vrijdag 18 augustus 2017

EUROPA

Nog een half uurtje, dan moet hij gaan, onze gast uit Azie. We zitten nog even met zijn tweetjes in de huiskamer. Hij heeft zijn lunch op, zijn koffers gepakt en is klaar voor de reis terug. Hij gaat bij me zitten met een kop thee.
Ik bekijk het nieuws over de aanslag in Barcelona. Scroll door naar NU.nl. 'Dertien doden en meer dan honderd gewonden.' 'Ach', zegt hij en opent snel zijn nieuwspagina op zijn phone. Leest ook over de aanslag terwijl ik verder praat. Dat er ook een aanslag had kunnen zijn in Cambrils, maar dat die gelukkig is verijdeld. Dat de terroristen zijn gedood.
Aangeslagen kijkt hij me aan. 'Hoe komt dit toch', vraagt hij.  'De daders zijn hier toch in Europa geboren? Deze mannen komen toch uit Spanje zelf? Hoe komt het dat ze zo haatdragend zijn?' We bespreken het - beetje moeizaam want in het Engels -  hoe dat zo is ontstaan. De toenemende haat naar het Westen. De radicalisering. Dat we worden gestraft voor onze hulp bij de oorlogsvoering tegen IS, op deze manier. En ik vertel ook over de vluchtelingen die per boot Europa binnen komen. Dat we die helpen, humaan als we zijn,  maar dat daar ook mensen tussen zitten die haatdragend naar ons Europeanen zijn. Terroristen in de dop. Dat dat de vraag oproept of we de vluchtelingen nog wel moeten helpen.
'We hebben er maar mee te leven hier in Europa', verzucht ik. 'Met de wetenschap dat er elk moment weer een aanslag als dit kan plaatsvinden. Dan weer in deze stad, dan weer in die. Voor het zelfde geld is Amsterdam een keer aan beurt. Ik ben best vaak angstig in de metro of op het station. Maar we moeten gewoon door met ons leven. Eens zal het toch wel afnemen, dit geweld. Hoop ik.'
Onze gast schudt zijn hoofd, staat op en verontschuldigt zich. Hij moet zijn spullen van boven halen, zegt hij. 'Het is tijd om te gaan.' Na een minuut hoor ik hem de trap af stommelen met zijn zware koffer. Voor de deur nemen we afscheid, veel mooie woorden. Tranen in onze ogen. Hij gaat weer terug naar Hongkong. Hij is blij zijn familie weer te zien na zes weken toeren door Europa. 'En mijn vrienden', zegt hij, 'maar ik zal Europa missen. Het is hier zo mooi.'
Ik betrap mezelf erop, als ik hem weg zie lopen, dat ik haast een soort van jaloers ben op hem. Kon ik ook maar naar Azie.

maandag 14 augustus 2017

ALIEN

Als een alien kruipt de pijn door mijn bovenbeen. Hij verstevigt zijn greep alleen nog maar meer, juist als ik hoop dat het minder wordt door wat te bewegen.
Het is kwart voor drie. Inmiddels weet ik wat me te doen staat. Mijn bed uit!
Beneden ijsbeer ik urenlang door de huiskamer. Zitten is niet te harden, liggen ook niet heb ik de afgelopen nachten geleerd.  Alleen bewegen - lopen, lopen, lopen -  verlicht iets, het leidt af. En... uiteindelijk neemt de vermoeidheid het over, weet ik inmiddels. Dan gaat alles suizen en ruisen in mijn lijf.
Half vijf is het nu. Ik doe de tuindeuren open, ga voor de deuropening zitten op de crapaud. Zere been steunt op de zitting van de andere stoel. Staar naar buiten. Hoor de regen sissen op de tegels in de tuin. Druppels vallen van het blad van de rozenstruik naast de deur. Drup, drup, drup.... Sluit mijn ogen. Nog geen slaap maar wel moe. Doodmoe. Ik zoek afleiding op mijn phone: Instagram - like honderd foto's - , Facebook - like tientallen berichtjes - , Gmail - geen nieuwe berichten behalve reclameshit. Zelfs twitter zoek ik weer even op. Het is vijf uur inmiddels. Schemering.  Blauw licht buiten. Stilte in huis.
Boven slapen mijn man, mijn zoon en onze gast uit China. Ik wil ze beslist niet wakker maken. Sta op en sluip naar de badkamer boven. Laat het bad vollopen en ga er in liggen. Probeer te drijven in het warme water. Dat werkt, de pijn vermindert. 'Dit had ik eerder moeten doen', bedenk ik me. Het giert  nu in mijn oren van vermoeidheid. Maar slapen lukt toch niet want het aanvlieg-uurtje Schiphol is begonnen. Ze mogen weer. Vliegtuig na vliegtuig dendert over mijn huis. 'Vreemd dat ik gewoonlijk door dit lawaai heen slaap', denk ik en droog me af. Laat het bad leeglopen. Sluip naar mijn slaapkamer. Glas water mee. Neem een slaappil en een dikke Ibuprofen en ga weer in bed liggen. Eindelijk zak ik weg. Ben blij, ik heb niemand wakker gemaakt.

