zondag 17 mei 2020

VIRTUELE RELATIE OPBOUW

Ik merk dat het niet meevalt om ergens vers aan de slag te gaan, terwijl je de nieuwe collega's nog nooit in het echt hebt gezien of gesproken.  Het is echt inspannend. Ik ben voor hen nog een heel abstract gegeven en dat geldt omgekeerd net zo.
Ik word er best moe van, mijn brein heeft het er moeilijk mee, want ik wil een relatie opbouwen,  een goeie binding krijgen, maar hoe doe je dat? Wat is dat moeilijk, zeg. En voor hen net zo goed naar mij.

Want zeg nou zelf: wat voor binding heb je met mensen die je alleen kent van mailen, af en toe een telefoontje of wat video-callen of elkaar zien en spreken via teams of zoom?

Er ontbreekt iets.

Er ontbreekt iets in het contact waardoor ik - als ik de verbinding uit klik - de anderen weer helemaal kwijt ben. En dat zullen de anderen, die aan de andere kant van mijn cameraatje zaten, ook met mij hebben.
Dan zit ik daar alleen in mijn keuken en kijk naar buiten en hoor de ruisende stilte. Niks niet even lekker nakletsen en samen met de lift naar beneden, terug naar je werkplek.

Ik merk het ook aan het feit dat ik weliswaar netjes word uitgenodigd voor allerlei online bijeenkomsten, maar dat ik - de nieuweling - geen stukken krijg toegestuurd. En ik me dus suf zit te mailen en bellen om te achterhalen wie in go-des-naam de agenda en het verslag toestuurt. En de sheets en de notities. De actielijst. Het overzicht met de te bespreken mensen. Noem maar op. Ik krijg het gewoon niet. Omdat ik in de mind-set van de nieuwe collega's nog geen echt mens ben.

Denk ik.

Want ze weten niet dat ik met mijn beentjes schop als ik loop; dat ik bloos als ik plotseling in de aandacht sta; dat ik graag grapjes maak en het heerlijk vind als mensen erom lachen; dat ik graag lekker meepraat en niet alleen wil luisteren; dat ik elke dag een lekker licht bloemig & citrus-achtig geurtje draag; dat mijn haar glimt als het pas gewassen is en naar honing ruikt. Ze weten niet dat ik graag cappuccino drink - en altijd voor anderen wat meeneem uit de keuken -  en dat als ik zelf broodjes van huis meeneem, er bijna altijd pinda-kaas opzit. En dat ik heel graag appeltjes eet, zeker als ik anderen appeltjes hoor eten. Dat geluid doet me het water in de mond lopen en als in een reflex pak ik de Jonagold uit mijn tas en zet er mijn tanden in. En oh ja, ik poets altijd eerst mijn appeltje door hem op te wrijven over de stof van mijn broek of rok. Dat weten ze allemaal niet.
Ze zien mijn volgepropte, veel gebruikte handige rugtas niet staan naast mijn stoel, mijn leuke, hippe jas niet hangen aan de kapstok, mijn knalroze colbertje niet bungelen over de rugleuning  in de vergaderkamer.

Nieuwe relaties opbouwen - het leukste van het interimmen, vind ik - me profileren, het lukt niet goed nu dat louter virtueel moet. Ik tenminste,  vind 't verdomd moeilijk.

Dus heb ik gezeurd of ik alsjeblieft niet voor 1 keertje, nee echt voor 1 keertje maar, naar kantoor mag. Om de mensen die daar wel elke dag werken - want de meesten hebben een vitaal beroep - in het echt te ontmoeten.
Het mag!
Woensdag ga ik! Heerlijk! Ik heb er zin in, mensen!

zaterdag 9 mei 2020

EIGENLIJK

Wat mis ik het, verdorie, wat mis ik het. Dat koffertje dat al een dag of wat van te voren klaar staat, waar ik zo af en toe iets in doe, herschik en er soms weer iets uit haal. Die schoenen mee? Ach, nee, die ga ik toch niet dragen, want ik moet daar lopen en lopen en lopen. Liever mijn sneakers en die draag ik onderweg al. Bikini mee? Ja, toe maar, zo'n klein laagje kleding kan geen kwaad, ook als ik 'm helemaal niet ga dragen, daar.

