zaterdag 26 november 2016

ZALIG

Ik heb nog steeds geen nieuwe opdracht, het loopt niet zo'n vaart dit keer. Ik verveel me echter geen seconde. Mijn aard verlogent zich niet, wat ik meebreng op het werk laat ik thuis ook zien. Ik houd van organiseren & ordenen en van sfeertje bouwen en die energie steek ik nu in huis & tuin. En in gezellige bezoekjes. En muziek.
Beetje bij beetje wordt mijn huis schoner. En schoner. Gezelliger ook. Verse bloemen. Kaarsen. Veel kaarsen. Opgeruimd ook. Netjes hoor. Ik kan inmiddels zonder al te veel problemen de stofzuigerzakken weer vinden. Alles heeft weer een plek. Het ruikt frisser dan ooit, want dagelijks verschoon ik de kattenbak en leeg ik de pedaalemmer. Schrob ik de pot. Dweil de vloeren.
En de tuin, die heb ik gisteren weer gedaan. Nog niet helemaal af is 't want wat een werk, al die bladeren en takjes en gevallen sierappeltjes. Die honderden nog onrijpe tomaatjes die achter de schutting bleken te groeien,  waar laat ik die? Ik kon er zo snel geen oplossing voor bedenken en liet de tuin de tuin. Ging maar even lekker in een hoekje in de zon zitten. Op mijn klapstoeltje. Muziekje op mijn hoofd, kop hete thee erbij. Zalig! Toen het zonnetje achter de huizen zakte, ging ik weer naar binnen. Open haardje aan. Eten opgezet, gitaartje erbij. Spelen. Zingen. Glaasje wijn. Even appen met een vriendin: morgen bakkie doen?
Kom daar maar eens om als je werkt.

woensdag 9 november 2016

NAARGEESTIG

Haastig spoed ik me door de verlaten, donkere winkelstraat. Op bijna elke hoek staat wel een groep jongens en jongemannen. Schreeuwerig, stoer of juist stilletjes, de koppen dicht bij elkaar. 'Ik vind het hier niet leuk', denk ik. 'Waarom in Godsnaam doe ik dit? Half rennend 's avonds laat door dit naargeestige gat,  me zo te haasten naar zangles? Word ik hier niet een beetje te oud voor?'
Van schrik blijf ik bijna staan. 'Wat denk ik daar nu? Word ik nier niet een beetje te oud voor?' 'Ja', ga ik de dialoog met mezelf aan. 'Halverwege de 50, Venus, en jij loopt nog als een jonge meid door die spookstad te rennen op weg naar je zangles. Waarom toch? Waarom blijf je niet lekker thuis, op de bank. Kop thee erbij? Koekje. Stukje chocolade, met caramel en zeezout?'
Terwijl ik afsla bij de shoarmatent  - ook hier groepjes mannen in het donker - overvalt de gedachte me nogmaals. Ik reken uit hoe oud mijn ouders zijn. Ja, tja, vief zijn ze nog maar wel al een eindje in de zeventig. En dan mijn schoonmoedertje.  Negentig inmiddels! En ik zelf. 55. En mijn man, eind 50. Pfoei. Wat worden we oud.'
Nog een klein stukje, dan ben ik er. Trappetje af langs De Griek. De herfstbladeren fladderen nat en motterig om mijn benen. Ik rits mijn kraag dicht en duw 'm hoog op. Ben bij de muziektent aan de Zaan. Om de tent kastanjebomen met oranje verlichte grote, natte bladeren. 'Mooie foto', denk ik, 'jammer dat ik geen tijd heb om even 'n kiekje te maken. Jerney wacht.' Gelukkig maar, het is alweer over, de gedachten van zojuist waaiden weg met de wind. Hopla, zo de Zaan in.
Ik ben er, druk op het belletje. 'Mnjeeeeeng!!' De deur floept open. Binnen is het warm en gezellig.

