vrijdag 21 februari 2020

FUCKING BARRE'S

'Plonk. Plomp. Ploink. Pliiing.' He, die ging wel, die laatste. Nog een keertje proberen. 'Plomp. Plonk. Plonk.'  'Gtvrrrrr... auw, nog even en mijn vingers schieten in een eeuwigdurende kramp. Even ontspannen, nu.'

Ik wapper met mijn handen en pak er een gouwe ouwe bij. Jolene. Makkelijke, open beginners-accoordjes. Heerlijk liedje ook, kan ik ook bij zingen. Beetje nasaal, twengetje erover, dan klink ik in de verte als Dolly.
'Jolene, Jolene, Joleeheeeheeeeene...'  Vol verve sla ik het laatste akkoord aan, laat de tonen wegsterven.
Lekker, dat ging best goed.

Nou, zucht, Danny Boy dan maar nu en dan niet de makkelijke versie, maar de nieuwe, de moeilijke. Die met die fucking barre's. Geen smokkel F maar een F met barre.
OMG, daar gaan we weer. 'Plonk. Plom. Plok.'
Bleeeh. Te lelijk gewoon. Te lelijk om bij te zingen. Terwijl de meester had gevraagd of ik de versie van Eva Cassidy erbij wilde zingen. Mensenlief, toe maar. Ook daar moet ik eerst enorm op oefenen. Want Eva zong dit lied met van die uithalen, zoals ze alles met uithalen zong. Ze ging ook altijd over de maten heen, van de ene maat over naar de andere zong ze en dan ergens aan het eind van de eerste maat van de volgende regel begon ze pas met het eerste woord. Wat ze in de tweede regel weer compenseerde. On-na-volg-baar.

Gitaar in de standaard.
Spotify erbij. Koptelefoontje inpluggen. Eva Cassidy, Danny Boy op.
Hardop meezingend loop ik over zolder.
Oei, moeilijk. Nog moeilijker dan die fucking barre's.

En toch is het leuk, muziek maken. Best ontspannend. Eigenlijk.

maandag 17 februari 2020

SPAANPLATEN BUREAUTJE

Soms hebben we zo'n moment. Dan denken we dat verhuizen okay is. Dus dan klikken we op funda punt en el en daarna klikken we nog meer aan zoals de maximale verkoopprijs, het aantal kamers en nog zo wat van die dingen.

Want ja, we zijn inmiddels op en rond de zestig, de kinderen zijn de deur uit en komen nu echt niet meer terug gevlogen. We kunnen best wat kleiner wonen, goedkoper ook, misschien meer comfortabel ook, dus nieuwer. Maar vooral goedkoper. Kunnen we misschien eerder stoppen met werken als onze woonlasten minimaal zijn, hopen we.

Dus voor we het weten zitten we met onze lees- of computerbril op het puntje van onze neus, kop koffie bij de hand, te scrollen achter de lap top, te gluren naar al die interieurs, badkamers, keukens, tuinen, schuren en kamers. Veelal gefotografeerd met zo'n groothoeklens, de foto's stevig bewerkt met Photoshop of een soortgelijk programma. Dat je maar niet ziet dat dat kamertje eigenlijk piepklein en enorm donker is. Kijken we dwars doorheen en maakt ook niet uit. Zouden we zelf ook doen als wij ons huis te koop zetten.

We zwerven virtueel van de huiskamer naar de keuken en het toilet, de hal door en hopla, de trap op. Daar zijn steevast de slaapkamers, soms nog ingericht als bivakkeerde er een jongeman van 18 jaar in de jaren '90. Alles vol geblurde posters of die zijn er juist afgehaald en laten van die lichte plekken achter op het behang. Of er lijkt nog een een tienermeisje te slapen dat van roze en rood houdt. Alsof er een prinsesje huis houdt. Het spreitje van de Kwantum kan niet maskeren dat het bed allang niet meer beslapen is.
Dan nog even een blik werpen op de badkamer. Soms helemaal anno nu, maar veel vaker jaren '90 of begin van deze eeuw. Alles met van die wolkerige tegels, blauw met wit. Maakt niet uit, als je er zou gaan wonen, zou je dat direct pimpen, toch?