Daar. Verre einders, drie uur weg, zes uur verder of zelfs negen of elf uur verder.

Wat houd ik hier toch van. Dat koffertje nog een keer checken op too much stuff, nog een keer schikken. Dicht ritsen en klaar staat ze, mijn schattige rode rolkoffertje. Wachtend op wat komen gaat.
Op de taxi die al om vier uur voor staat en ons naar de vertrekhal brengt. Waar de slaap waar ik onderweg nog zo'n last van had, ineens verdwenen blijkt. De adrenaline is namelijk begonnen te stromen. Eerst goed kijken waar we naar toe moeten. Nu al fantastisch, al die mensen van all over The World. Zo heelijk om naar te kijken. Wat zijn ze mooi!

Altijd even spannend, dat inchecken: doen we het weer allemaal goed dit keer? Dan de check op je kleding en handbagage. Schoenen uit, riem af, jasje uit. Soms ook nog door de body-scan. Of nog een keer je paspoort tonen. Te veel dingen te snel tegelijk moeten doen. Opgelucht alles weer omdoen, aantrekken en dan... dan wacht het zalig kuieren door de hallen.

Eerst boeken kopen, altijd bij dezelfde kiosk. Gewone boeken en van die kleine leggertjes. Smullen! En wat mooie tijdschriften. Dan even snuffelen bij de zaak met koptelefoontjes en aanverwante artikelen. En dan... koffie! Een grote bak met een lekker broodje erbij. Veel te duur; altijd weer moppert de man over die schandalige prijzen.
Mij maakt het niet uit. Het hoort erbij, bij het reizen, toch? Je slaperigheid weg slobberen met een grote, dure bak koffie. Peuzelen aan een croissantje en onderwijl gluren naar de mensen om je heen. Beetje appen met de familie thuis.

Tijd om naar de gate te gaan. De tasjes met de boeken en tijdschriften snijden in mijn polsen. Snel prop ik alles alvast in mijn rugtas. Voor straks, onderweg, me afvragend welk boek ik als eerste zal gaan lezen. Schuifelend naar m'n zitplek, spullen snel snel in de laadruimte boven mijn hoofd proppend, meestal doet de man dat voor mij, want hij is groot en ik ben klein.  Seatbelt om, jippie, we gaan, we stijgen op!  En als we hoog genoeg zijn, m'n  koptelefoontje op om te luisteren naar de nieuw gedownloade spotify-nummers.

Op weg naar... Altijd op weg naar weer een mooie, geweldige, inspirerende plaats op deze mooie aardbol.

Eigenlijk zouden we nu in Hongkong moeten rondlopen, gezellig kletsend met de kinders, hapje hier, ijsje daar, fotootjes maken. Genieten van de markt, de shoppingmalls, met de ferry erop uit. Kennis maken met de schoonouders van mijn zoon, de ouders van mijn schoondochter. Uit Beijing. Ik had me er zo op verheugd.

Eigenlijk...

Dit mis ik nu. Ik mis het.  Ik mis jullie.

maandag 27 april 2020

GOEBBELS

'En... ga je nog op vakantie deze zomer?' De man grinnikt en we spelen dat het echt is: hij is mijn klant, ik ben zijn kapster. Hij verzint een vakantiebestemming en ik babbel er op los. Maak nog even snel een foto van zijn huidige coupe corona.  We appen de foto door naar HK, zodat zoon en schoondochter daar mee kunnen genieten.

'Ik begin met uitdunnen, okay? 'Vol vertrouwen zit hij daar. Vol vertrouwen knip ik erop los. 'Wat veel haar heb je toch,  vent! Wat veel kruinen! Wat een gek haar, eigenlijk. Rechts zit het heel anders dan links. Rechts kan ik mooie veertjes knippen, maar links niet.' 'Veertjes? Ik ben toch geen kalkoen of zo?' 'Nee, maar rechts kan ik het zo knippen dat het als veertjes over elkaar heen valt, de laagjes, zeg maar. Links is er geen touw aan vast te knopen. Daar gaat je haar alle kanten op. Lastig, man!'

