maandag 3 juni 2019

EVEN LANGS KOMEN

'Ik ga hangen, hoor.  Ik kom snel bij je langs! Love you!'
Ik hoor het mezelf zeggen: 'Ik kom snel bij je langs.' Rare uitspraak, want er is geen sprake meer van 'even bij je langs gaan' nu je zo'n beetje aan de andere kant van de aardbol bent gaan wonen.
Als ik bij je langs wil komen, dan moet ik eerst sparen, een week of wat vrij regelen op mijn werk.
Tickets en een hotel boeken.  Mijn koffers pakken. Een planten-oppas regelen. Stukken oude kaas laten sealen, want die ga ik voor je meenemen. Net als een paar dikke chocoladerepen en een paar potten pindakaas.
Als ik denk aan waar je woont, vergis ik me nog steeds. In mijn gedachten is dat nog steeds dat mooie appartement in Alkmaar. Zo'n goeie plek, zo'n lekker huisje. Zo leuk om even bij je langs te gaan, even ergens te brunchen met koffie en croissants. Genietend van die  gezellige stad waar je tot vorige maand nog woonde.
Nu woon je ook in een stad: in Hongkong. Een wereldplek, waar je zo'n vier jaar geleden ook al eens woonde en waar je je hart aan hebt verpand. Je hebt er nu een top-job gevonden, een appartement waar je samen met je vriendin woont. Zij verruilde Beijing voor Hongkong.
Op afstand volg ik hoe jullie je huis inrichten, via WeChat zodat we makkelijk in 3 talen kunnen communiceren: Nederlands, Engels en Chinees.  Als alle formaliteiten zijn geregeld, kunnen jullie daar allebei werken en een mooi leven opbouwen.
In november zijn jullie alle twee jarig, ik ga alvast maar sparen om even bij jullie langs te komen.