zaterdag 5 november 2016

GAAF

Na bijna twee uur schuilen in het pannenkoekenhuis - geen straf, de cappuccino en slagroomtaart smaakten ons prima - durven we het aan. We gaan wandelen. Het regent niet meer.
We zijn nog geen twee minuten op pad of daar zien we 'm liggen. De Kauw. Op zijn buik, vleugels half uitgespreid, zijn kop angstig weggedoken. Hij ligt op de strook aarde tussen het fietspad en de autoweg. 'Aaaah, hij is gewond.' Voorzichtig lopen we om het beestje heen. Nerveus draait zijn koppie mee. Zijn zwarte kraalogen strak op ons gericht. 'Wat moeten we doen? We kunnen 'm hier toch zo niet acherlaten? Straks wordt 'ie door een hond gepakt en dood gebeten.' We weifelen en twijfelen. 'Hij is nog hartstikke levendig, kan alleen niet meer opstaan en wegvliegen. Vast 'n tik van een auto gehad ofzo.'
Ik bel de dierenambulance. Leg uit dat er een Kauwtje opgehaald moet worden. 'Hij ligt op zo'n tien meter van de ingang naar de camping.' Of we 'm niet naar het pannenkoekenrestaurant kunnen brengen, vraagt de telefoniste. Ik vind het een beetje eng, zo'n grote vogel op tillen. Mijn vriendin vindt het geen probleem en pakt het zenuwachtig pikkende beestje voorzichtig op.
Dan gebeurt er iets prachtigs! Vanuit de hoge bomen boven ons barst een kakafonie aan gekras van opgewonden Kauwtjes los. Boos en angstig schreeuwen ze ons toe vanuit de kruinen. Het moeten er tien of meer zijn. Hun gekras weerkaatst in het bos. 'Wauw', zeggen we tegen elkaar. 'Wat gaaf, dit! Ze hebben al die tijd naar ons zitten kijken van boven af. Maken zich vast enorme zorgen over hun maatje. Wat lief!'
Pas als we oversteken om het beestje naar het restaurant te brengen, keert de rust weer terug in het bos. De Kauw leggen we netjes in een grote doos. Briefje erop voor de ambulance medewerkers. Wij gaan toch maar weer wandelen. Bij terugkeer zien we dat de doos is verdwenen. De Kauw is opgehaald.

woensdag 2 november 2016

ONBEKOMMERD

Ik lach me echt een kriek om mezelf. Om de Venus van vijfendertig jaar terug. Wat 'n droogkloot was ik en wat schreef ik leuk. Heel beeldend! Met van die grappige tekeningetjes erbij!
Enthousiast laat ik 's avonds het reisdagboek uit 1981 aan mijn man lezen. Hij leest aandachtig, bladzijde na bladzijde neemt hij door. Af en toe moet hij echt hardop lachen en dan vraag ik hem 't stukje voor te lezen. Dat doet hij. Ook beschrijft hij de illustraties. Al had ik het dagboek zelf eerder die dag al gelezen, samen genieten blijkt nog veel leuker. We liggen echt dubbel om onszelf van toen.
'Wat 'n stel waren we, he? Wat 'n schatjes. Zo heerlijk open en naief! Zo onbekommerd!' We mijmeren verder, denkend aan die tijd. Aan dat soort vakanties. Beetje van eiland naar eiland hoppen. Tentje opzetten op 'n strandje, vrij kamperen als 't even kon. Dan 't dorpje in voor voedsel, altijd druk met elkaar pratend onderweg. Daar weer verder kletsen met de Grieken of andere reizigers op beschaduwde terrasjes,  in neon-verlichte restaurantjes en in winkeltjes volgepropt met van alles en nog wat. Ergens wat eten of 'n kop Nescafe drinken. Soms ons eigen potje koken op een zelf gestookt vuurtje. Zwemmen, snorkelen, wandelen, luieren. Dan, na een dag of wat weer verder reizen per bus, taxi of achterop de vrachtwagen en dan weer verder met de boot. Op naar een andere plek. Wat 'n leventje!
'Zo vakantie vieren vinden we nog steeds leuk. We gaan gewoon ergens heen, regelen onderkomen en gaan er direct op uit om de boel te verkennen.' 'Maar goed', bedacht ik me later, 'dat tentje is al een tijdje geleden vervangen door een riante hotelkamer. Achterop de vrachtwagen, dat doen we al zo'n 34 jaar niet meer. We huren tegenwoordig wel een eigen autootje. En zo naief zijn we ook niet meer. Maar dat onbekommerde is gebleven. Daar zijn we nog steeds sterren in. En gelukkig maar.'