Slaapkamers en badkamer gehad, we gaan weer een trappetje op, op naar de zolder. Kijk aan, daar hangt de ketel, daar staan de wasmachine en de droger. Vloerbedekking is veelal nog van de vorige bewoners, helemaal jaren '80, grijs dus. Deurtje door en daar is de zolderkamer. Het behang dat het vertrokken kind vroeger zo hip vond, zit er nog op. Soms knalgroen. De blauwe vloerbedekking ligt er ook nog. Er staat vaak nog een Ikea- tv-kast van 30 jaar geleden: zonde om weg te gooien. Goed, ook dat is begrijpelijk, want daar kun je je videobanden mooi in bewaren. En wat dacht je van de sportapparaten! Te duur om weg te gooien, dus zet maar op zolder voor als je onverhoeds toch weer zin krijgt om elke ochtend om zes uur een uur te trainen.

Maarrrrr, ja,  dan komt 'ie, we sturen ons pijltje naar het hoekje onder het schuine raam. 'Yes! Jaaaaah! Daar staat er weer een! Kijk! Het bureau! Het bureautje!'
Het bureau van spaanplaat. Met het gammele bureau-stoeltje van De Karwei er onder geschoven. Soms staat er nog zo'n jaren '90 computer op. En liggen er wat spulletjes,  waaruit je kunt opmaken dat vaders hier maandelijks de administratie doet. De rekeningen betaalt.

Echt, let maar op, in zo goed als elk huis dat te koop staat waar midlifers of nog ouder in wonen, staat zo'n bureautje op zolder. Van spaanplaat. Met zo'n stoeltje. Echt genieten als we er weer een gescout hebben.

Na tien van zulke huizen zijn we er klaar mee. Houden we weer zielsveel van ons eigen huis, bedenken we dat hier onze vrienden en familie wonen. We gaan helemaal niet weg! En dat onze zolder zo ongelooflijk mooi is. Niks geen spaanplaten bureautje. Onze zolder is een studio, een tweede huiskamer. Een paradijsje.

Brillen weer af, koffiekopjes in de afwasser. Funda punt en el uit. We gaan naar zolder!

vrijdag 7 februari 2020

JANUARI SHIT MAAND

Terugblikkend kan ik niet anders zeggen dan dat januari een echte shit maand was. En dat zeg ik niet snel, optimist als ik ben.

Op 3 januari kwamen we terug van twee prachtige weken Hongkong, van twee mooie, intensieve weken samen met mijn zoon en schoondochter. Wat hebben we genoten!
Dikke tranen bij het afscheid, echt, dat valt niet mee hoor, te weten dat je elkaar misschien weer een halfjaar niet ziet. Een halfjaar geen knuffels, geen mooie gesprekken, geen wandelingen langs the Waterfront of tochtjes maken met zijn viertjes door die indrukwekkende stadstaat. Niet meer samen eten en genieten van al het lekkers dat de Aziatische keuken te bieden heeft. En ach, tja, we waren allebei een dagje ziek want verkouden, vermoedelijk getriggerd door de bacillen in het vliegtuig en de airco in de winkels en het hotel. Maar dat had de pret echt niet gedrukt. Met een hoofd vol indrukken en mooie, verse herinnering en een hart dat huilde, vlogen we weer terug.

Misschien dat dat verdriet de trigger was plus de dikke jetlag, maar thuis gekomen werden we allebei opnieuw hartstikke verkouden en grieperig en koortsig.
De hele fucking maand januari bleven we ziek. De man bleef zelfs thuis van het werk, begon te snel weer te werken om daarna weer thuis te moeten blijven. Ik had dan weer een zere strot, dan weer koorts, dan weer buikgriep, dan was ik weer strontverkouden. Was ik van het een af, dan kwam het ander weer opzetten.
Nu, begin februari, zijn we eigenlijk nog niet helemaal hersteld. We kuchen en hoesten nog steeds.
Maar goed, het ergste is over en he, de lente komt eraan.
En nee, het is geen Corona-virus. Dan waren we veel zieker geworden, geloof me!