zaterdag 4 mei 2019

KEN UND BARBIE

'Wat zit die man naar me te kijken, zeg, moet je zien, Venus.' Ik draai mijn hoofd naar links, buig iets naar voren en zie de huurauto naast ons met twee jongens achterin, vader achter het stuur en moeder rechts naast hem. 'Mmm, tja, nu kijkt hij net niet, maar zat hij je te bekijken dan?' 'Klopt Venus. Hij staarde me recht aan, heel vreemd.' 'Okay', zeg ik en zak weer terug in mijn stoel.
We wachten op de autoverhuurder. Die komt om 7 uur. We zijn wat vroeg, moeten nog zeker 10 minuten wachten.
We zuchten en kijken een beetje landerig naar de hemel die van roze naar zachtlila kleurt.
De buurman is inmiddels uitgestapt en loopt naar de vluchtheuvel recht tegenover ons. Daar gaat hij op staan, hij zet zijn benen iets uit elkaar en rekt zich uit. Zijn handen vouwt hij daarbij ineen. Vervolgens trekt hij 1 been op, knie omhoog, weer neer, andere knie omhoog en weer neer. Dat herhaalt hij zo'n vijf keer.
Een beetje houterig oogt het, temeer omdat hij een driekwart broek draagt, een iets te lang uitgevallen - steenrode -  korte broek, met daaronder hoge - vanille kleurige -  sokken. Kousen eerder. En sandalen. Verder draagt hij een keurig gestreken geruit overhemd.
Hij is wel erg knap, valt me op. Hij heeft een glad gezicht met van die trekken... net Ken, van Barbie. Zijn Barbie - een iets verpieterde versie -  wacht in de auto.  De twee knapen achterin staren een beetje suffig naar buiten.
Ken is overgestapt op een andere oefening. Hij vouwt zijn onderbeen naar achteren, pakt 'm vast en trekt eraan. Stretchen, zo heet dat. Ook dit wisselt hij af, rechts, links, rechts, links. En dan, nee, we kunnen het niet geloven maar het gebeurt echt, gaat hij planken. Op dat vluchtheuveltje. Na elke opduw haalt hij tamelijk overdreven adem, heft zijn kin, duwt 'm weer naar beneden en zakt met gestrekte rug en benen tot bijna aan de tegels.
Gelukkig, daar komt de autoverhuurder aan. Dezelfde joviale vent die aan  het begin van onze vakantie de verhuur met ons regelde. Hij duwt de deur van de loods omhoog; we kunnen naar binnen rijden nu. Ken onderwijl is razendsnel achter zijn stuur gekropen en rijdt voor ons uit. Wij volgen hem en parkeren in.
Barbie staat al voor het nog gesloten kantoortje te wachten met haar papieren in de hand. De verhuurder echter loopt naar ons, schudt ons de hand en checkt onze auto. Alles goed, we hoeven verder niks te doen en overhandigen hem de sleutel. Dan gaat hij naar Barbie. De twee knapen en hun knappe vader blijven wachten bij de koffers en tassen. Dat zijn er heel wat.
Ken hangt inmiddels de joviale vader uit. Hij maakt grapjes - duitse grapjes horen we -  en slaat zijn zoons lachend op de schouders. Die staan erbij als houten Klazen, reageren zo goed als niet en staren naar de grond.
Als de verhuurder de pendelbus opent, staat Ken er meteen bij. Barbie ook, zij opent - met volle kracht - de achterdeuren. Ken begint meteen met laden. De verhuurder loopt om de bus en pakt eerst de koffer van mijn man en dan die van mij en zet ze bovenop de stapel van Ken. Die kijkt onthutst: hij heeft nog drie tassen namelijk en waar moet hij die nu kwijt. Met moeite zet hij ze bovenop. De verhuurder sluit de deuren weer, loopt naar voren en stapt in.
De twee knapen zitten al op de bank achterin, Barbie zit op de middelste bank. Het ziet ernaar uit dat mijn man voorin moet gaan zitten, naast de verhuurder en ik tussen Ken en Barbie. Of naast ze.
Maar dat doen we niet. We gaan snel samen op de middelste bank zitten, mijn man en ik, naast Barbie.  De verhuurder start de bus, wacht tot Ken naast hem zit en rijdt  naar buiten. De zon schijnt door het voorraam naar binnen.
Ken zwijgt, Barbie zwijgt, de knapen zwijgen. Ook wij zwijgen en kijken naar de dorre, rommelige velden langs de snelweg richting vliegveld. Ik knijp zachtjes in de hand van mijn man. Hij knijpt zachtjes terug.

dinsdag 16 april 2019

LA RABITA

Omringd door plastic rijden we over de snelweg van Malaga naar Almeria. Bergen en valleien, dorpjes, alles is hier overdekt met plastic. Her en der piekt er een kerktorentje bovenuit of wat hoogbouw. Alleen maar kassen, kassen en kassen van plastic, zover het oog reikt. En heel in de verte lonkt daar die prachtige blauwe, Middellandse Zee.
'Zullen we even een bak koffie drinken', opper ik. De man vindt dat een prima idee en slaat bij de eerstvolgende afslag af. 'La Rabita',  heet het dorpje waar we op af rijden. In het midden van een kleine rotonde staat een beeld van een konijn, of een haas, daar wil ik van afwezen. 'Verlaat de rotonde bij de derde afslag', blijkt geen goed advies. We belanden op een landweg naar  - hoe kan het ook anders - een kas van plastic vellen. We keren, rijden terug en nemen de juiste afslag.
La Rabita blijkt te bestaan uit een paar straten met pal aan zee, drie cafe's en een hotel.
De golven slaan donderend stuk op het strand. Papier en ander afval, dwarrelt over straat, zand slaat tegen de  ramen van onze auto.
Als we inparkeren, worden we gadegeslagen door een groepje afrikaanse mannen, genietend van hun vrije zondag. Iets verderop staat een groep spaanse vissers met elkaar te praten, vlakbij hun boten. Wij stappen uit en lopen een stukje over een nog niet afgemaakte promenade langs zee, eindigend bij een speeltuintje waar je er veel van ziet in Spanje. Met van die kleurige schommels en een wip op van die zwarte rubberen tegels. Ik heb er hier nog nooit een kind in zien spelen.
We gaan koffie drinken bij een oud cafeetje met een tent ervoor die als serre dient. Daar is het goed toeven; even uit de stuivende wind. Lekker warm en knus zo, met zo'n twintig andere gasten, waaronder een aantal oost-europese dames dat hier - vermoeden wij - in de kassen werkt. Aan hun voeten een paar buikschuiverige hondjes. Een ervan begint meteen te flirten met mijn man. Zeker als we even later onze vers gebakken churros krijgen voorgeschoteld. Zit 'ie ineens onder onze tafel. Maar de hond krijgt niks, we vinden die knapperige hapjes bestrooid met suiker, zelf veel te lekker. Teleurgesteld schuift 't hondje weer naar zijn bazinnetje. Wij onderwijl slobberen onze cafe con leche met smaak op, betalen en vertrekken. Rijden terug naar de snelweg. Daar gaan we weer; op naar Almeria. Door een landschap van weerspiegelend plastic. Met in de verte die lonkende zee. Het zand van La Rabita knarst nog tussen mijn tanden.