Enthousiast dun ik zijn haar eerst aan alle kanten uit.  Lekker klusje, wel. Daarna moet ik de pluk haar op zijn voorhoofd, dat eilandje tussen de inhammen, kort knippen. 'Mike pakt het altijd tussen zijn vingers en wat er boven uit steekt, knipt hij weg.' 'Okay, geen probleem. ' Zorgvuldig knip ik met de gewone kappersschaar, dus niet de uitdunschaar, het plukje korter. En korter. 'Zoooo, dat zit goed. Kijk even in je phone. Ben je content?'

Ja, hij is content. 'Maar nu moet je in mijn nek scheren, Venus. Dat matje moet weg. Gebruik daar dit voor.' En hij overhandigt mij de tondeuse. 'Wel, daar heb ik nu nog nooit mee gewerkt. Hoe moet dat?'  'Zet maar eerst op standje 2.'
Heel voorzichtig schuif ik met dat ding over zijn nek. 'Er gaat geen haartje af. Echt niks.' 'Zet maar op 4 dan.' 'Okay. Mmmm, nou, zet niet veel zoden aan de dijk, sorry. Ik knip wel wat van die rand van dat matje.'  Zo gezegd, zo gedaan. Ziet er best aardig uit. Kam erin, wat er bovenuit steekt, toch weer even met de uitdunschaar wegknippen, zodat het mooi valt.

'Die bakkebaarden, wat wil je daarmee? Die zijn best grijs en droog.' 'Die moeten heel kort, Venus. Dat doet Mike altijd met de tondeuse, maar dan zonder opzetstukje. Kijk, zo.'  En hij haalt het opzetstuk los. Vlijtig begin ik te scheren. 'Wow, dat gaat een stuk beter. Ik doe je nek hier ook even mee, hoor. Zo gaat het tenminste weg!  Wat een heerlijk klusje. Ik scheer er nog een randje af. En nog een! Wow, kappertje spelen is leuk! '

'En dan nu dat randje boven mijn oren. Dat scheert Mike altijd weg. ' 'Okay, oei, best eng, bij je oren, man.'  Ik ga aan de slag, duw de oorschelp plat en verwijder een rand haar bij de linkeroor. Kijk even en front hoe het zit en ga dan verder met de rand boven het rechteroor. 'Klaar. Gelukkig, geen verwondingen. Echt wel eng, hoor, bij je oren scheren. '

'Nu stop ik, man, ik ben er moe van. Het is spannend, hoor, iemands haar knippen.' 'Aaah, Venus, doe ook meteen mijn wenkbrauwen. Daar steken een paar grijze haren uit. Doet Mike ook altijd.' Met toegeknepen ogen wrijf ik mijn vingers over zijn wenkbrauwen en duw een grijs haartje opzij. 'Stil zitten nu! Niet bewegen en ook niet kletsen! Dat kan echt niet, nu!'  Ik knip de weerbarstige wenkbrauwhaar zo kort mogelijk weg. En nog een. Dan ook aan de andere kant.

' Zo, ook weer gepiept. Moet ik nog even stylen?' 'Graag, doet Mike ook altijd, ja.'
Snel spurt ik naar de badkamer, om gel te halen. Met veel liefde wrijf ik de gel door zijn haar en fatsoeneer het her en der met de kam.

' Keurig!  Klaar hoor. Nu stop ik. Kijk nog even in de phone, please.' 'Wacht, ik maak even fotootjes voor HK, nog even stilzitten.'

De man klikt zijn eigen phone aan, zet de camera op selfie-stand en slaakt dan een vreselijk kreet.
'Neeeee! Wat heb je gedaaaaan! Venus!! Wat verschrikkelijk. Afschuwelijk!!!' Hij grijpt naar zijn haar en draait zijn hoofd alle kanten op.  Hij maakt geluiden als een huilende wolf!
'Nou ja, zeg! Wat is er aan de hand, man! Het zit toch gewoon goed?!'

Met een grote zwaai gooit hij de handdoek op de grond en rent in drie stappen de trap op. In de badkamer hoor ik al snel water stromen, potjes schuiven. Af en toe een boze schreeuw!
'Verdomme. Ik lijk Goebbels wel!'

