maandag 15 oktober 2018

IN THE MIDDLE OF NOWHERE

'Speel je zelf ook?' 'Neuh, ooit wel eens een dagje les in gehad, maar dat was het dan ook. Nee, ik weet gewoon inmiddels dat je op zulke terreinen prachtige hotels hebt, waar het goed toeven is. Lekker rustig, mooi ingericht, goed van eten en drinken.  Zwembad, sportzaal en wellness inbegrepen. Wat wil een mens nog meer? We hebben het er heerlijk gehad. Je wordt omringd door groene heuvels, net de hemel. Het enige nadeel kan zijn, dat 's ochtends om half acht al de grasmaaiers brullen. Ach, dat neem ik graag voor lief. Mooi moment om je bed uit te gaan, toch, half acht. En buiten het seizoen is het helemaal niet idioot duur hoor. Heel normale prijzen.'
Ik hoor het mezelf vertellen op kantoor. En denk, terwijl ik naar het koffie-apparaat loop om voor collega's in te tappen, aan vroeger. Aan de tijd dat ik jong was. Begin 20. Samen met vriendlief liftend Zuid-Europa door. Tentje, slaapzak, camping-gas-brandertje plus pannetje, bordje, bestek, kopje en verder echt het minimale aan kleding mee. In de rugzak. Washand, handdoek, tandenborstel, tandpasta, haarborstel, stukje zeep. En een stapeltje kascheques van de Postbank. Om de zoveel tijd namen we een beetje geld op. Voor een kop koffie, fles water. Stokbroodje, tomaat, kaas, blikje tonijn. Appeltje erbij.
We reisden rond, van noord naar zuid en weer terug. Dat tentje zetten we meestal maar ergens neer, daar waar we een mooi plekje vonden. Vaak in the middle of nowhere. Meestal ging dat goed. Soms niet. We zijn wel eens achterna gezeten door een landeigenaar met een karabijn. Opzouten moesten we. Schatjes als we waren, lukte het ons de beste man zover te krijgen dat we toch op zijn landje mochten blijven staan. En zelfs gebruik mochten maken van de kraan vlakbij onze tent. Goed afgelopen dus. En eens in de zoveel weken mochten we, tijdens diezelfde reis,  bij hoge uitzondering van onszelf een nachtje hotel doen. Dan gingen we uren in bad. Het vuil losweken. Wasten we onze kleren in de badkamer, die we, geheel niet deftig, te drogen hingen uit het raam.
En dan nu. Vakantie vieren in een Parador behorend bij een golf-terrein. Hoe deftig wil je het hebben? Wat is er veel veranderd. Met ons maar ook met de hele wereld. Want zeg nou zelf: wie doet dat nog, zijn tentje zomaar ergens neerzetten in de middle of nowhere?

vrijdag 28 september 2018

MAAR TOCH

Weet je wat me zo moeilijk lijkt aan dood gaan?
Nou?
Afscheid nemen.
Je bedoelt, van al die mensen waar je zo van houdt?
Ja, dat en...
En van alle mooie dingen om je heen?
Ja, ook...
Zoals de aarde, de zon, de maan, het prachtige licht, de wolken, de wind, de zee, kabbelend water, stilte en geluid, muziek ...
Inderdaad, dat maar ook...
Lieve kindertjes die spelen en lachen, oude lieve wijze mensen, schatten van honden, eigenwijze stoute katjes ...
Oh ja, dat zeker, ja...
Sterren, vallende sterren en... een vogeltje dat zingt.... oh ja, eten, lekker eten, vers fruit, een visje, warm brood, een taartje maar ook drinken, Chinese thee, pittige koffie of een glas rode wijn... kaasje erbij...
Ja, dat lijkt me ook moeilijk om te missen ja, maar weet je wat of nee, wie ik het meest zou missen?
Mij?
Ja, jou, van jou zou ik vol aandacht afscheid nemen, wat zal me dat verdrietig maken, dat jij alleen verder leeft, dat ik niet meer zie hoe het met je gaat. Dat ik er niet meer voor je ben.
Wat lief, dankjewel.
Maar wat me zo ontzettend moeilijk lijkt is afscheid van mezelf nemen.
Tja...
Dat je zegt, zo, Venus, dat was het dan. Ik heb het leuk met mezelf gehad, ik was een leuk, lief mens en ik heb plezier gehad, genoten en ik was er voor mijn familie, voor mijn kinderen en vrienden en vriendinnen.
Ach...
Dat het over is met mezelf, dat lijkt me zo moeilijk. Want je bent toch helemaal alleen met jezelf als je gaat. Je moet jezelf losmaken. Van jezelf. Poef, dag geest, dag spirit. Het was mooi met mezelf. En dan gaat het licht uit. Dat lijkt me zo raar. Dat dat moment komt, dat je afscheid van jezelf neemt.
Gelukkig duurt dat nog wel even, Venus, toch?
Ja, dat klopt, maar toch...

