ze ineens heel erg ziek. In minder dan een maand was het over.' Stilte. Jos kijkt voor zich uit. Als hij mij aankijkt, zie ik weer die verdrietige ogen. Ik neem een slok van mijn koffie. Jos neemt nog een stukje koek. 'Hoe lang geleden... ' 'Juli, in juli vorig jaar is ze overleden.' 'Tjeetje, man, Jos, dat is nog kort geleden. Je bent nog enorm in de rouw, man.' 'Ja', zegt Jos, 'dat klopt maar ik ga door, hoor. Zo verwerk ik het, door gewoon weer te werken en van alles te doen. Ik heb er wel een prachtig contact met haar dochters aan overgehouden. Eigenlijk heb ik nu vijf kinderen. We zijn heel close. En ik ben lid geworden van een wandelvereniging. Komend weekend ga ik weer wandelen. Heerlijk. Zo leer ik ook weer nieuwe mensen kennen. Maar he, ik zit hier al veel te lang te ouwehoeren, mensen. Bedankt voor de koffie.' En daar gaat Jos weer, naar boven. De waterschade verhelpen. Al snel vult ons huis zich met de geur van verf. Mijn man gaat boodschappen doen, ik ruim de koffietafel af.

zondag 24 februari 2019

#schoonaandehaak

'Nee! Zo kan 't niet langer. Dit is toch geen gezicht! Die benen! Die reet. Die bolle kop en dikke nek. Zo stijf in de heupen. Wat een ouwe doos.' 'Nee. Ik dan. Ik zie er uit als een ouwe dikke kerel. Met een dik hoofd, met zo'n brilletje op mijn neus. Moet je kijken hoe ik erbij zit! Getver. We moeten d'r wat aan doen.' 'Yeah, we moeten d'r wat aan doen.'
Aanvankelijk blij en trots maar allengs kritieser bekeken we de foto's en filmpjes die de gastvrouw ons had toegestuurd. Opnames van ons optreden, met onze band, bij haar thuis. Wat een heerlijke middag was het geweest. We speelden als een zonnetje en er was lief en leuk publiek.
Fijne oppepper voor ons als band; we hadden zo hard geoefend! Maar toen, de dagen daarna, kwam die keiharde confrontatie! Met onszelf. De keiharde realiteit. 'OMG, ben ik dat?! '
Het overschaduwde onze blijheid helemaal een beetje. Het kwam binnen!
Van weeromstuit ging de man elke avond filmpjes kijken op You-tube. Over mensen met zwaar overgewicht die heel snel, heel veel afgevallen waren. Ik liet 'm maar en las mijn boeken, beneden, op de bank. Ineens: 'Venus, kom, moet je kijken! Snel. Kom!'  Eenmaal boven gekomen moest ik gaan zitten. Hij 'spoelde' het filmpje terug. 'Woooooh! Wat vreselijk!' Een man was 60 kilo afgevallen in een half jaar tijd. Maaaarrrr, het vel van zijn eens zo dikke buik was niet geslonken. Nee, het was een grote vlees- met vel-zak geworden. Een zak die tot op zijn knie hing. De hele dag moest hij dat bungelende ding meetorsen. Hij deed 'm maar in zijn linker broekspijp. Gelukkig was daar de knappe chirurg die de zak van 12 kilo eraf sneed. Hup, in de verbrandingsoven ermee.
'Bleeeeh, gatver. Zullen we naar wat leukers gaan kijken, man?'  Over naar Netflix. Kijk aan! Ook iets over afvallen. Een Australische serie over veel te dikke mensen die door vrienden en familie stiekem opgegeven waren voor het tv-programma 'Get your Sexyness back.'  Slim in elkaar gezet, dat  programma want: knappe en sympathieke deelnemers, jong, in elk geval nog jong genoeg om snel af te kunnen vallen, met een hechte groep van hulpvaardige vrienden en familie om zich heen. En met elk een tranen-trekkend mooi doel voor na de gestelde 3 maanden afvallen. De een ging zijn meisje ten huwelijk vragen; de ander opende met haar dochter - bij ontstentenis van een vader - het bal.
Successtory op successtory. Maar,  tja, ja, niet helemaal eerlijk, want als je zo heel erg te zwaar bent, en je krijgt een - goodlooking-  coach voor het sporten en elke dag wordt alles wat je doet gefilmd, dan vliegen de eerste maandjes de kilo's er heel snel af.... We vroegen ons af hoe dat na die drie maanden verder zou gaan.
Maar goed, we waren toch helemaal enthousiast: 'Gaan we ook zo doen, Venus! Elke dag sporten, dieet houden, veel bewegen en we nemen ook zo'n coach.' De volgende ochtend waren we alweer ontnuchterd. 'Niks voor ons; drie keer per week naar de sportschool, een coach... nee, weggegooid geld.' 'Hey, we hebben toch zelf van die cardio apparaten in huis, man. We gaan gewoon thuis beginnen. We stoppen met snoepen,  met al dat brood met roomboter. We wandelen en fietsen naar ons werk en weer naar huis. Dan moeten we toch wel afvallen. En we zetten onszelf - op een leuke manier - onder druk door ons proces op Instagram te zetten. Ook ons gewicht!'
De man was enthousiast en bedacht een naam: Schoon aan de haak. 'Venus, we doen het samen, dat stimuleert. We zijn elkaars coach. En onze volgers zijn ons publiek!' Ik rekende uit hoeveel we samen schoon aan de haak zouden wegen (180 kilo), maakte een Instagram account aan en  #schoonaandehaak was een feit.
Ik moet 10 kilo afvallen in drie maanden, de man 15. Morgen ons tweede weegmoment. Griezelt u met ons mee?