Onderwijl stuur ik de foto's van het eindresultaat naar HK en schrijf erbij dat vader vindt dat hij zo net Goebbels is. Een nazi!. De zoon is het helemaal niet met zijn vader eens. 'Hoe kom je daar nou bij, pap. Je lijkt niet op Goebbels! Je lijkt op Hitler. Kijk maar.'
En hij appt een foto door van Adolf. Ik pies in mijn broek van het lachen.
'Sieg Heil', schrijf ik eronder. De man begint druk te appen met onze zoon in HK. Het wordt steeds dramatischer, wat hij schrijft.

Dan gaat de bel. Er staat een vriend voor de deur. Een vriend van mijn man. Mijn man heeft wat te vertellen. En anders ik wel.

donderdag 23 april 2020

BRUIDSMEISJE

Na een lange dag thuiswerken, beurtelings in de keuken en op zolder, klik ik mijn laptop uit. Stoppen nu Venus! Ik heb er acht uur opzitten, gisteren zelfs 10 uur. Ik ben er moe van, mijn rug zeurt en ik voel dat ik een beetje teveel van mezelf heb gevraagd. Mijn brein is echt moe. Ik moet er even uit. Ik besluit lekker door mijn dorp te gaan kuieren.

Buiten schijnt de zon, de koude noord oosten wind van de afgelopen dagen is gaan liggen. Ineens is het zomer! Een beetje wazig en onwennig, alsof ik uit een andere film ben gestapt, wandel ik door het dorp. Even naar de winkelstraat. Ik vind dat ik wel iets leuks verdien, na al dat harde werken. Gisteren gevangen tenslotte. De koopkriebels kriebelen.

Ik ga de schoenenzaak in en mijn oog valt meteen op een paar limoengroene sneakers. Wauw, wat mooi. Voor de vorm bekijk ik nog een x aantal andere schoenen, maar weet al dat het de limoengroene worden. Ik koop ze.
Als ik heb afgerekend, staat de verkoopster erop de sneakers nog even te sprayen, maar dat moet voor de deur gebeuren, buiten. 'Psssst, psssst.' 'Ja nu even omdraaien.'
He, daar zit mijn oompje. Op zijn stoepje voor zijn huis. Op zijn stoeltje. Wat gezellig, daar ga ik zo even mee kletsen, neem ik me voor. Ik neem afscheid van de verkoopster en loop naar mijn oompje.

We voeren een mooi gesprek, zij het op gepaste afstand. Over het leven, over gezondheid. Over de liefde. Over het ouder worden. Over onze kinderen. Ik vertel over mijn zoons, allebei zo ver weg. Over het verdriet dat ik heb om mijn oudste. De schrijnende pijn, diep van binnen en dat het leven toch maar door- en door- en doorgaat. Dat ik de jongste niet kan bezoeken vanwege de pandemie. And so on.

Het voelt als een gesprek met iemand die het leven overziet, mijn oompje. Hij wordt een dagje ouder, tenslotte. Ik vind het mooi dat hij zo openhartig is.

'Je was mijn bruidsmeisje', zegt hij ineens met een vertederde glimlach. 'Zo schattig.' 'Ja, oompje, 45 jaar geleden. Maar ik weet het nog precies. Prachtig hoor, zo'n herinnering. Voor jou. Voor mij. Mooie momenten in ons leven.'

We nemen afscheid. Ik loop verder. Op mijn limoengroene sneakers. Ze zitten heerlijk.

vrijdag 10 april 2020

VLEERMUIS-EFFECT

'Dit is een moment van reflectie. Hierna wordt het nooit meer zoals hiervoor. We gaan anders werken, wedden? Veel meer thuiswerken, je ziet het, het kan makkelijk! File probleem opgelost evenals die overvolle treinen in de spits!'
'En dat vliegen, al dat reizen, waar was dat eigenlijk goed voor?'
'Kijk eens naar de lucht, hoe schoon. Wat een stilte, he, zonder vliegtuigen.'
'Luister, je hoort de vogels zingen, alsof je in het bos bent. Heerlijk toch ook, die rust in de steden en dorpen.'
'Die afstand in de winkels, zeker bij het afrekenen, geen gehijg in je nek meer van klanten achter je bij de kassa. Mensen wachten netjes voor elkaar op straat: 'Gaat u maar voor hoor, nee, gaat u maar hoor. Oh, dank u wel.'