woensdag 5 september 2018

X1

Als Alice in Wonderland betreed ik X1, een helverlichte ruimte vol apparaten. Kijk verwonderd om me heen. Vier witte jassen zijn druk doende met knopjes, draadjes, een scherm, waterpompjes en de stoel.
De Stoel. Hoog torent hij boven alles uit. Boven op een soort van toneelvloertje staat hij daar op mij te wachten. 'Moet ik hierop?' 'Ja, daar mag u gaan liggen.' In mijn blote kont, slechts gekleed in een verwassen hemdje met daarboven dat keurige rode jasje, beklim ik het trapje. Twee treden, draaien, zitten, liggen. Zo.
De witte jas gaat tussen mijn benen zitten en vraagt me naar beneden te schuiven. En nog een beetje. Gaat weer weg en overlegt over een waterpompje. De andere witte jas staat zo'n beetje een halve meter van mijn ontblote onderlichaam -  right in front of my ass - een telefoon-gesprekje te voeren met een collega. 'Bel me om vier uur maar terug, lukt dat? Okay, tot ziens. ' De witte jas rechts van mij, de leerlinge, reageert niet als ik naar haar glimlach. Ze kijkt naar iets in de ruimte en slaat daarna haar ogen neer.
Dan ineens is alles gereed en begint het onderzoek. Gefascineerd kijk ik mee op het scherm en denk aan kabouter Prikkeprak. Johooo, johooo! 'Even wat weg knippen hoor, hier zit iets. 'Knip.'  Het geluid van een nagelknippertje. Verwarrend, ik zie het op het scherm maar vergeet helemaal dat het in mij gebeurt, dit geknip. Ik wrijf over mijn arme buikje.
Als ik weer op het scherm kijk, zie ik witte waterplantjes heen en weer wuiven op de waterstroom. Een soort roze aquarium. Blub blub, en daar gaat kabouter Prikkeprak weer verder op onderzoek uit. 'Oei, kijk eens aan, hier weer eentje!  Het zijn er twee. En.... Knip! He, mis.' Twee witte jassen nu tussen mijn benen. Onderling beraad. ' Ietsje meer naar rechts. Oooh ja, bij de ingang naar de eileider, kijk, zie je. Ja! Knip! Zo!' Ik zucht en draai met mijn hoofd.
'Zoooo, gaat het allemaal nog een beetje met u mevrouw.' 'Ja', zeg ik en probeer mijn benen te ontspannen. 'In principe zou u ze haast moeten kunnen laten hangen in de beugels, mevrouw. Ze zijn vastgesnoerd.' 'Ja', zeg ik maar weer en wrijf over mijn bovenbenen. Ben er inmiddels wel een beetje klaar mee. Is het kwartier al om? In de brochure stond dat het ongeveer vijftien minuten zou duren. Ik vind het mooi geweest zo. Stel me voor hoe het zou zijn om nu op te staan en zo weg te lopen, met die kniptang aan een slang in mijn binnenste. Ik zucht maar weer even.
'Zoooo, nou, er zaten er drie en die hebben we allemaal weggeknipt. Die gaan voor onderzoek naar de patholoog.' 'Okay, mag ik er nu af.' 'Ja hoor, en kijkt u eens wat we voor u hebben.' Lachend overhandigt de witte jas mij een luiertje. En een gazen broekje. Die trek ik meteen maar aan. Daarna ga ik naar de kleedkamer. Rokje weer aan, schoentjes aan. Nog even babbelen, handje schudden en klaar. Opgelucht verlaat ik kamer X1.