Op 6 januari moesten we allebei weer werken, met een snotkop en een dikke jetlag. Dat viel niet echt mee, maar goed, wij zijn loyaal en betrouwbaar. Aspirientje d'r in, keelpastilles mee en vooral veel thee drinken en vroeg naar bed, wat vanwege de jetlag geen probleem was. Om vier 's middags waren we al slaperig, namelijk.
Ik was begonnen aan een nieuwe interim opdracht en had gedacht dat tijdens mijn afwezigheid, mijn contract geregeld zou zijn. Zo had ik dat namelijk afgesproken met de opdrachtgever en mijn bureau.
Niks bleek minder waar.
Fout op fout was er gemaakt, er was helemaal niks voor me geregeld en ik kon er helemaal niks aan doen, behalve alle betrokken partijen bellen, mailen, appen en steeds maar navragen of dan weer die en dan weer die de fouten had hersteld en of er al een oplossing in zicht was. Dat heeft tot begin februari geduurd en dan nu, ein-de-lijk worden zaken geregeld.
Nee, het contract is er nog niet, maar komt eraan. Stress gaf het wel, dat kan ik je wel vertellen. Want eigenlijk kun je niet werken als je geen contract hebt, da's illegaal. Vet shit was het, dat kan ik verzekeren.

Onderwijl maakten mijn zoon en schoondochter in Hongkong zich serieuze zorgen om hun gezondheid. De berichtgeving rond het corona-virus werd steeds zorgwekkender.
Ze vierden nog wel Chinees nieuwjaar met familie in Beijing, maar bij terugkomst namen ze allerlei voorzorgsmaatregelen. Sloegen voor een paar weken eten en drinken in en werken vanuit huis. Gelukkig zijn ze nog steeds gezond.
Even waren ze verkouden, begin januari, maar dat kwam doordat mijn man en ik ze aan hadden gestoken, ben ik bang.

Vorige week werd mijn lieve schoonmoedertje ook nog erg ziek, accuut. Hevig bezorgd stonden wij kinderen om haar bedje. De dagen erna pasten we om-beurten op haar. De huisarts geeft haar gelukkig precies die medicijnen die zij nodig heeft en oh wonder: ze klaart weer op, ook als is ze doodmoe want echt, ze heeft een flinke opdonder gehad.
We halen opgelucht adem en hopelijk kunnen we volgende maand lekker weer een ommetje met haar maken.

Echt, januari was echt een shit-maand, maar he, de lente komt eraan! Up we go!

zondag 26 januari 2020

PRAAT-SAUNA

We liggen nog maar net, of de twee jonge meiden verderop barsten los.
'Ik had nog gedacht om Wesley mee te vragen, maar hij kon niet. Weet je waarom niet? Hij had ook een wellness-dagje. Met zijn vriendin. Grappig he?' 'Ja, zeker, toevallig.' 'En hoe is het met de ring van je schoonzus? Is die al gevonden?' 'Nee, ik denk het niet. Ik heb er nog niks over gehoord tenminste.' 'Tjeetje, dat is ook wat.' 'Vorige week waren we nog even een dagje bij ze, maar ik heb er niks over gehoord.' 'Oh, ja? Vorige week was ik ook nog even een dagje weg. Met Francis. Naar Utrecht. Zo leuk, ik heb er een heel mooi jurkje gekocht. Een paarse. In de uitverkoop. '

Ik open mijn ogen en kijk naar mijn man die hoger ligt dan ik. Met moeite hoor ik de chille lounge-muziek boven het gekwek van de twee meiden uitkomen. 'Hey, hoor je dat, wat een mooie muziek he? Heerlijk rustgevend,' zeg ik in de hoop dat de lady's begrijpen dat ze met hun gekwetter over niks, die mooie rustgevende muziek overstemmen. 'Mmm, mmm', zegt mijn man, 'zitten mooie dingen in.' 'Ja, zou wel iets zijn voor de band, goeie groove. '

Ik sluit mijn ogen weer en merk dat het me stoort om naar die verhalen over Francis, Wesley en alle andere familieleden en vrienden van de twee meiden te moeten luisteren. Ik ben gedwongen om al dat geleuter aan te horen. Balen! Maar ja, het is geen stilte-sauna, je mag er praten, dus wat doe je d'r aan, niks toch?