Je hoort veel, je leest veel, je ziet veel, je denkt en bespreekt veel.  In deze bijzondere tijd.

En een  bijzondere tijd is het, zeg dat. En best knus, ook.
'Ahaaa, er is weer een pers-conferentie. Nice.' We gaan er echt even voor zitten. Die Rutte cs. doen het best goed. En die doven-tolk. Die is top! Zeker haar uitbeelding van het woord 'hamsteren'. Iconisch, haast.
We kijken naar het nieuws.
'Oei, die Boris! Doorgewerkt terwijl hij zo ziek was.'
'En Trump kan 't vergeten in november, mensen!'
Maar we vergeten helemaal alle ellende in de rest van de wereld.
De brandhaarden, het menselijk leed elders. Vluchtelingen.

De media kopt dan weer dit, dan weer dat:
- Het zijn voornamelijk de te dikke mensen die ernstig ziek worden, het niet overleven.
- Het zijn alleen maar heel oude mensen die anders toch ook al zouden overlijden aan een griepje.
- Het zijn alleen die gebieden die getroffen worden,  waar de vervuiling het hoogst is.
- Het zijn alleen landen met een hoge welvaart, waar mensen veel reizen en thuis dicht op elkaar leven.
-Familiecultuur, extraverte levenswijzen, carnaval...
Zie je wel, daar komt het door. Kijk maar naar de grafieken.
'Bij ons gaat het harder dan bij de rest. Oei!' 'Oh, nee, Italië heeft nog steeds het hoogste aantal.' Kijk maar naar de grafieken!'

We worden wakker met zijn allen. 'Oh, he, we hebben wel een beetje weinig IC-bedden, he? Hoe kan dat nou?' Ach, is daar op bezuinigd de afgelopen tijden? Joh! Ook op het personeel. Nee, echt?'
Applaus voor het ziekenhuispersoneel!
Uhm, misschien helpt een stukje loonsverhoging beter?

Die Albert Heijn, he, eerst liet 'ie alle hamsteraars hun Goddelijke gang gaan. Karren met koppen d'r op. Klanten van Appie kunnen zich dat blijkbaar permitteren. 'Hupsakidee! Even voor 500 euro boodschapjes doen. Zo, de buit is binnen.'
Als eerste leeg verkocht, geen reepje toiletpapier meer te koop, geen rijstkorreltje meer te vinden. Om half 1 's middags al het groente, fruit en brood op.
Stelletje hufters. Wat heb je nou aan een zolder vol wc-papier? En kasten vol verse groente?! Fruit dat bederft?!
Mochten bejaarden tussen 7 en 8 komen. Vergeet 't, doen ze echt niet. Bejaarden. Daarover later meer in dit stukje.
Maar goed, Appie is nu roomser dan de paus, moet je buiten wachten, in rijen voor de deur. Ja, ja, ze hebben de buit binnen. Nu kan 't wel even lijden.
Albert Heijn let op de kleintjes?! Forget it!
Nee, dan dat kleine buurt-supertje in het buurtje met goedkope huurwoningen. Die voerde meteen een slim deur-beleid, alles werd schoongehouden. Wc-papier op aanvraag, want dat houden ze netjes verborgen in de voorraad-ruimte. Toppie!

Discussies op Linked-in en andere social media.
'Ach, vast best wel nodig, hoor, al die maatregelen, maar de economie lijdt eronder, mensen. Dat wordt wat, straks, hoor. Is het echt wel nodig, alles op slot en platleggen? Zo erg is het nu toch ook weer niet, he? Het is maar een eenvoudig griepje, hoor.'
'De bouw ligt straks plat. Wedden? En dan?  Terug naar 2008?! Nou, nee, dat was toch anders, hoor. Nu is alles veranderd, echt alles. Toen niet.'
'Al die ZZP-ers die ineens van een minimum inkomen moeten leven. Geen droog brood meer kunnen kopen.' 'Ach, ZZP-ers, die kiezen er toch zelf voor om niet in dienst te gaan?' 'Wat?! Ben je helemaal gek geworden, joh. Wat dacht je, dat het alleen maar rijke, hoogopgeleide vrije jongens en meisjes zijn die op het strand in Thailand ICT-werk doen? Wat dacht je van kunstenaars en artiesten? Van al die laagbetaalde ZZP-ers, die feitelijk stukloners zijn?'
Wel fijn, zeg nou zelf, dat we nog ergens miljarden en miljarden hebben liggen. Nederland blijkt een Dagobert Duck-kelder te hebben.