dinsdag 25 oktober 2016

AL

Het is me wat, een achternaam te dragen die uit slechts twee letters bestaat. Het leidt nog weleens tot geworstel met het invullen van digitale formulieren. Zo'n korte achternaam, dat pikt men niet. Hup, dan voeg ik er gewoon een lettertje aan toe. Dat doe ik al jaren zo en het werkt altijd.
Ook aan de grapjes als reactie op mijn naam ben ik de afgelopen 55 jaar wel gewend geraakt. Vaak zorg ik dat ze voor ben - want zo origineel zijn ze niet - en roep ik: 'Ja! Aa. El. En dan houdt het op. Twee letters, that's All.' Dan lach ik alvast zelf maar zo'n beetje. 'Kort maar krachtig, he? ALles zit erin.  Net als ik zelf: kort maar krachtig.' En nog zo wat van die flauwe geintjes.
Soms zijn de opmerkingen van anderen verrassend. 'He, ben jij het echt? Ik had aan de telefoon gedacht dat je Chinees zou zijn. Door die achternaam van je.' Of: 'He, ik dacht er komt vast nog iets achteraan.' 'Ja, Fatah misschien? Zou goed bij mij passen, Fatah.'
Ooit heb ik online contact gelegd met een man met dezelfde achternaam. Hij had uitgezocht waar onze achternaam vandaan kwam. Vermoedelijk stammen we af van bewoners van het (verdwenen) vissersplaatsje Al in Noorwegen. Ten tijde van de walvisjacht kwamen de 'Allen' naar Nederland en streken hier neer. Dat verklaart het naar verhouding groot aantal Allen in de Zaanstreek. En de grote liefde voor het vissen die genetisch overgedragen moet zijn. In elk geval op mijn vader en een paar neven van me.
Ik kom hier op omdat ik vanmorgen las dat een naamgenoot overleed. Een bijzondere man die veel voor de Nederlandse tv heeft betekend. Kor Al. Bij het artikel staat een hele lijst van programma's waar hij bedenker van was of waar hij de regie over had. Dat heeft hij toch maar mooi Al-lemaal op zijn naam staan.

vrijdag 14 oktober 2016

COUPE SILVER

Zorgelijk bekijk ik mijn spiegelbeeld, haal een hand door mijn haar dat door de Spaanse zon zo geel als een stuk jong belegen kaas werd. 'Ik ben een echte Benidorm Bastard geworden, joh.' Mijn man knikt bevestigend. 'Het is echt geen gezicht, Venus, je moet er thuis wat aan doen.' 'Okay. Alles gaat eraf en ik laat het niet meer kleuren.  Ik laat het lekker grijs worden!' 'Okay. Uuuhm, grijs,' zegt hij verbaasd. 'Ja, grijs. Het is over nu! Basta! De schaar erin. Geen verfkwast meer! Als we weer in Nederland zijn laat ik het meteen doen.'
Mijn kapster is het direct met mij eens. 'Prima idee', vindt ze. Ze knipt mijn haar in een vlotte korte coupe. Want als 't dan toch grijs mag worden, dan moet het wel een pittig koppie zijn, vinden we. Niet van dat nikserige halflange grijs-blonde haar. Ik heb een voorbeeldje mee van hoe het mag worden; een heel stoere en een iets minder stoere. Het wordt de laatste maar als ik wil kan ik het lekker overeind kammen en wordt het alsnog vet stoer.  Op mijn verzoek gaat er toch wel een klein beetje verf door dit keer, niet meer blond maar grijs. Een coupe silver in plaats van coupe soleil.
Het staat me perfect, al zeg ik het zelf.

dinsdag 11 oktober 2016

HUUG

We moeten even wachten want ze is nog aan het gymmen in de eetzaal. Buiten schijnt de najaarszon, we gaan daarom even lekker in de binnentuin zitten.

Terwijl achter ons de oudjes druk zijn met heup-zwaaien, handen draaien en schouders rollen, leg ik de bos rozen voor schoonmama op de tuintafel voor ons. Heerlijk zitten we hier, nippend van onze automatenkoffie. Het warme zonnetje kleurt onze wangen rood.
Een bejaarde man stapt de tuin in. Hij duwt zijn vrouw in rolstoel voor zich uit. Ze komen naast ons zitten en we maken een praatje. 'Goedemiddag.' Een andere dame passeert, leunend op haar rollator. 'Heb je het al gehoord? Huug is overleden.' De mensen naast ons knikken bevestigend. 'Aaah', zeggen wij tegen elkaar, 'aaah, Huug, de groenteboer.'
Een groepje verzorgsters rechts van ons kletst er lustig op los. Over de naderende verbouwing van het verzorgingshuis. Over het nieuwe beleid. En over Huug's dood. 'Huug, je weet wel', legt er eentje uit aan een collega. 'Huug, de lachende groenteboer! Hij was op tv! Bij Man bijt hond.'
De verzorgsters gaan weer aan de slag, hun pauze zit er op. Er stapt een hoogbejaarde vrouw naar buiten, bij elke stap tikt haar  stok op het terras. 'He', roept ze tegen niemand in het bijzonder, 'He, Huug is dood! Weten jullie het al? Huug is dood!'

Vanuit de zaal klinkt het geluid van schuivende stoelen. De gymles is over. We halen haar op, mijn schoonmoedertje. Ze heeft er blossen van, van al dat gymmen in die warme zaal. Blij pakt ze de rozen aan en vraagt honderduit over onze vakantie. Ze knuffelt ons telkens weer. Over Huug heeft ze het niet. Ze is niet van hier, dat scheelt.