donderdag 28 februari 2019

JOS

'Hallo, goedemorgen. Ik ben Jos.' 'Hoi, ik ben Venus. Ga zitten, ik kom eraan. Koffie? Koekje erbij?'
Jos zit al, terwijl ik koffie inschenk en hem een koek offreer. Mijn man schuift ook aan. Ook hij krijgt koffie, geen koek.
'Zo, ja, haha, voor ons geen koek, we zijn aan het lijnen', lachen we. Jos neemt een slokje van zijn koffie en breekt vervolgens zijn gevulde koek in tien stukjes, stopt een stukje in zijn mond, kauwt erop en neemt weer een slok koffie. We raken aan de praat, met deze schilder annex stukadoor.  In onvervalst Noordwijks vertelt hij over zichzelf.  Eerst over zijn werk, elke dag weer een andere klus op een andere locatie want ja, hij werkt in opdracht van het tussenbedrijf van de verzekering. Die zet handige mannen als Jos aan het werk als verzekerden als wij schade hebben aan schilder- en stucwerk. Al snel zitten mijn man en ik in de luisterstand om tafel want Jos, hij praat wel en hij is erg openhartig. We hummen, knikken en stellen van die vragen waardoor Jos zich vrijer en vrijer gaat voelen. Over zijn ex-vrouw gaat het inmiddels, die hem 10 jaar geleden zomaar verliet. Daar zat hij dan, met drie jonge kinderen. Hij heeft 't helemaal alleen gerooid. Moeders was 200 kilometer verderop gaan wonen. 'Tjees, wat erg, wat vonden je kinderen ervan?' Jos vertelt en vertelt verder. 'Dus ja', eindigt hij, 'maar ja, alleen is maar alleen. Drie jaar geleden vond ik gelukkig weer een nieuwe vriendin. Ze was tien jaar jonger, halverwege de veertig, had twee dochters en net als ik, een ex. We waren echt gek op elkaar.' 'Waren?' 'Ja, want...' en zijn ogen vullen zich met tranen... 'Ze had borstkanker. Ze heeft het me meteen verteld, hoor,  maar het schrok mij niet af. Nog anderhalf jaar hebben we het mooi gehad samen, toen werd ze ineens heel erg ziek. In minder dan een maand was het over.' Stilte. Jos kijkt voor zich uit. Als hij mij aankijkt, zie ik weer die verdrietige ogen. Ik neem een slok van mijn koffie. Jos neemt nog een stukje koek. 'Hoe lang geleden... ' 'Juli, in juli vorig jaar is ze overleden.' 'Tjeetje, man, Jos, dat is nog kort geleden. Je bent nog enorm in de rouw, man.' 'Ja', zegt Jos, 'dat klopt maar ik ga door, hoor. Zo verwerk ik het, door gewoon weer te werken en van alles te doen. Ik heb er wel een prachtig contact met haar dochters aan overgehouden. Eigenlijk heb ik nu vijf kinderen. We zijn heel close. En ik ben lid geworden van een wandelvereniging. Komend weekend ga ik weer wandelen. Heerlijk. Zo leer ik ook weer nieuwe mensen kennen. Maar he, ik zit hier al veel te lang te ouwehoeren, mensen. Bedankt voor de koffie.' En daar gaat Jos weer, naar boven. De waterschade verhelpen. Al snel vult ons huis zich met de geur van verf. Mijn man gaat boodschappen doen, ik ruim de koffietafel af.