donderdag 14 februari 2019

ZO IS HET GOED

Rond half 12 arriveren we. Vijf auto's afgeladen vol. Met versterkers, boxen, koffers vol snoeren en microfoons, standaards, een mengpaneel, monitors, een keyboard, gitaar, basgitaar, drumstel, percussieset en last but not least, een perzisch tapijtje voor de drummer, En oh ja, mijn tassen vol mappen, een extra setje kleding plus schoenen, een reserve panty en een toilettas vol make-up. En mijn flesjes water: een gele dopper en een fles met een rubberen rietje waarmee ik tussendoor kan bubbelen om mijn stembanden te masseren.
De gastheer - en vrouw weten niet wat ze meemaken. 'Jeetje, Venus! Wat een spullen! Wat een werk is het om alles klaar te zetten en aan te sluiten.' 'Ja', zeg ik, 'daar zijn we snel een uurtje mee bezig. Het is echt veel werk. En na het optreden moeten we ook alles weer opruimen. Zijn we zo weer een uur verder. En straks, als alles staat, gaan we eerst soundchecken.'
De gastvrouw gaat maar koffie zetten, voor het publiek dat zodadelijk komt. Vrienden, familie en hopelijk ook nog mensen uit de buurt. We spelen tenslotte voor Gluren bij de Buren en de bedoeling daarvan is, dat buurtgenoten bij elkaar over de vloer komen om te genieten van een optreden van een bandje zoals wij. Of van een zanger of een fagot-trio of nog veel meer mogelijkheden.
'Hey, wat gezellig, daar zijn de eerste gasten al.' Een beetje onwennig stapt een aantal echte buurtgenoten naar binnen, samen met familie en vrienden die hier duidelijk vaker over de vloer komen. In deze royale bungalow in dit kleine dorpje. Terwijl wij inzetten met het nummer The Thrill is gone, zitten er al mensen op de stoeltjes voor ons. Ze zitten stil en aandachtig te luisteren, wat een mooi gezicht is dat. Halverwege het nummer stoppen we. 'Okay, het geluid is prima in orde.' We krijgen meteen een warm applaus. 'Nou, dat klonk nu al goed en dat was nog maar de soundcheck. '
We kijken elkaar aan op dat geïmproviseerde podium in de serre. 'Zullen we meteen maar doorgaan? Het is ook eigenlijk wel tijd.' De gastheer wil nog even een woordje doen voor de microfoon. Hij heet iedereen welkom en kondigt ons aan. 'Dames en heren, Moondance the band!'  De drummer tikt af. En we spelen de sterretjes van de hemel. 'Wat gaaf dit' denk ik. 'Zo leuk, dat lieve aandachtige publiek.'
We spelen, verdeeld over de middag 3 sets voor steeds weer een ander publiek. Na elke set lieve mensen die even komen kletsen en heel enthousiast over ons zijn. We worden er verlegen van. Of we daar ook willen komen optreden en op het Kaageiland en op een feestje hier en een party daar. Wie onze PR doet, of ze een kaartje van ons mogen en waar we op internet te vinden zijn. ' Uhm....' Ongeloof over dat we 'maar'. amateurs zijn. 'Ja, echt hoor, we zijn een vriendengroepje dat weliswaar elke vrijdag vlijtig oefent, maar verder geen hoge ambities heeft. Af en toe een gezellig optreden zoals dit, zo is het goed.'  Neeeeh, jullie zijn professioneel hoor, echt geen amateurs!' Even word ik er onrustig van. Moeten we meer optreden? Doen we iets niet goed?' 'Nee', bedenk ik me. 'Zo is het goed. Zo is het goed.'  En ik ga naar de mannen van de band om ze te helpen al die spullen weer af te bouwen en op te ruimen. Daarna drinken we een wijntje met de gastheer en - vrouw en hun vrienden en familie.