zaterdag 25 augustus 2018

ABOUT MONEY

'Ik vind haar niet zo leuk. Eigenlijk.' Zuchtend kijkt ze naar haar overbuurvrouw, daarna tuurt ze langs mij naar buiten. We passeren de Van der Vlugtlaan. Buiten is het grijs. Regenachtig maar toch drukkend warm.
Haar vierkant-ronde wit-geblondeerde koppie staat op moe. 'Vast een drukke dag gehad in de winkel', vermoed ik. Ze stapte rond zes uur 's avonds in bij station Schiphol, samen met tientallen - misschien wel honderden - toeristen en winkelpersoneel werkzaam op het altijd drukke Plaza. 'Hoe bedoel je',  vraagt overbuurvrouw. 'Vind je haar uhm... ' 'Ja, je weet wel wat ik bedoel. Dat ze steeds maar zegt dat ze eigenlijk niet hoeft te werken, omdat ze zo'n rijke man heeft. Pfffff, zou het echt waar zijn? Dat hij een eigen zaak heeft? Waarom werkt ze dan, eigenlijk? En okay, als je dan werkt, waarom moeten wij dan de hele dag maar horen, dat ze eigenlijk te goed is om bij ons te werken? Ik word er echt een beetje moe van.'  Overbuurvrouw knikt. 'En dan over haar dochter. Moeten we ook steeds maar aanhoren. Dat die zo'n rijke vriend heeft. Nee... ik vind het niet zo leuk om met haar te werken.' 'Hoe is het met je moeder', vraagt overbuurvrouw.  'Goed hoor', zegt de witblonde vrouw. 'Ze heeft het zo goed. Elfhonderd euro bovenop haar AOW, daar had mijn vader nog voor gezorgd. ' 'Huh, ze zijn toch gescheiden, je ouders?' 'Klopt, maar hij heeft er voor gezorgd dat ze ook pensioen kreeg.' Overbuurvrouw betwijfelt of dat echt wel kan, maar de witblonde vrouw legt uit dat je zoiets kunt regelen.  'Ze zit er warmpjes bij, mijn moeder. Gisteravond belde ze nog: ik heb weer een nieuw jasje gekocht. Ik zeg, mam, alweer? Ze heeft overal een jasje bij, echt, in elke kleur.'  'Mijn ouders hebben het ook zo goed', knikt overbuurvrouw. 'Een dik pensioen bovenop hun AOW. Ze gaan wel vier keer per jaar op vakantie.'
We stoppen bij Sloterdijk. Net als ik blijven ze zitten, ze reizen ook verder  richting de Zaanstreek.
'Maar jaaaaah', vervolgt overbuurvrouw. 'Wij hebben het ook niet slecht, toch? Als we wat willen hebben, nou, dan kopen we het toch gewoon?'  De witblonde vrouw knikt, maar zwijgt, wat overbuurvrouw aanzet tot verder praten. 'Ja, joh, waren we in Zuidoost voor het Kwakoe, maar dat viel tegen, kwamen we uit bij de Mediamarkt. Zeg ik tegen Fred: ik wil wel een groter TV-scherm. Nou, kopen we dat gewoon joh. Komen we ineens thuis met een nieuw scherm. En bijna elke maand gaan we wel een weekend weg of uit eten. Laatst nog...'  en er volgt een relaas over een mislukt etentje omdat een jongetje vlak naast haar tafel kotste. 'Ik zeg: laat het dessert maar zitten', lacht overbuurvrouw.  De witblonde vrouw lacht moeizaam mee. 'Dus, ik wil maar zeggen, we hebben het goed en kunnen kopen en doen wat we willen.' 'Tja', zegt de witblonde vrouw nu zachtjes, 'dat is bij ons nu wel eventjes anders, op dit moment. ' Nu is het aan overbuurvrouw om te zwijgen.
De trein stopt, we zijn in Zaandam.  Ik stap samen met ze uit en loop in hun kielzog naar perron drie. Daar stappen we over op de sprinter.