zondag 24 februari 2019

#schoonaandehaak

'Nee! Zo kan 't niet langer. Dit is toch geen gezicht! Die benen! Die reet. Die bolle kop en dikke nek. Zo stijf in de heupen. Wat een ouwe doos.' 'Nee. Ik dan. Ik zie er uit als een ouwe dikke kerel. Met een dik hoofd, met zo'n brilletje op mijn neus. Moet je kijken hoe ik erbij zit! Getver. We moeten d'r wat aan doen.' 'Yeah, we moeten d'r wat aan doen.'
Aanvankelijk blij en trots maar allengs kritieser bekeken we de foto's en filmpjes die de gastvrouw ons had toegestuurd. Opnames van ons optreden, met onze band, bij haar thuis. Wat een heerlijke middag was het geweest. We speelden als een zonnetje en er was lief en leuk publiek.
Fijne oppepper voor ons als band; we hadden zo hard geoefend! Maar toen, de dagen daarna, kwam die keiharde confrontatie! Met onszelf. De keiharde realiteit. 'OMG, ben ik dat?! '
Het overschaduwde onze blijheid helemaal een beetje. Het kwam binnen!
Van weeromstuit ging de man elke avond filmpjes kijken op You-tube. Over mensen met zwaar overgewicht die heel snel, heel veel afgevallen waren. Ik liet 'm maar en las mijn boeken, beneden, op de bank. Ineens: 'Venus, kom, moet je kijken! Snel. Kom!'  Eenmaal boven gekomen moest ik gaan zitten. Hij 'spoelde' het filmpje terug. 'Woooooh! Wat vreselijk!' Een man was 60 kilo afgevallen in een half jaar tijd. Maaaarrrr, het vel van zijn eens zo dikke buik was niet geslonken. Nee, het was een grote vlees- met vel-zak geworden. Een zak die tot op zijn knie hing. De hele dag moest hij dat bungelende ding meetorsen. Hij deed 'm maar in zijn linker broekspijp. Gelukkig was daar de knappe chirurg die de zak van 12 kilo eraf sneed. Hup, in de verbrandingsoven ermee.
'Bleeeeh, gatver. Zullen we naar wat leukers gaan kijken, man?'  Over naar Netflix. Kijk aan! Ook iets over afvallen. Een Australische serie over veel te dikke mensen die door vrienden en familie stiekem opgegeven waren voor het tv-programma 'Get your Sexyness back.'  Slim in elkaar gezet, dat  programma want: knappe en sympathieke deelnemers, jong, in elk geval nog jong genoeg om snel af te kunnen vallen, met een hechte groep van hulpvaardige vrienden en familie om zich heen. En met elk een tranen-trekkend mooi doel voor na de gestelde 3 maanden afvallen. De een ging zijn meisje ten huwelijk vragen; de ander opende met haar dochter - bij ontstentenis van een vader - het bal.
Successtory op successtory. Maar,  tja, ja, niet helemaal eerlijk, want als je zo heel erg te zwaar bent, en je krijgt een - goodlooking-  coach voor het sporten en elke dag wordt alles wat je doet gefilmd, dan vliegen de eerste maandjes de kilo's er heel snel af.... We vroegen ons af hoe dat na die drie maanden verder zou gaan.
Maar goed, we waren toch helemaal enthousiast: 'Gaan we ook zo doen, Venus! Elke dag sporten, dieet houden, veel bewegen en we nemen ook zo'n coach.' De volgende ochtend waren we alweer ontnuchterd. 'Niks voor ons; drie keer per week naar de sportschool, een coach... nee, weggegooid geld.' 'Hey, we hebben toch zelf van die cardio apparaten in huis, man. We gaan gewoon thuis beginnen. We stoppen met snoepen,  met al dat brood met roomboter. We wandelen en fietsen naar ons werk en weer naar huis. Dan moeten we toch wel afvallen. En we zetten onszelf - op een leuke manier - onder druk door ons proces op Instagram te zetten. Ook ons gewicht!'
De man was enthousiast en bedacht een naam: Schoon aan de haak. 'Venus, we doen het samen, dat stimuleert. We zijn elkaars coach. En onze volgers zijn ons publiek!' Ik rekende uit hoeveel we samen schoon aan de haak zouden wegen (180 kilo), maakte een Instagram account aan en  #schoonaandehaak was een feit.
Ik moet 10 kilo afvallen in drie maanden, de man 15. Morgen ons tweede weegmoment. Griezelt u met ons mee?