donderdag 10 augustus 2017

TROMBOSEPOOT

Een beetje onwennig zitten we om ons heen te kijken, mijn man en ik. Naar het interieur van ons nieuwe ziekenhuis. 'Prachtige, fotogenieke inrichting hier', mompel ik. 'Jammer dat ik hier niet kan fotograferen, zo'n prachtig decor,  met al die wachtende mensen erin.' Ik wijs naar een gesluierde vrouw in een kleurige lange jurk. 'Wat een plaatje. Echt jammer dat ik haar niet op de kiek kan zetten, maar ja, is niet netjes natuurlijk, mensen in een ziekenhuis fotograferen.' Mijn man knikt en we kijken nog eens om ons heen.
Tegenover ons zitten twee mannen van eind 50. De linker in pak, de rechter in spijkerbroek. Zich niet bewust van de akoestiek, bespreken ze hun fysieke kwalen. Daarna begint de man in spijkerbroek over zijn vrouw. Dat ze al een tijdje een stijf been had en zo moeilijk liep. 'Ze dacht zelf dat het door de slechte bestrating buiten kwam, dat ze op straat zo liep te waggelen. Anderen hadden het er ook over, dat ze zagen dat ze zo moeizaam liep. Haar been werd ook een beetje dik en rood. Op een gegeven moment ging ze maar eens naar de dokter en die zei dat ze direct naar het ziekenhuis moest. Ook naar hier, naar de Rontgen. Echo gemaakt. Wat denk je?' 'Nou?' 'Ze had een trombosepoot!' Ik slik en zoek met mijn ogen naar de vrouw in haar kleurige jurk. Maar ze is weg.
'Klik.' De nummertjes op het display aan de muur verschuiven. Nr. BG83058. Ik ben aan de beurt.
Samen lopen we naar behandelkamer nr. 1 op de begane grond. Ik moet van de assistente mijn schoenen uitdoen in een piepkleine kleedkamer. Heb geen zin in dat hokje te wachten maar loop op blote voeten over de lange gang naar mijn man die bij het raam staat. De hippe grijze betonnen gietvloer voelt heerlijk koel. Samen staren we naar buiten. 'Kijk, daar is de psychiatrie. Dat zit nog in het oorspronkelijke gebouw.' Stilletjes kijken we naar de voormalige werkplek van mijn man.
De deur van kamer nr. 1 gaat open. Ik word binnen genood. Mijn man mag direct naar binnen. Ik moet om een of andere reden omlopen via het kleedkamertje.
Na tien minuten verlaten we opgelucht het ziekenhuis. Ik heb geen trombosepoot.
'Zou ook gek zijn, he. Een saxofoniste met een trombonepoot', lach ik. 'Nu even ont-stressen, please.'
We gaan koffie drinken in de blitse koffietent links naast de uitgang. Achter de toonbank staat voormalig personeel uit de ziekenhuiskeuken. Mijn man herkent ze nog. Van vroeger.