zaterdag 19 januari 2019

TUSSENSTUKJE

'Okay, ging lekker, maar het is een beetje veel van hetzelfde. We moeten het ergens spannender maken.' 'Ja, klopt, het loopt lekker, gaat maar door. Goeie groove, swingt wel. We moeten misschien iets er tussendoor doen met de dynamiek?' 'Nou, misschien eerder iets doen in de begeleiding. Een tussenstukje dat net even anders is, alleen in Am F, dat herhalen we en dan zingt Venus er overheen.' 'Okay, ja, doen we.'
'Uhm, lijkt mij ook okay', zeg ik, 'op welke plek precies?' 'Nou, bij dat tussenstukje!' 'Dat tussenstukje? Bedoel je het refrein?' 'Ja! Het refrein!' 'Okay, maar het refrein komt een paar keer voor in dit lied. Er zijn heel veel coupletten en op twee plaatsen wordt het refrein gezongen en dan ook nog eens herhaald. Dus bedoel je hier?' En ik houd het blaadje met de tekst omhoog. De mannen kijken amper naar mij, maar praten met elkaar over wat daar precies gespeeld moet worden, tijdens dat tussenstukje. De bassist speelt het even voor en de rest speelt mee. Het moet een paar keer over omdat de gitarist even uit zijn eigen Efteling gehaald moet worden; die had niet direct door dat er iets veranderd wordt. Maar nu is ook hij erbij. Ze spelen samen, klinkt mooi. Aandachtig luister ik maar waar ze dat stukje nu precies in willen passen is me nog steeds een raadsel. Maar dit gebeurt vaker tijdens repetities, dit vage gedoe. Ik ken mijn pappenheimers, als ik niet doorvraag gaan ze gewoon spelen en denken ze dat ik zo wel begrijp waar het moet gebeuren. Ik ga de kracht van de herhaling maar weer eens toepassen. Gewoon maar weer opnieuw vragen waar ze wat precies gaan veranderen.
'Dus hier, na het vierde couplet begint het refrein en dat herhalen we, maar dus vlak voor het refrein doen we dat tussenstukje? En daar zing ik overheen? Iets scatten, okay? '' Huh, neeeeeee! Nee, na het refrein, niet ervoor en niet op die plek, Venus, dat is te vroeg!' 'Goed, helder, verderop in het lied dus', opper ik en kras mijn aantekening na couplet vier maar weer weg. 'Na couplet acht is er weer dat refrein, dus daarvoor?' 'Ja, die plek Venus, maar niet voor het couplet, erna! Het tussenstukje komt erna!' 'Huh, niet voor het couplet? Het refrein bedoel je zeker?' 'Ja, tjee, ja, couplet, refrein. Ja, het refrein bedoel ik natuurlijk. En geef jij het dan aan, Venus? Als we daar zijn, want wij horen dat niet, waar je zit in de tekst he, wanneer het zover is.' 'Mooi', zeg ik terwijl ik alle eerdere aantekeningen doorkras en na het refrein opschrijf: 'geef een teken', 'ja, is goed en dan ga ik daar dus overheen zingen. Toch?' Nee joooh, nee, alleen instrumentaal. Zonder zang.' 'Oh, ahaaaa! Nu begrijp ik het. Goed, begin maar.'
'Mensenlief', denk ik terwijl de mannen het intro inzetten. 'Wat is communiceren in een band toch een wonderbaarlijk iets. Couplet, refrein, tussenstukje. Voor of juist na een van deze drie dingen moet er iets gebeuren en iedereen geeft het een andere naam. En wat er moet gebeuren... met zang, zonder zang. Iedereen denkt van elkaar dat de ander gedachten kan lezen, of zo.... Heeeeeel bijzonder, die communicatie in een band. Een klein wondertje toch elke keer weer, dat we elkaar ineens toch helemaal begrijpen.'
Het intro loopt af en ik zet in: Same old story's back again, she's not a lover, she's just a friend...