Mijn man denkt daar anders over. 'Zeg, zijn jullie je ervan bewust dat wij hier ook liggen', vraagt hij best een beetje bars. 'Ja?!', antwoorden ze meteen in koor. 'Maar dit een praat-sauna, hoor,' zegt de een. 'Ja. Dit is de enige sauna waar we mogen praten. Dus.' zegt de ander.
We zwijgen en blijven liggen met onze ogen dicht. De meiden doen er ook het zwijgen toe. Toch enigszins geïntimideerd door de opmerking van mijn man, vermoedelijk.

Dan komen er twee mensen binnen. Ik zie ze niet, maar ik hoor ze wel. De een klimt naar het hoogste bankje, de andere naar die eronder. Als ze gaan liggen, kraakt het hout. Daarna is het stil.
'Nou, eens opletten', denk ik. 'Als zij  hier ook met elkaar gaan praten, zijn wij in de minderheid. Zo niet, dan blijft het voorlopig nog wel even stil.'

Ze zwijgen. Het blijft stil. Voorlopig. Even. Want na een paar minuutjes houdt een van de twee meiden het niet meer. 'We kunnen volgende keer wel samen met Rachel en Sabine,' fluistert ze. Haar vriendin humt, maar geeft verder geen antwoord.  Maar toch, ik zie meteen een Rachel en een Sabine voor me.

De deur gaat open, er komen mensen binnen. Een groepje van vier dit keer. Met veel gedoe en gepraat installeren ze zich vlakbij de meiden. Als ze eenmaal liggen, blijven ze hard fluisterend met elkaar praten. Een van hen maakt een grapje. De rest lacht. Het fluisteren gaat over in hardop praten. De meiden hervatten ook meteen hun gesprek.

We trekken een gezicht naar elkaar, gaan zitten, rollen onze handdoeken op en verlaten de praat-sauna.

zondag 12 januari 2020

GEWOON WEER VERDER

Seinstoring! We moeten met de bus. Snel dribbel ik naar de geïmproviseerde bushalte langs de autoweg en sluit achteraan in de rij. De bus arriveert. Haastig stappen de mensen voor mij in. Helaas, ik en nog drie mensen voor mij, passen er niet meer in. De deuren sluiten. De bus rijdt weg.
We moeten wachten op de volgende.

Gelukkig is die er al snel. We stappen in. De rij achter mij heeft aardig aangejongd, dus ook deze bus loopt helemaal vol. Een stevige vrouw van eind veertig, begin vijftig, gooit snel haar fiets in het rek, zet 'm op slot en al vragend of dit de bus is naar het volgende station, rent ze naar de deur. Ze kan er nog net aan in. Zodra ze is ingestapt, sluit de chauffeur de deuren en geeft gas. There we go, up to Wormerveer.

Ze zit achter mij, de vrouw en zo te horen zit ze naast een goeie kennis, want ze raken meteen in gesprek. Een andere vrouw, rechts van het gangpad, draait zich naar haar toe en zegt: 'Hey, wat goed dat je er weer bent. Een goed nieuwjaar. Ik wens je echt het allerbeste toe. Volhouden, he?' 'Dankjewel', lacht de vrouw achter mij, 'dat gaat zeker lukken hoor.'

De kennis vraagt hoe het nu met haar gaat. En ze vertelt. Over het knobbeltje in haar borst, dat gelukkig op tijd werd ontdekt. Dat verwijderd werd begin november. En over de bestraling daarna. Dat ze  drie keer per week naar het ziekenhuis moest, naar radiologie. En dat dat bestralen maar heel kort duurt. Dat ze had verwacht dat het elke keer wel een kwartier of een half uur zou duren. 'Ben je gek, joh', had een vriendin gezegd. 'Als ze je zo lang bestralen, ben je meteen gebarbecued.' Ze lacht hard om haar eigen grapje.