zaterdag 5 augustus 2017

SPOET

Marktplaats op Facebook. Nog nooit iets gekocht via Marktplaats op Facebook, maar soms kijk ik er wel op. Wie weet vind ik er dat mooie houten tuinbankje voor in de voortuin. Of die antieke kledingkast voor in mijn slaapkamer. Of vind ik iets decoratiefs voor in huis.
Maar zulke dingen vind ik er nooit. Wel heel veel andere dingen. Zoals een nog nieuwe keukenkast, fineer, die met spoet weg moet. Spoet? Ja, spoet. Of, die nog bijna nieuwe bank die nog in goede staat verkeerd. Verkeerd? Ja, verkeerd.
Ontluisterende foto's ook. Twee hoge spiegels waarin je de huiskamer van de verkoper ziet weerspiegeld. Het is er een grote rommel en erg stoffig. 'Laat maar zitten, die spiegels', denk ik dan.
Of dat lantaarntje, voor 15 euro. Met inhoud, staat erbij. Er staan twee stompe, deels afgebrande, kaarsen in, opgeluisterd door een paar plastic dennen-takjes. Dat roept vragen op. Bij mij althans. Waarom moet ik die inhoud ook kopen? Denkt de verkoper dat die 15 euro anders teveel gevraagd is?  'Vooruit, dan geef ik die kaarsen er gratis bij. Plus die twee plastic takjes.' Zou hij dat denken?  Maar ik denk: 'Nou, laat maar zitten dan, straks zit ik met die kaarsen en die takjes, moet ik thuis die rommel weggooien.'
Elke keer klik ik 't toch maar weer weg:  Marktplaats op Facebook. Nog nooit iets gekocht via Marktplaats op Facebook.

zondag 30 juli 2017

BMW

Sta te wachten. Op de zeven. Nog drie minuutjes, meldt het scherm boven mij. De zon schijnt, witte watten-wolken worden voort gedreven door de frisse westenwind. Mijn haar waait voor mijn ogen en ik duw het achter mijn oren, zet mijn zonnebril op en kijk naar de talloze winkels aan de overkant. Een Turkse bakker, Turkse groentezaak, huurkleding voor sollicitatiegesprekken, een leegstaand pand, een winkel in tweedehands PC's en printers. Tussen de winkels en de tramhalte bevinden zich de tramrails annex busbaan, een tweebaans weg, een lange rij geparkeerde auto's en een breed, druk belopen trottoir.  Vlakbij, links van mij, hangen hoog boven de weg, stoplichten.
Bussen, trams, vrachtverkeer, werkbusjes en personenauto's razen voorbij.  Het licht springt op rood. Een goudglanzende Mercedes stopt, de grote, hoge vrachtwagen erachter ook en daarachter stopt een zwarte BMW,  vlak voor mij. De strak-gekapte jongen in zijn leren jasje, de bestuurder,  biedt de jongen naast hem een sigaret aan. Met gevoel voor decorum steken ze de sigaret tussen hun lippen. Als filmsterren, zo zitten ze daar, een beetje James Dean achtig stoer te zijn.
De bestuurder draait zijn raampje open. Hij ziet me kijken en gooit de lege sigaretten verpakking op straat. Onderwijl springt het licht op groen. Direct grijpt hij zijn stuur, perst de sigaret zo strak tussen zijn lippen dat hij schuin omhoog steekt, schakelt en geeft een enorme dot gas. Gierend scheurt de BMW om de vrachtwagen heen en duwt zichzelf direct voor die logge bak die maar net aan op gang komt. De Mercedes  is genoodzaakt een dot gas te geven om de BWM er tussen te laten. De vrachtwagen moet juist remmen. Verbaasd kijk ik de drie auto's na die richting rotonde rijden. De BMW schiet weer naar links. Getoeter van anderen.
'Het zal je kind maar wezen', denk ik en pak mijn GVB-kaartje. De zeven is in aantocht.