zaterdag 5 januari 2019

NAME DROPPER

Zodra hij zijn auto uitstapt begint het: 'Zo, ik had wel even door kunnen rijden naar Barend Middelhof, haha.' 'Oh ja, ja, die woont hier inderdaad dichtbij. Welkom, leuk dat je er bent. Kom verder.'
Samen lopen we de studio in waar de rest van de band al aan het inspelen is. Iedereen staat op en geeft de auditant netjes een hand. Nadat ook hij zijn instrument speelklaar heeft gemaakt, gaan we samen een kop koffie drinken in de lounge-hoek. Kunnen we meteen een beetje met elkaar babbelen. Maar die kans geeft de auditant ons helemaal niet. Aan een stuk door zit hij te name-droppen. Hij speelde in die band en die band met die en die. 'Hans Dulfer,  Candy en Wouter Kiers. Ken je die, Wouter?' 'Uhm, ja hoor', knikken we en voordat we iets kunnen vragen gaat hij alweer door. Een hele trits namen van in zijn ogen beroemde muzikanten waar hij allemaal mee heeft gespeeld, passeert de revue. Fameuze tenten en kroegen waar hij optrad. Allerlei voorvallen lepelt hij op, alsof hij in zijn eigen film speelde. Met zichzelf in de hoofdrol, uiteraard.
Wij knikken beleefd en er ontstaat een tweedeling in de groep. Zij die het lukten  te ontsnappen aan zijn woordenstroom en zij die nog gevangen zitten in diezelfde stroom en overvoerd worden met namen van beroemderikken; informatie over de enorme bedragen die hij verdiende; die jazz-tent en die tent. Samen met de gitarist, die helemaal dichtgeklapt van zijn cappuccino slurpt, knik ik stilletjes.
'Nou, laten we maar gaan spelen', zeg ik. 'Ik neem mijn koffie wel mee naar de studio.'
In de studio echter van hetzelfde laken een pak. Okay, hij kan best leuk bassen en heeft de 8 nummers die we toestuurden, er aardig inzitten. Maar na elk nummer weer dat name-droppen. En hij kan ook heel goed zingen. Wisten we dat al? Ter illustratie barst hij los. 'Een ongeoefende stem maar ach, het klinkt niet onaardig', denk ik. 'Oh, best leuk, je mag wel in mijn achtergrondkoortje meezingen hoor.' Niks daarvan, zie ik hem denken, dat wordt lead zang. Na enige tijd schalt hij er weer op los: weer datzelfde liedje. Beleefd lachend laten we hem even, onderwijl de aantekeningen zoekend voor het volgende nummer. 'Midnight in Harlem, gaat dat lukken', vraagt de toetsenist die toevallig ook erg goed kan bassen. maar dat weet de auditant niet. 'Ja, natuurlijk begin maar', antwoordt hij, 'daar kom ik wel uit.' Na enkele maten stopt de toetsenist en loopt naar de auditant. 'Misschien is het handig als ik het eventjes voorspeel, niet om het een of ander hoor? Mag ik even? Kijk, je blijft in E maar hier ga je naar Am. De auditant rukt nog net niet zijn peperdure bas uit de handen van de toetsenist en bitst: 'zo, ga maar spelen. Ik kom er wel uit.' We spelen en komen niet aan ons minuutje reflectie toe. De auditant heeft haast en wil verder. Hopla, volgende nummer. Hij neemt zelfs de tijd niet meer om namen te droppen of herinneringen aan zichzelf op te halen.
Na een paar uur is het schluss. Het moment is daar gekomen: afscheid en afspraken. De auditant geeft aan dat hij er nog wel een nachtje over wil slapen want tja, hij heeft ook nog die andere jaren zestig band. Okay, die drummer is niet goed en die zanger niet zo goed meer bij stem. 'Ik geef trouwens ook drumles, wisten jullie dat al? En laatst in die band hebben we vijfstemmig gezongen. Maar goed, ik wil er nog wel even over nadenken. ' 'Okay, wanneer bel je ons?' 'Uhm, over een paar dagen.'
De volgende ochtend bellen wij hem maar. 'Bedankt voor de auditie, je kunt bassen maar... ' en we geven hem mooie feedback op zijn gedrag. 'Je past toch niet zo goed bij ons.' 'Nou', zegt hij, 'ik vond jullie erg tegenvallen. Qua niveau.'
Tja...
Lachend kijken mijn man - de toetsenist annex bassist - en ik - zangeres - elkaar aan. 'Zo, nu kan hij wel mooi tegen iedereen zeggen dat hij met Moondance heeft gespeeld.'