vrijdag 27 juli 2018

BOOS ZWEET

Ja, het is warm, heel erg warm. En ja, wat lastig dat de NS juist nu allerlei werkzaamheden heeft gepland. Onderhoudswerkzaamheden aan het spoor. Een grootscheepse verbouwing op dit station. Juist nu door de hitte ook nog eens treinen stagneren en seinen verstoord raken.
Dat betekent voor ons, reizigers, lang wachten, noodgedwongen stukken met de bus, overstappen, gelaten verder wachten met de zon op je kop, snel weer overstappen en uiteindelijk toch te laat komen op je werk.
Dus, ja, dat geldt ook vast voor jou, dame. Ja jij, daar, in je goedkope, flodderige zomerjurkje met je zweterige haar dat alle kanten op piekt. Jij die uit de trein stapt, hier op het rommelige perron, vol hekken, gereedschap en bergen zand. Waardoor de in- en uitstappers slechts een metertje ruimte hebben om elkaar te passeren.
' Verrrrdomme, wat is het hier smal, wat een hitte, wat een zootje, ik moet haasten ook nog. godsamme. En iedereen staat in de weg. Hebben ze dat nou niet in de gaten?! Die mensen?! '  Ik zie het je denken.
Dus, ja, begrijpelijk dat je die sukkel van een vent, in zijn korte broekje, op zijn sandalen, die ook nog eens zo'n tien centimeter te ver naar rechts is gedraaid - want ja, zijn rugzak zit hem in de weg, dat zie je zo, ik wel tenminste, want ik sta achter hem - dat je die drol van een vent lekker omver duwt. Zo! Boem! Met je rechterschouder en -bovenarm geef je hem een zet.
Ik zie je genieten als hij wankelt, bijna valt en een halve draai moet maken om in evenwicht te blijven. Stomverbaasd kijkt hij je aan door zijn dikke brillenglazen. Met bliksemende blik kijk jij terug, ja, jij ja, met je valse flikkerende katten-ogen. Klaar voor het gevecht. 'Kom maar op, lul', zeggen die ogen. 'Scheld me maar uit. Moet je mij maar niet in de weg staan, kontgat! Ik lust je rrrrrauw!'
Maar de man herschikt slechts zijn rugzak en begint te lopen, rustig aan, richting trein-entree.  Ik doe ook een stap naar voren. En nog een.
Als je me passeert,  ruik ik je: boos zweet. 'Stinkerd', denk ik. 'Zeker ongesteld. Ofzo!'