donderdag 14 februari 2019

ZO IS HET GOED

Rond half 12 arriveren we. Vijf auto's afgeladen vol. Met versterkers, boxen, koffers vol snoeren en microfoons, standaards, een mengpaneel, monitors, een keyboard, gitaar, basgitaar, drumstel, percussieset en last but not least, een perzisch tapijtje voor de drummer, En oh ja, mijn tassen vol mappen, een extra setje kleding plus schoenen, een reserve panty en een toilettas vol make-up. En mijn flesjes water: een gele dopper en een fles met een rubberen rietje waarmee ik tussendoor kan bubbelen om mijn stembanden te masseren.
De gastheer - en vrouw weten niet wat ze meemaken. 'Jeetje, Venus! Wat een spullen! Wat een werk is het om alles klaar te zetten en aan te sluiten.' 'Ja', zeg ik, 'daar zijn we snel een uurtje mee bezig. Het is echt veel werk. En na het optreden moeten we ook alles weer opruimen. Zijn we zo weer een uur verder. En straks, als alles staat, gaan we eerst soundchecken.'
De gastvrouw gaat maar koffie zetten, voor het publiek dat zodadelijk komt. Vrienden, familie en hopelijk ook nog mensen uit de buurt. We spelen tenslotte voor Gluren bij de Buren en de bedoeling daarvan is, dat buurtgenoten bij elkaar over de vloer komen om te genieten van een optreden van een bandje zoals wij. Of van een zanger of een fagot-trio of nog veel meer mogelijkheden.
'Hey, wat gezellig, daar zijn de eerste gasten al.' Een beetje onwennig stapt een aantal echte buurtgenoten naar binnen, samen met familie en vrienden die hier duidelijk vaker over de vloer komen. In deze royale bungalow in dit kleine dorpje. Terwijl wij inzetten met het nummer The Thrill is gone, zitten er al mensen op de stoeltjes voor ons. Ze zitten stil en aandachtig te luisteren, wat een mooi gezicht is dat. Halverwege het nummer stoppen we. 'Okay, het geluid is prima in orde.' We krijgen meteen een warm applaus. 'Nou, dat klonk nu al goed en dat was nog maar de soundcheck. '
We kijken elkaar aan op dat ge├»mproviseerde podium in de serre. 'Zullen we meteen maar doorgaan? Het is ook eigenlijk wel tijd.' De gastheer wil nog even een woordje doen voor de microfoon. Hij heet iedereen welkom en kondigt ons aan. 'Dames en heren, Moondance the band!'  De drummer tikt af. En we spelen de sterretjes van de hemel. 'Wat gaaf dit' denk ik. 'Zo leuk, dat lieve aandachtige publiek.'
We spelen, verdeeld over de middag 3 sets voor steeds weer een ander publiek. Na elke set lieve mensen die even komen kletsen en heel enthousiast over ons zijn. We worden er verlegen van. Of we daar ook willen komen optreden en op het Kaageiland en op een feestje hier en een party daar. Wie onze PR doet, of ze een kaartje van ons mogen en waar we op internet te vinden zijn. ' Uhm....' Ongeloof over dat we 'maar'. amateurs zijn. 'Ja, echt hoor, we zijn een vriendengroepje dat weliswaar elke vrijdag vlijtig oefent, maar verder geen hoge ambities heeft. Af en toe een gezellig optreden zoals dit, zo is het goed.'  Neeeeh, jullie zijn professioneel hoor, echt geen amateurs!' Even word ik er onrustig van. Moeten we meer optreden? Doen we iets niet goed?' 'Nee', bedenk ik me. 'Zo is het goed. Zo is het goed.'  En ik ga naar de mannen van de band om ze te helpen al die spullen weer af te bouwen en op te ruimen. Daarna drinken we een wijntje met de gastheer en - vrouw en hun vrienden en familie.