maandag 24 december 2018

KOFFIEZET

Stilletjes schuift ze haar stoel vanonder de tafel naast ons, gaat zitten en bestelt koffie. Wij kijken van haar weg, zoals dat gaat in een overvol restaurant waar anderen zo heel dicht bij je moeten zitten. Daarna eten we met smaak verder, ik een omelet, mijn man een broodje kaas. We drinken er een wijntje bij, lekker ontspannen na een paar uur winkelen. Mijn man wil alleen nog een boek kopen, zegt hij. Een thriller, zodat we straks in het hotel kunnen chillen in onze kamer met een stapel leesvoer. We zoeken op de phone naar een nabijgelegen boekenzaak, maar vinden zo snel niks. Wel iets over boekwinkel de Standaard aan de verderop gelegen Keijzerlei. Maar we weten niet goed waar dat is. 'Pardon, mag ik u iets vragen mevrouw', begint mijn man en hij keert zich naar de dame naast ons. Ze zet haar kopje neer en vertelt hem waar boekhandel Standaard zich bevindt. En zo raken we met haar aan de praat, althans, ze zit duidelijk om een praatje verlegen, dat is merkbaar want ze begint meteen te vertellen.  Ze woont hier eigenlijk niet, maar logeert tijdelijk bij een van haar zoons in de stad en gaat volgende week naar haar dochter in Spanje. 'Wat heerlijk, naar het zonnetje', zeg ik. Maar de reden is minder leuk: haar huis is afgebrand, vervolgt ze.
In het Vlaams vertelt ze hoe het ging. Ze ging eventjes naar - oh toeval - de boekwinkel vlakbij, liep over straat en zag de brandweer voorbij razen met loeiende sirenes. Vroeg zich bezorgd af waar de brand was, maar ging nietsvermoedend naar de boekwinkel om wat tijdschriften te kopen. Toen ze eenmaal weer bijna thuis was, zag ze de spuitwagen voor haar eigen huis staan en allemaal mensen op straat die naar haar huis keken dat in lichterlaaie stond. 'Een vreselijke situatie moet dat geweest zijn, mevrouw. Wat heeft u toen gedaan?' 'Awel, ik kon mijn eigen huis niet meer in, dat moest ook eerst helemaal onderzocht worden. Ik ben naar mijn zoon gebracht en daar ben ik nog steeds. Maar inmiddels ben ik druk bezig om alles te regelen, ook voor de verzekering. Naar blijkt is de oorzaak van de brand mijn koffiezet. Kortsluiting. Ik ben deze week weer eventjes in mijn huis geweest en daar hoef je geen deskundige voor te zijn hoor, om te zien waar de brand begon. Als je rondloopt ziet je zo dat het in mijn keuken is begonnen. Bij de koffiezet. Die is helemaal gesmolten.'
We luisteren aandachtig, stellen verdere vragen. Ze vertelt dat ze nu moet aantonen dat zij de daadwerkelijke eigenaar van het huis is. Daar moet ze dan weer een uittreksel voor aanvragen bij de gemeente. Wat haar bijna 200 euro en veel tijd kost. 'Kafka in optima forma', vind ik. We praten verder en ik merk dat de dame het heel fijn vindt om met ons te praten. Ze vertelt maar door en door. Toch nemen we op een gegeven moment maar afscheid, wij willen nog even shoppen. We schudden haar de hand, wensen haar alle goeds toe en ondanks alles toch veel plezier bij haar dochter in Spanje.
Buiten gekomen kijk ik nog even naar binnen. Zie haar zitten. Steek mijn hand, op maar ze ziet het niet. Ze krijgt een nieuw kopje koffie van de ober.