maandag 16 juli 2018

DE HOMMEL

Zigzaggend daalt hij af naar de bananenschil. Omzichtig nestelt hij zich bij de kam van de banaan, dat stukje waar die eerst vastzat aan de plant. De schil is omgekruld en al een beetje bruin aan het worden. De hommel blijft zitten, verroert zich niet.
Aandachtig bekijk ik het beestje, dat wollige ronde lijfje en die koper-goud glanzende vleugeltjes. De gelede pootjes. Er zit geen leven meer in, ben ik bang.
'Er zit hier een hommel en het lijkt erop dat hij hier is gekomen om te sterven. Zielig he? We gaan hem redden, Okay? Eigenlijk heeft hij nu een beetje suikerwater nodig maar dat hebben we hier niet. Wacht...'  Ik schroef de dop van mijn Dopper en duw 'm in het zand naast de bananenschil. Schenk een heel klein beetje water in de dop. Duw de dop nog ietsje meer richting de schil. De hommel merkt het op. Als ik mijn hand weghaal, beweegt hij zijn linker voorpootje om te voelen of dat werkelijk water is, in dat gele ding naast hem. Wat hij voelt bevalt hem, hij rommelt richting de dop, stapt over op de rand en beweegt pootje voor pootje om het laagje water heen. Af en toe stopt hij met bewegen en ik denk dat hij dan wat drinkt. Ik weet het niet zeker, maar ik hoop het wel, natuurlijk.
'Weet je wat we kunnen doen? Een hapje van een appel nemen en dat uitspugen. Dan kan hij lekker smikkelen van die appel-brij.' Mijn man voegt direct de daad bij het woord en kauwt snel een hapje appel fijn. Spuugt de smurrie in zijn hand en drapeert dat op de bananenschil. Ook dit merkt de hommel direct op. Hij manoeuvreert terug richting bananenschil en vindt al snel de appel-smurrie. Lijkt er eventjes aan te snuffelen zonder interesse. Maar dan begint hij ineens druk te smikkelen. Verrukt kijken mijn man en ik toe hoe de hommel bezig is zichzelf weer op te kaltefateren. 'Slim beestje, he?' 'Ja. Hij snapt het!'
Als hij uitgegeten is, blijft hij nog heel lang stilzitten. Ik laat 'm maar lekker bijkomen. Af en toe kijk ik weer eventjes hoe het met hem gaat. 'Vermoedelijk is hij aan het uitbuiken en wacht hij tot hij weer genoeg power heeft.'  Dat laat echter heel erg lang op zich wachten. Ik ga maar een stukje wandelen langs de vloedlijn, terwijl mijn man de wacht houdt.
'Hoe gaat 't met 'm,' vraag ik als ik terugkom. 'Prima, moet je kijken joh, hij beweegt steeds meer.' Opgetogen ga ik liggen, bijna met mijn neus tegen de bananenschil. Ja hoor, daar zie ik 'm, vlakbij de kam zit hij en hij rommelt lekker wat af. Ik ben gerustgesteld en ga 'n boekje lezen. Ineens roept mijn man: 'Venus! Kijk!' Nog net op tijd zie ik de hommel opstijgen, als een helikopter die het platform verticaal verlaat. In volle kracht schiet hij omhoog en zwenkt full-swing richting het gezin naast ons. 'Oh neeeee, die hebben een heel grote hond bij zich. Oei.... ik houd mijn hart vast.'  De hommel scheert over de kop van de hond, die in een reflex zijn muil opent. En weer dicht klapt. Mijn hart slaat over. 'Oh!! Nee!!' roep ik. Maarrrr ... mis, de hond hapt mis. De hommel vliegt in volle vaart verder, raakt uit zicht.
'Yeah! We did it!' roepen mijn man en ik en we geven elkaar een high five! En net als we lacherig weer gaan zitten, vliegt de hommel terug, landt weer op de bananenschil. 'Kijk nou. Hij is in gezelschap! Ze zijn met zijn tweetjes! Wat lief! Alsof hij wil laten zien wie hem hebben geholpen!!' Twee hommeltjes op de bananenschil zitten heel eventjes stil. Alsof ze naar ons kijken.  Dan stijgen ze weer op,  tegelijk en saampjes vliegen ze weg. In volle vaart.