'Ik slik nu nog pillen. Hormoonpillen. Dat gaat best wel goed, ik word er niet ziek van, gelukkig. En ik ga deze week weer beginnen met sporten. Laat ik nou eens goed voor mezelf zorgen, na al deze ellende. Goed voor mijn gezondheid zorgen.'
De kennis humt. 'Donderdag ga ik fitnessen en naar yoga. Zaterdag heb ik een nieuw sportpakje gekocht. Ik had nog wel wat, maar he, ik wilde iets nieuws.'
De kennis humt weer. De vrouw praat verder.

'Zeg, denk je wel om je rust', vraagt hij ineens. 'Loop je niet te hard van stapel? Denk goed om jezelf, hoor. Je hebt een beste optater gehad, toch?' 'Jawel', zegt de vrouw, 'maar ik wil gewoon weer normale, leuke dingen doen. Daarom ga ik nu ook meteen weer aan de slag. Ik begin met halve dagen. Moet nog wel naar de bedrijfsarts. Ik heb 'm gebeld, hij klinkt wel goed maar ik had de indruk dat hij geen idee had wat er met mij aan de hand is. De beste man. Afijn, laat mij maar weer lekker mijn gang gaan, hoor.'

Ze klinkt blij en verdrietig tegelijk. Dat kun je horen, aan iemands stem. Emoties die elkaar tegen spreken. Ik voel het aan mezelf, wat zij voelt. Ik voel het aan mijn keel.

We zijn er. Station Wormerveer. Allemaal stappen we uit de bus en lopen naar de Sprinter. Ik zie een kennisje achter het raam zitten en ga naar haar toe. Begroet haar enthousiast. We raken direct aan de praat. De vrouw zie ik niet meer.


zaterdag 4 januari 2020

DE PROFESSOR

We zitten er heerlijk, zo in het zonnetje, op een bankje in het park. Achter de bomen weten we het verkeer, de drukte, de mensen, maar hier is het rustig. Stil. Sereen. Soezerig warm.
Nog even genieten, voordat we weer terug naar huis gaan. Nog even genieten van dit mooie stadspark en van de zon. Straks, thuis, in Nederland is het weer koud, somber en donker.

Plotseling lopen in rap tempo, drie mannen het trappetje links van ons op. Werkmannen zijn het. De een, de voorman, wikkelt snel een rood-wit lint om de paaltjes bij de trap. Hij praat, de rest luistert en volgt hem.
Het gesoigneerde heertje dat ons zojuist passeerde, een wat ouder heertje dat zijn donker geverfde haar  in een jeugdige lok opzij gekamd heeft, houdt de mannen van hun werk, althans, hij spreekt ze aan, ze geven antwoord en lijken een en ander uit te leggen.
Na een halve minuut vinden ze het genoeg, lopen naar de nabijgelegen border en beginnen daarin te wroeten en graven. Een van hen haalt een tas van zijn rug, pakt er spullen uit en monteert deze. Het blijkt een spuit. Zonder enig omhaal begint hij iets op de border te spuiten, iets wat rookt. Zijn collega's wroeten ingespannen door en lijken geen last te hebben van de steeds groter wordende rookwolk.
Wij echter slaan onze handen voor ons mond: die rook slaat direct op onze keel.

Het heertje stapt nu op ons af. Vraagt in het Engels of wij hebben begrepen wat hij zojuist besprak met de drie werkmannen. We zeggen van niet, uiteraard, want het gesprek vond plaats in het Chinees. 'Nou', zegt het heertje. 'Ze spuiten met een middel tegen muskieten. Er schijnen hier namelijk muskieten in de struiken te zitten, althans, een inwoonster heeft geklaagd dat zij is gestoken, toen zij hier was en ze werd daarna erg ziek. Nu moet de onderhoudsdienst alle struiken nakijken op muskieten en uit voorzorg alles uitroken.' Uit zijn non-verbale gedrag blijkt dat hij de klacht van de inwoonster echt absurd vindt.