vrijdag 7 december 2018

REDELIJKHEID

'Zo werkt het niet bij mensen als hij. Je kunt bij hem niet van redelijkheid uitgaan. Als je hem op die manier benadert, raak je al snel geërgerd omdat hij niet reageert zoals je verwacht. Hij kan het wel hoor, normaal doen, een gesprek met je voeren, maar dat kost hem zoveel energie; het put hem uit. En als hij zo moe wordt, raakt hij verward. ' Ze knikt en ik ga verder.
'Er zijn veel mensen die zeggen: ik zou het niet pikken! Schandalig wat hij jou aan heeft gedaan door weg te lopen.  Maar die mensen gaan uit van zichzelf, van dat je op basis van redelijkheid met elkaar omgaat. Zodra iemand dat niet kan, omdat er iets met hem is, in zijn geest of psyche, wordt de omgang heel complex. Daar sta je dan met je redelijkheid.' We trekken onze knieën even op om er iemand door te laten.
'Ik snapte in het begin niet wat er aan de hand was, maar voelde wel van alles.' Ze knikt zwijgend, kijkt me even aan. Humt.  'Als iemand waar je zo van houdt zo aan het veranderen is, is dat heel verwarrend. Je snapt niet wat er aan de hand is maar voelt wel van alles. Ik begreep pas te laat wat er echt aan de hand was. En toen was hij al weg, letterlijk en figuurlijk.
Zijn geest is veranderd. Dat vraagt om een andere benadering van hem, te beginnen met aanvaarding.' Ik zwijg. We kijken even samen naar buiten, naar de lage zonnestralen die de kale bomen in het polderland kussen.
'Nou, ik zou er niet tegen kunnen hoor. Ik zou naar hem toegaan en laten merken hoe kwaad ik ben. Hoe egocentrisch hij is.' 'Oh', denk ik, 'het is blijkbaar heel erg moeilijk om uit te leggen hoe het werkt. Niet alleen omdat ik nog steeds niet weet waar hij precies woont, dus ik kan helemaal niet naar hem toe. Maar ook hoe het gevoelsmatig is, dit. Hoeveel pijn het doet als iemand waar je zo van houdt, weg is gegleden. Hand in hand met zijn dwalende geest weg vloog. Mijn boosheid doet er helemaal niet toe naar hem. Hij heeft hulp nodig, geen boosheid.'
'Dat begrijp ik wel, dat je zo denkt,' antwoord ik. 'Maar ik ben niet boos op hem. Ik was wel boos en verward, maar dat kwam omdat ik er in het begin niks van begreep. Nu begrijp ik het wel.
Dat ik hem nooit meer zie, dat doet enorm veel pijn, ook omdat ik weet, dat als ik hem ooit wel ga zien, hij het niet meer is. De jongen, de jongeman die hij was, is weg. Die is verdwenen.'
We zijn er, stappen uit, nemen afscheid. Het was een mooi gesprek; met veel mensen komt het zover helemaal niet. Die vragen uit beleefdheid vaak alleen nog maar naar mijn andere zoon. En als ik daar enthousiast over vertel, reageren ze opgelucht en beginnen snel daarna over iets anders te praten. Is dat redelijk? Ik weet het niet, maar ik begrijp het wel.