zaterdag 19 januari 2019

TUSSENSTUKJE

'Okay, ging lekker, maar het is een beetje veel van hetzelfde. We moeten het ergens spannender maken.' 'Ja, klopt, het loopt lekker, gaat maar door. Goeie groove, swingt wel. We moeten misschien iets er tussendoor doen met de dynamiek?' 'Nou, misschien eerder iets doen in de begeleiding. Een tussenstukje dat net even anders is, alleen in Am F, dat herhalen we en dan zingt Venus er overheen.' 'Okay, ja, doen we.'
'Uhm, lijkt mij ook okay', zeg ik, 'op welke plek precies?' 'Nou, bij dat tussenstukje!' 'Dat tussenstukje? Bedoel je het refrein?' 'Ja! Het refrein!' 'Okay, maar het refrein komt een paar keer voor in dit lied. Er zijn heel veel coupletten en op twee plaatsen wordt het refrein gezongen en dan ook nog eens herhaald. Dus bedoel je hier?' En ik houd het blaadje met de tekst omhoog. De mannen kijken amper naar mij, maar praten met elkaar over wat daar precies gespeeld moet worden, tijdens dat tussenstukje. De bassist speelt het even voor en de rest speelt mee. Het moet een paar keer over omdat de gitarist even uit zijn eigen Efteling gehaald moet worden; die had niet direct door dat er iets veranderd wordt. Maar nu is ook hij erbij. Ze spelen samen, klinkt mooi. Aandachtig luister ik maar waar ze dat stukje nu precies in willen passen is me nog steeds een raadsel. Maar dit gebeurt vaker tijdens repetities, dit vage gedoe. Ik ken mijn pappenheimers, als ik niet doorvraag gaan ze gewoon spelen en denken ze dat ik zo wel begrijp waar het moet gebeuren. Ik ga de kracht van de herhaling maar weer eens toepassen. Gewoon maar weer opnieuw vragen waar ze wat precies gaan veranderen.
'Dus hier, na het vierde couplet begint het refrein en dat herhalen we, maar dus vlak voor het refrein doen we dat tussenstukje? En daar zing ik overheen? Iets scatten, okay? '' Huh, neeeeeee! Nee, na het refrein, niet ervoor en niet op die plek, Venus, dat is te vroeg!' 'Goed, helder, verderop in het lied dus', opper ik en kras mijn aantekening na couplet vier maar weer weg. 'Na couplet acht is er weer dat refrein, dus daarvoor?' 'Ja, die plek Venus, maar niet voor het couplet, erna! Het tussenstukje komt erna!' 'Huh, niet voor het couplet? Het refrein bedoel je zeker?' 'Ja, tjee, ja, couplet, refrein. Ja, het refrein bedoel ik natuurlijk. En geef jij het dan aan, Venus? Als we daar zijn, want wij horen dat niet, waar je zit in de tekst he, wanneer het zover is.' 'Mooi', zeg ik terwijl ik alle eerdere aantekeningen doorkras en na het refrein opschrijf: 'geef een teken', 'ja, is goed en dan ga ik daar dus overheen zingen. Toch?' Nee joooh, nee, alleen instrumentaal. Zonder zang.' 'Oh, ahaaaa! Nu begrijp ik het. Goed, begin maar.'
'Mensenlief', denk ik terwijl de mannen het intro inzetten. 'Wat is communiceren in een band toch een wonderbaarlijk iets. Couplet, refrein, tussenstukje. Voor of juist na een van deze drie dingen moet er iets gebeuren en iedereen geeft het een andere naam. En wat er moet gebeuren... met zang, zonder zang. Iedereen denkt van elkaar dat de ander gedachten kan lezen, of zo.... Heeeeeel bijzonder, die communicatie in een band. Een klein wondertje toch elke keer weer, dat we elkaar ineens toch helemaal begrijpen.'
Het intro loopt af en ik zet in: Same old story's back again, she's not a lover, she's just a friend...