'Aha', zeggen wij en voordat wij iets terug kunnen zeggen of vragen, vertelt de man verder. Eerst wil hij wel weten waar we vandaan komen. 'Uit Holland', zeggen wij. 'Ach, Holland, maar dat heet toch niet meer zo? Sinds deze week mogen we dat van jullie regering toch niet meer zo noemen?' 'Oh... uhm...' 'Ja, jullie heten nu toch, Nieter.. Nieter... lende... ' 'Aaaah', roepen wij in koor, 'wij heten the Netherlands.' 'Aaah, ja', gaat het heertje verder. 'Dus geen Holland meer. En jullie komen uit Amsterdam?' 'Ja', zeggen wij voor het gemak. 'Want hoe leg je uit dat je uit Krommenie komt, toch? En alle Nederlanders wonen simpelweg nearby Amsterdam, dus...
'Aaah, ja, Amsterdam, daar ben ik ooit eens geweest. Voor mijn werk. Ik was professor aan de politechni-universiteit hier. Aaah, Amsterdam. Ik was daar een week. Elf uur vliegen, he?' 'Ja...' 'Dat is best lang, maar mijn zuster woont in Toronto en als zij hier naar toe komt voor bezoek, dan klaagt zij steen en been. Zij moet namelijk 16 uur vliegen en het ticket is altijd erg duur. Ze klaagt daar altijd enorm over. Ja, ja...' en hij praat verder. 'Amsterdam, daar wonen heel veel Hongkong-chinezen. Dat viel mij meteen op. Ja, zoveel Chinese restaurants ook in Amsterdam. Erg veel.' Mijn man wil wel vertellen over de Chinese restaurants, maar hij krijgt er geen speld tussen. Deze voormalige professor is duidelijk gewend verhalen af te steken, zijn kennis te etaleren maar is niet gewend aan vragen of opmerkingen.

De rookwolk is inmiddels zodanig onverdraaglijk, dat we wel moeten verkassen. Met mijn sjaal voor mijn mond spring ik op, mijn man pakt zijn rugtas. Het heertje tikt met zijn wandelstok op de grond en zegt: 'Kom, ik moet maar weer eens gaan. Ik ga naar de sportschool. Lekker sporten. Ik wil er weer jong uitzien.' Met een grote grijns neemt hij afscheid.
'Veel plezier, leuk met u gesproken te hebben, mijnheer.'

En weg beent hij al, het heertje. Zijn wandelstok tikt bij elke stap.

woensdag 1 januari 2020

HONGKONG 12

Dat heb ik dus wel vaker, op vakantie, dat ik denk dat ik nog een paar dagen heb, maar dat de laatste dag morgen al is! Dat het ineens bijna over is! Dat is schrikken, telkens weer.

Ook Koen en Yuan dachten dat we vrijdag pas naar huis gaan. 'Ja, dat klopt', zegt de man, 'dat is vrijdag 3 januari, maar om kwart over 1 's nachts. ' 'Dus, vannacht slapen we voor het laatst hier?' Ik voel traantjes prikken en kijk maar naar mijn bordje.

Stilletjes pikken we maar weer wat lekkers uit de schalen voor in de Hot Pot. Japanse Hot Pot dit keer. Met ondere andere van dat vlees van gemasseerde runderen. Het is werkelijk waar verrukkelijk. We drinken er koud, Japans bier bij en kunnen zelfs - naar eigen keus -  een ijsje tappen als dessert. We zitten er perfect, helemaal bovenin een shopping mall van volgens mij wel zo'n dertig a veertig verdiepingen. Yuan vertelt, dat er in Hongkong ruim 100 shopping malls zijn. Ruim Honderd! Wauw!