vrijdag 7 juli 2017

GENIETEN

De achtertuin heeft een flinke transformatie ondergaan, de afgelopen weken. Van uber-groene volgepropte hippie-tuin met een half ingestort jaren '70 grindtegel-terras naar een fris-betegelde anno- nu-tuin met leuke, echt leuke rieten meubeltjes. Beetje sixties modelletjes. Grote planten in grote potten in fraaie composities bijeen gezet op het ruime terras van oogstrelende meditterane tegels. Een tafel vol potten met geurige kruiden in knusse mandjes om het af te maken. Nieuwe schutting eromheen.
Elke ochtend spoeden we ons naar beneden, hopla, gordijnen opzij, schuifpui open en daar staan we weer. Verwonderd en verliefd om ons heen te kijken, in ons nachttenue. 'Wat is 't mooi geworden, he?'
Al voor zeven uur dekken we de ontbijttafel en zitten in ons ontwakende tuintje - vogels kwinkelerend in de bomen, verder een serene rust nog in de buurt - te eten. 'Kopje thee nog dear?' 'Yes please. Wil je nog een boterhammetje?' 'Nee, dank je, zo is 't genoeg.' Snorro naast ons. Zij vindt de tuin haast nog heerlijker dan wij. De hele dag ligt ze te chillen op de warme tegels, af en toe kiest ze voor een afkoel-momentje in het grind. Ze blijft naast ons liggen als we zo zitten te ontbijten, oogjes toe. En wij maar om ons heen kijken. ' Het lijkt wel alsof we op vakantie zijn, he?' 'Ja, net het terras in ons huisje in Domus de Maria. Haast nog mooier. Mooier, eigenlijk. Nou... anders...'
Mensen zeggen dat ze het zo romantisch vinden, zoals wij doen. Dat van dat ontbijten in ons tuintje, dat genieten voordat we weer naar het werk vertrekken. 'Bijzonder zoals jullie dat doen, lief hoor, lief stelletje zijn jullie.' Ik denk dat ze gelijk hebben, die mensen.

zondag 25 juni 2017

BIJBAANTJE

Buiten is het al bijna dertig graden, binnen is het niet veel koeler. Treinuitval hiervoor en de trein die wel komt, is veel te klein voor al die mensen op het perron.  Wat betekent: proppen en doorschuiven bij elke stop.
Zweet druppelt over mijn rug en kringelt zo mijn slip in. Ik sta inmiddels op het gangpad in de eerste klasse, naast een groepje van vier jonge mensen, niet ouder dan achttien, schat ik zo in, dat royaal zit en niet van zins is voor anderen op te staan. Wie 't eerst haalt, die 't eerst maalt.
Een van hen - een jongen met een snelle babbel - heeft de lachers op zijn hand. Hij vertelt over zijn theorie-examen waarvoor hij zakte. Geeft hilarische voorbeelden van vragen. Dan gaat hij over op zijn nieuwe bijbaantje. Hij is drager van lijkkisten bij uitvaart-diensten. 'Van de drie uur ben je eigenlijk maar tien minuutjes actief. ' 'Oh ja, hoe werkt dat dan?'  'Nou, je tilt alleen even de kist uit de auto en draagt 'm naar de zaal. Zet je de kist neer. Dan maakt iemand van de aula de kist even open en kijkt effe naar dat lijk en uhm...' ' Oooh jasses', gruwt het enige meisje in het gezelschap. 'Waarom is dat? Naar het lijk kijken?' 'Uhm, weet ik niet eigenlijk. Ik denk om effe te checken of het wel het goeie lijk is.' Een van de andere jongens valt 'm bij. 'Tuurlijk, ze moeten toch weten of dit echt de goeie is? Stel je voor dat de verkeerde er ligt, dan zit de verkeerde familie in de zaal. Zoiets.'  De vier knikken: dat moet de reden wel zijn. 'Ik heb nog nooit een lijk gezien', zegt het meisje. Nog nooit een dode meegemaakt.' De snelle babbel blijkt de enige van het viertal die wel dode mensen heeft gezien, maar dan uitsluitend om bedrijfsmatige redenen.
Als ze uitgestapt zijn, ga ik op de plaats van het meisje zitten en bedenk me dat dit iets is waarvan ik nog niet bewust was dat 't bestond: werkstudentjes die kisten-drager zijn bij uitvaarten. Dat deden toch altijd de kraaien van 't dorp? Gepensioneerde mannen? Ik moet er helemaal over nadenken merk ik en denk aan zo'n uitvaartdienst. Ben je intens verdrietig omdat je een naaste begraaft, wordt zijn of haar kist gedragen door een knul van achttien, een student die er zo openlijk over praat in de trein op weg naar college. Dat hij het een te gek bijbaantje vindt want: 'je hoeft maar tien minuten actief te zijn van de drie uur waarvoor je betaald krijgt.'
Zal me niks verbazen als ze in de tijd dat ze moeten wachten, tijdens de dienst, met hun studieboeken voor hun neus in de keuken wachten. Tussen de koffie met cake.