Heldere scheidslijnen binnen onze bevolking tekenen zich af.
Want: moet je eens kijken, juist de bevolkingsgroep waar we allemaal voor thuisblijven, trekt zich nergens wat van aan. Loopt in groepjes te wandelen of zoeft voorbij op de E-bike, gaat geen centimeter voor anderen opzij. Verwende apen, die senioren!
De goeden daargelaten, hoor.
En al die pubers die gewoon doen alsof er niks aan de hand is. Feesten geven, samen scholen op pleinen en daar tot diep in de nacht herrie maken. Potje te provoceren. Stappen zo op de trein of de bus, zonder te betalen. Gedragen zich asociaal in de trein, schreeuwen, zetten muziek keihard. Maken stomme grappen en gaan expres hoesten. Sommigen gaan vechten met de conducteur of chauffeur.
Waarom wordt daar niet op gehandhaafd? Op die verwende gastjes!
Wie laat zijn kinderen dit nu doen?

Er zijn er heel wat die hun huisje gaan kuisen. Met behoud van salaris. Deze vorm van thuiswerken loont de moeite, mensen, klaarblijkelijk.
Soooo very very dutch, ook.
En hoe ergerlijk, die fucking buren die zogenaamd thuis werken, maar hun hele huis gaan verbouwen. Ineens. Dagenlang lopen  te boren, te zagen, te hakken, te timmeren. En daarna alle troep afvoeren naar de vuilstort en het er voor over hebben dat je daar nu urenlang in de file staat.
Terwijl er mensen om hen heen vlijtig thuis zitten te werken, maar zichzelf niet kunnen verstaan tijdens het Zoomen. Omdat de buurman net met die klote klopboor bezig is.

Niet bij onze ouders en andere familie-leden op bezoek mogen komen. En zij niet bij ons. Echt niet leuk. Vaders en moeders die hun verjaardag alleen moeten vieren. Oma die in het bejaardenhuis zit te verpieteren.
Het bejaardenhuis.  Gisteren liep er nog een draaimolen-mannetje voor de deur, met zo'n kleine draaimolen. Geen raampje ging er meer open. Ze zijn er vast klaar mee, de bejaarden. Met al die goedbedoelende artiesten voor hun deur.

Ja, ja, die verwende senioren en feestende pubers en klopborende buurmannen.
Wij maar dagen, weken en straks maanden achter onze laptopjes aan keukentafels proberen te werken.  Onderwijl onze kinderen les geven. Of juist allenig thuis zitten te verpieteren. Oorverdovende stilte na de Team-sessie.
Geen geintjes en gebbetjes en koffie halen voor elkaar.
Geen bal aan, hoor, de hele dag thuiswerken.
Vet saai. Maar ook vet stress-vol.
's Nachts zijn onze hersenen overprikkeld, slapen we niet, omdat we de hele dag op schermpjes hebben gekeken, voor het werk en 's avonds kijken we ter ontspanning Netflix en tv. Onderwijl controleren we onze telefoontjes dag en nacht, niet alleen for fun maar nu ook voor het werk.

Kennissen, collega's, familie-leden, vrienden die ziek worden. Elke keer schrik je je rot.
'Wat, is die ook al ziek? Zo'n gezonde, jonge kerel?!' 'Ja, maar hij heeft eigenlijk nergens last van, hoor, maar moet wel wekenlang in quarantaine blijven. En zijn vrouw ook.' 'Okay. Oeps. Wekenlang je huis niet uit!'
Maar de ander sterft een eenzame dood. Op de IC. Alleen, hooguit met een verpleegkundige naast het bed. Hartverscheurende verhalen zijn dat, waar je beroerd van wordt en die je diep raken.