Daarna dalen we weer af. We zijn nu in Mong Kok. Ook weer een heel druk bevolkte wijk, al weer veel meer een woonwijk dan de wijk waarin ons hotel staat, Tsim Sha Tsui. Dat is een echte (wat duurdere) winkelwijk.
Bovenaan de werkelijk waar tientallen meters hoge roltrappen vraag ik of ik misschien niet beter met de lift naar beneden kan gaan. Ik zie er als een berg tegenop, namelijk, dat afdalen. Een soort rode piste gevoel voor de beginnende skiër, zoiets ervaar ik dit moment. Toch weten Koen en Yuan me over te halen. 'Mam, ga gewoon vlak achter mij staan, dan kun je niet naar beneden kijken.' Slim, dat werkt.

Ondertussen was Ruut al aan de afdaling begonnen. Beneden gekomen, op de volgens ons afgesproken plaats, is hij foetsie. Opgegaan in de massa!
Grappig te zien hoe de rollen zich ineens omdraaien. De zoon merkt met een mengeling van stomme verbazing en ergernis op, dat zijn vader wel heel gek doet door zomaar alvast weg te gaan. Ongerust zoekt hij rond, terwijl Yuan en ik wachten. Uiteindelijk blijkt Ruut afgedaald te zijn naar de metro-hal en had hij van de hele afspraak om halverwege de shoppingmall nog wat rond te neuzen, niks meegekregen. Oost-Indisch doof, zeggen we dan maar.

Eerder die middag waren wij, vaders en moeders, heel stoer met zijn tweetjes wandelend van wijk naar wijk gegaan. We wilden cadeautjes kopen bij het Chinese winkelcentrum voor de oudere Hongkong/Chinese medemens, YUE HWA Omdat ze daar van die mooie, traditionele Chinese spulletjes verkopen, hadden we zo bedacht. Mooi voor onszelf en mooi voor de oma's (en opa).

De zoon hield ons al append in de gaten: 'oh oh, als dat maar goed gaat met die twee, ik voelde het hem denken.' En het ging goed. Streetwise als wij zijn, kuierenden we al snel relaxed over een stuk markt in Jordan, waar ze oogstrelende Chinese kleding verkopen, heel hip. Niet traditioneel, maar hippie-achtig! Batik-stof, veel rood en zwart maar ook diep blauw of zandkleurig. Even waande ik me weer in good old Dali!
Ik gunde mezelf de tijd niet iets te passen, want we hadden inmiddels een tijdafspraak met de kinders bij elkaar ge-appt. Over een kwartier bij de YUE HWA.
Lukte allemaal prima, we waren er mooi op tijd. En we vonden mooie cadeautjes.

Zo'n tamelijk bureaucratisch systeem trouwens bij het afrekenen bij YUE ! Je krijgt  er bijna standaard korting, echt funny. Maar dat krijg je niet direct. Dat wordt op je bon gezet en met die bon moet je naar zes hoog. Daar zit een dame achter een kassa en die geeft je niet het geld terug van je korting, maar vouchers, tegoedbonnen. Die je dus weer bij YUE moet besteden. Okay! Slim. De vouchers zijn voor Yuan, dat komt wel goed.

Als we Mong Kok ondergronds verlaten, spreken we af dat we elkaar morgen eind van de middag nog een keer zien. We gaan dan ergens eten, Koen en Yuan bedenken een geschikt restaurant.

Dat wordt afscheid nemen, mensen, echt, dat ging wel heel erg snel hoor, die 2 weken. Heel erg snel. Wat zal het gek en verdrietig zijn om weer terug te vliegen en Hongkong met onze kinders achter te laten.

Hongkong, je was weer mooi vandaag. Veel mooie mensen ook, in feestkleding over straat, op weg naar familiefeestjes. Opa's en oma's, keurig aangekleed werden gehaald door hun kinders. Jongetjes in prachtige pakken, meisjes in mooie jurken. De moeders beeldschoon. Weinig vaders, trouwens, bedenk ik me nu ik dit zo opschrijf. Volgens mij zaten die op nieuwjaarsdag gewoon om 8 uur alweer op kantoor. Ook dat is Hongkong.