dinsdag 10 juli 2018

NAAR HET STRAND

Heel romantisch, al zeg ik 't zelf, mijn idee om te ontbijten in die fijne strandtent. Echt verrukkelijk, zo, met dat mooie zomerweer.
De hele week zijn we vrij en het blijft maar stralend mooi weer,  maar bijna elke dag staat er wel iets te doen op het programma. We komen aan genieten amper toe.
Vandaag komen er mannetjes om de vloer te egaliseren, althans, een paar stukken vloer, niet alles. Tikkie werk, naar het schijnt. Ze komen aan het begin van de middag, dus, dacht ik zo, dan kunnen we 's ochtends nog even erop uit. Toch nog even chillen op het strand.
Na ons vorstelijk ontbijt -  elk 2 croissants, een bakje yoghurt met vers fruit, een glas jus d' orange en een kop cappuccino -  zitten we nog wel even lekker zo, daar op het terras, in de halfschaduw.
Na het afrekenen besluiten we nog een uurtje op het strand te gaan zitten; lekker kijken naar de golven en de mensen om ons heen. We zitten nog maar net of ik hoor mijn phone vanuit mijn tas. Net op tijd vind ik 'm ergens onderin en neem op: 'Met Venus.' 'Goedemorgen met Martin. Spreek ik met mevrouw De Haas?' 'Ja, klopt, maar wie zeg je dat je bent?' 'Met Martin. Ik sta hier voor uw deur maar u bent er niet.' 'Ooooh, kom je de vloer egaliseren. Nu al? Je zou vanmiddag toch pas komen. Dat had BuKe aan ons doorgegeven. Is er iets niet goed georganiseerd?' 'Nee, dat denk ik niet. Kijk, mevrouw,  hier ben ik dus niet blij mee. Ik sta hier namelijk met twee man voor uw deur. En nu bent u er niet.' 'Ja, dat klopt, ik zit met mijn man op het strand.' 'Op het strand?' 'Ja, op het strand. We verwachten jullie vanmiddag pas, dus waren even lekker naar het strand gegaan. Maar, hoe komt het dat je er nu al bent. Je zou vanmiddag komen, daar zijn wij van uit gegaan. Anders waren we thuis gebleven.' 'Nou, voor u hadden we maar een trappetje af te werken en dat was zo gebeurd, he? Daar waren we natuurlijk zo mee klaar.' 'Oh, ja... okay.' 'Dus dan gaan wij meteen door naar onze volgende klant, he. En nu bent u er niet.' 'Tja, dat klopt, Martin. En wat zullen we doen?' Wat zullen we doen, mevrouw? Ik bel wel even naar de BuKe, die moet onze planning maar aanpassen en contact met u opnemen.' We nemen afscheid.
Mijn man begrijpt direct wat voor telefoontje ik zojuist pleegde. Hij is boos! 'Zijn ze nou helemaal belazerd! Ze zouden vanmiddag pas komen. Ik bel de BuKe!' 'Nee, zeg ik, niet doen. Laat ze het maar met elkaar regelen. BuKe belt ons maar.'
We rijden toch maar meteen terug naar huis. Daar staan geen egalisatoren meer voor de deur. Ze zijn weg. Ik ga de was dan maar doen. Mijn man gaat de vloer beneden stofzuigen, voor als ze misschien toch nog komen. Dan gaat mijn phone weer. Peter van de BuKe. Des duivels is hij; wat mij bezielt om naar het strand te gaan, terwijl de mannen zouden komen egaliseren. Weet ik wel hoe druk zij het hebben? 'Ze brengen de extra kosten mooi wel bij mij in rekening!' En nu heb ik de hele planning in de war gegooid. 'Ik moet nog maar zien of ik er volgende week aan toe kom om jullie vloer te leggen. Want voordat ze weer tijd hebben om te egaliseren... blablabla...' 'Zo, je klinkt behoorlijk geërgerd. Wat is er nu eigenlijk niet goed gegaan?' Dan ontstaat een discussie over wat er gezegd zou zijn over hoe laat de mannen zouden komen en dat mijn man had gezegd dat we de hele dag thuis waren. Dat ik nou niet begrijp dat dat niet kan, zomaar weggaan. Vrij abrupt sluit Peter het gesprek af.
Ik ga naar beneden. 'Nou, dat is me ook wat. Die Peter van de BuKe belde, als ik niet zo rustig was gebleven, was het uitgelopen op een telefonische ruzie, joh. Hij klinkt behoorlijk overspannen. Kopje thee?' 'Ja, goed, Venus. Wel gek dat Martin niet even heeft gebeld dat hij toch wat eerder zou komen. Dat zou toch gewoon geweest zijn, dat je doorgeeft dat je wat eerder komt? En niet pas op het moment dat je bij je klant voor een dichte deur staat. We hadden ook gewoon even boodschappen kunnen doen, dan waren we er ook niet geweest.'
Dan gaat mijn phone. Peter. Hij heeft Martin weer gesproken en heeft een goed voorstel: Martin rekent alleen de voorrij-kosten. 'Daar heb je geluk mee, want eigenlijk wilde hij 200,00 meerkosten rekenen voor gemiste inkomsten.' En of ik die voorrijkosten maar wil betalen, suggereert Peter met een toch wel heel dreigende ondertoon. Ik begin nu toch wat geërgerd te raken en geef de phone maar aan mijn man, die tenslotte de afspraken met BuKe had gemaakt. Hij brengt Peter tot bedaren. 'Okay man, bedankt', zegt hij ten afscheid. 'En?' 'Ze bellen me zo.'
Nog geen minuut later belt Martin. Hij is onderweg; had zijn vrije uurtje besteed aan het inslaan van egaliseer-grondstoffen. Voor ons. Geen enkel probleem,  dus. Tien minuutjes later staat hij in de keuken zakken grondstof te legen in een grote bak en begint te mengen met water. Behendig giet hij de vloeistof uit, samen met Edwin, zijn collega.
Na een half uurtje zijn de mannen klaar. We maken gezellig een praatje met ze. Als ze weggaan, drukt mijn man ze een fooi in de knuisten. 'Hey, leuk, gaan we een ijsje van kopen, Edwin!' Dan zijn ze weg. Op naar hun derde en laatste klusje van de dag.