En dit alles, mensen, dit alles begon met een vleermuisje dat een angstig scheetje liet op voedselmarkt ergens in Wuhan, een miljoenen-stad waar we desalniettemin voorheen nog nooit van hadden gehoord, maar dat terzijde.
Die vleermuis die een scheetje liet. Een heel vies scheetje vol virussen.
Het vlindereffect? Ja, daar heeft het wat van weg.
Misschien beter om het vanaf nu het vleermuiseffect te noemen.


maandag 6 april 2020

NIEUWE OPDRACHT

Ongemerkt buig ik toch wat verder naar voren. Ik praat harder dan normaal, hoor het aan mezelf en herstel. Demp mijn volume. Draai mijn hoofd iets verder van het licht want tjeeeezus, wat een rimpels heb ik ineens in dat scherpe licht van de keukenlamp. Zouden zij mij nu echt zo zien? Met dat rimpelkoppie? Ik hoop het toch niet, want ik wil wel een beetje een leuke indruk maken.
Misschien hebben ze wel een vies schermpje, dan zien ze mij niet zo scherp.

'Welkom in mijn keuken. Ik zit hier al 3 weken achter mijn laptop. Helemaal alleen. Leuk om kennis met jullie te maken? Waar zitten jullie?'

Ik praat met Janneke en Annemiek. Mijn nieuwe collega's, althans, ik ga over een paar weken met ze samen werken en maak nu alvast kennis. Via Video Call van Whatsapp. Zo met zijn drietjes is dat best goed te doen. Makkelijker dan dat gedoe met Teams en Zoom. Want op mijn Mac Notebook is het installeren van Teams een Ka-klus waar ik nog steeds niet uit ben. En Zoom heb ik alleen nog maar op mijn phone. Dan maar liever Whatsappen, dat snap ik tenminste.

Anyway, we gluren naar elkaar alsof we aapjes achter glas zijn. Zij zijn mijn aapjes, ik ben hun aapje. We zijn gluurder en gluur-object tegelijk.

'Nee, ik zit niet in de keuken', vertelt Janneke. 'Ik zit in de huiskamer.'  Dat klopt, ik zie dat ze op de bank zit. Er beweegt een staart door het beeld. Een van haar honden. Annemiek zit op haar werkkamer. Om haar heen is het een beetje schemerig. Ik zie alleen maar een muur en een deur.

We vertellen elkaar wie we zijn. Over onze achtergrond, waar we wonen, hoe oud we zijn. Over onze relaties, kinderen en huisdieren. Hobbies. Als ik praat, zie ik ze ingespannen naar me kijken. Ik maak een grapje. Ze lachen. Gelukkig, het gaat goed. Ik zie mezelf ontspannen, in dat vakje rechtsonder in beeld.

Al snel vertellen Janneke en Annemiek me van alles over de afdeling waar ik voor ga werken. Van Annemiek ga ik veel werk overnemen. Zij gaat ergens anders aan de slag.
Ik moet met nog meer mensen kennismaken, vertellen ze. Met nog twee vrouwen waar ik werk van ga overnemen. En met een programma-manager waar ik mee ga samenwerken. We spreken af dat we dat snel gaan organiseren. Kennismakingsgesprekken inplannen via de agenda, praten doen we wel via Video call, Teams of Zoom.

Na een half uurtje moeten we stoppen, want Annemiek heeft een Teams-sessie. We horen allerlei incheck-geluiden, een man begint tegen haar te praten. 'Wacht even', zegt ze tegen hem, 'eerst even dit gesprek afronden.'
We nemen afscheid. Klik. Uit.

Het is meteen weer stil om me heen. Ik sta op en schenk een kopje thee in. Loop naar het raam en kijk naar de tuin. Het is schitterend weer. Alles ontluikt. Ik denk na over het gesprek van zojuist. Van mijn leven lang niet heb ik op zo'n manier kennis gemaakt met nieuwe collega's. Nog nooit heb ik op deze manier werk van anderen overgenomen.

Ik ga weer zitten en zie dat Janneke al stukken heeft gemaild. Ik klik ze open en begin te lezen.

zaterdag 28 maart 2020

IK MIS JULLIE

'Nou, pap, fijne dag verder, maak er ondanks alles een feestje van, samen met mam.' Mijn vader lacht en zegt echt van die pappa-dingen als: 'Dankjewel, Venus, ik ga nu weer verder hoor. Ik ben samen met je moeder het bed aan het opmaken.'

Glimlachend klik ik de phone weer uit. Mijn man schenkt nog een kop koffie in en we eten met smaak van ons slagroomgebakje. Waar we eerst een foto van maakten voor op de family-app. Wat mijn zusje ertoe aanzette om later op de dag ook lekker taartjes te kopen, ter ere van pappa's verjaardag.

Onderwijl gaan er virtueel fotootjes van hand tot hand. Van onze pasgeboren nieuwe neefje, kleinzoon van mijn tante en oom.
's Morgens om zes uur is hij geboren en ook dat kan niet gewoon gevierd worden. Zijn opa en oma moesten achter het raam naar hun nieuwe kleinkindje kijken.
We zetten er van die emoji's met hartjes in hun oogjes bij, typen vertederde boodschappen vol uitroeptekens. Switschen enthousiast van app-groep naar app-groep, want de geboorte wordt op verschillende digitale plekken gevierd.

En zo vieren we het leven dan maar. Op afstand.

's Avonds appt de gitarist van mijn band. Hoe het gaat, wat we doen en: 'Alweer een vrijdagavond zonder repetitie'. Ik stuur een filmpje door van het Joetjoepje van Janiva Magness, waar ik op dat moment naar kijk, mijn blikje citroenbier ook goed in beeld. Want dat drink ik altijd als we repeteren, citroenbier.
De percussionist appt al snel gezellig mee. Schrijft dat hij net even lekker geoefend heeft. 'Je moet het toch een beetje bijhouden, he?' En zo babbelen we nog wat verder. Dat we dit weekend ons verder gaan verdiepen in Zoom en Jamkazam. Om te kijken of we zo samen kunnen spelen.
'Ik mis jullie', schrijf ik. De mannen schrijven dat zij mij en elkaar ook missen.

Lief toch, dat we dat via de app tegen elkaar zeggen? 'Ik mis jullie.'

De hele dag was ik druk met thuiswerken. Een advies schrijven voor het MT over hoe om te gaan met extern personeel tijdens maar ook na de Corona-crisis. Hoe zetten we ze in als straks misschien het werk terugloopt?
Ter oriëntatie had ik meer dan 20 managers gebeld om te peilen hoe het er voor staat en wat hun gedachten hierover zijn. Alles geïnventariseerd en omgebouwd tot advies. Een beste klus waarbij ik tussendoor ook per email en app afstemde met mijn twee naaste collega's.
Toen ik het eindelijk af had, stagneerde mijn thuiswerk-account. De mail met het advies en de bijlages wilde niet meer verder. Ik mailde het maar met mijn prive-mail. Daarna was ik echt hartstikke moe. En ik bedacht me, terwijl ik ontspande met een glaasje rode wijn, met wat voor bizar vraagstuk ik eigenlijk bezig was geweest.

Maar goed, ik mag niet mopperen als interimmer. Ik heb het de komende tijd nog hartstikke druk en heb net een verlenging gekregen van mijn contract tot het eind van dit jaar.

Mijn schoonmoedertje was behoorlijk ziek de afgelopen weken. 'Kom maar langs, want het lijkt erop dat het kaarsje uitgaat.' Alleen de eigen kinderen mochten op visite komen. Een voor een.
Tussendoor veel gebel en ge-app met elkaar.
Wonderbaarlijk genoeg knapte mijn schoonmoedertje haast van het ene op het andere moment weer op. Ging lekker op de bank zitten, keurig aangekleed, met haar goud-glimmende sneakers aan haar voeten en zei tegen mijn man: 'Nee hoor, ik hoef niet naar bed. Ben je gek, ik ben zo gezond als een vis.' Mijn man maakte snel een fotootje van haar dat ik thuis lachend bekeek. 'Wauw, wat een super-woman is het ook!'

Nu ze weer beter is, mogen we niet meer bij haar op bezoek. Elk voordeel heeft zijn nadeel, zeggen we dan maar. We sturen haar nu om de dag een lief kaartje.

En zo hebben we allemaal onze eigen verhalen, inmiddels. Bizarre verhalen, waar we later nog vaak aan zullen terug denken.