dinsdag 31 december 2019

HONGKONG 11

Oudjaarsdag in Hongkong. Dat voelt toch anders dan in Krommenie. Al was het maar omdat er hier van alles georganiseerd is en er buiten van allerlei moois gebeurt. Kom daar in good old Krommenie maar eens om, daar gebeurt niks, behalve dan de oliebollenkraam op het Rosariumplein die overuren draait. Alhoewel, ik wel las dat er een winnend Oudjaarslot door een dorpsgenoot is gekocht. Hij of zij heeft 15 miljoen euro gewonnen. Dat is toch wel weer heel bijzonder. Eens kijken wie er het komend jaar ineens in een Lamborghini over het Vlietsend rijdt.

Ik begin mijn dag met het beplakken van mijn schouders en nek met Happy Pads. Wat een zaligheid. Het zijn een soort grote pleisters, die je op je huid boven je stijve spieren plakt. Ik plak er op elke schouder en op de achterkant van mijn nek een.
Door het wandelen met een goedgevulde rugtas, heb ik regelmatig nek- en schouderpijntjes. Zo ook hier. Ik werd er mee wakker.
De Happy Pads zijn verrukkelijk. Na enkele tellen zorgt  de tijgerbalsem ervoor, dat de huid en de eronder liggende spieren heerlijk warm worden. De pijn verdwijnt als sneeuw voor de zon. Ik word er erg happy van en besluit er een aantal pakjes van mee naar huis te nemen. Wat een uitvinding. Waarom hebben we dat nou niet in Holland?!

Na het ontbijt, maken we een wandeling langs the Waterfront. Het is nog redelijk rustig, want naar stadse begrippen vroeg: half 11. Wel staat er op het dakterras van het Peninsula Hotel een spetterende - zo te horen heel erg Amerikaanse - band te spelen. Het geluid draagt ver, dus we kunnen er gedurende de hele wandeling van genieten. We blijven hier nog 3 dagen en kijken al een beetje met van die afscheids-ogen. Wijzen elkaar op plekjes in de verte: 'Kijk, daar, the Peak, in dat gebouw aten we pizza. Waar zou nou dat eiland met die grote Buddha toch zijn? '

De toppen van de hoogste gebouwen zoals de ICC-Tower, zijn vandaag in nevelen gehuld. Een gaaf gezicht.  Het is een beetje Hollands weer vandaag. Grijs en bewolkt. De zee is onrustig met van die korte, tegen elkaar botsende golfjes. Er staat ook een pittig windje. Geen weer voor blote beentjes, dat had ik goed voorzien, met mijn warme lange broek aan.

Met weer wat kilometertjes in de benen, lopen we na een paar uurtjes weer terug.
Vlak voordat we de Hanoi Road opgaan, vraag ik de man om mij Tommy Lee eens te laten zien. Daar was hij eerder deze week, tijdens een wandeling, - niet bij toeval - op gestuit. Dat doe hij graag, zegt hij, met mij naar deze grote muziekzaak.
Op de Cameron Lane is de entree naar de winkel. Binnen gekomen voelt het als thuis, zo, met al die instrumenten en muzikanten. Het is ook overal, all over the world, hetzelfde in muziekzaken. Ook hier zitten van de introverte gitaristen relaxed te spelen, van allerlei moois uit die gitaren te toveren.
Ik pingel een paar  beginners-liedjes op akoestische gitaren en zing zachtjes mee. Daarna gaat Ruut even los op een keyboard en doen we - bescheiden, met een laag volume - een nummer van de band: The Strut.
'Oeps, ik heb ineens een beetje heimwee, geloof ik.' 'Ik ook', zegt de man. 'Hier merk je het aan, he?'

Eenmaal terug in het hotel besluiten we in de Lobby lekker een grote bak warme koffie te drinken. We plakken er meteen maar een lunch achteraan. Westers eten, dit keer, Pannini met een zakje franse frietjes. Heel niet verkeerd.

De middag brengen we verder luierend door op de hotelkamer, althans, ik  lees en schrijf. Ruut gaat sporten in the gym. Daarna kijken we filmpjes als 'Help, mijn man is een klusser'. Vooral die van dat stel uit Heerlen vinden we erg vermakelijk.
De hotelkamer voelt inmiddels  als ons thuis, met  dat verschil dat ik hier niet uitkijk over mijn achtertuintje maar  van 16 hoog  over  half Kowloon en Hongkong Island kijk.

Bij onze favoriete 'buurt-eettent-om-de-hoek', bij de Lip Seng Mansion, bestellen we allebei een bord grilled chicken + garlic and steamed Rice. De man bestelt amandel-melk  en tot zijn grote vreugde blijkt het een beker warme griesmeeldrank te zijn. Als een kind zo blij is hij.

We appen onderwijl met de kinders. Die komen ons om half 10 ophalen bij het hotel. Koen heeft een verrassing geregeld. We weten al een beetje welke, toevallig spraken we onze wens uit om een vaartochtje met een Jonk te maken en laat hij nou net...

Na de kip met griesmeelpap, wandelen we nog wat door onze buurt. Ineens horen we ze: de protesters. Het was al gecommuniceerd, geen nieuws dus eigenlijk, maar toch overvalt het ons, al was het maar omdat we er nu ineens met onze neus bovenop staan.
Er staan kilometerslange dranghekken op de stoep, en daarachter staan kilometerslange rijen studenten met spandoeken. Ze vormen een keten en protesteren heel rustig. Roepen leuzen door megafoons. Het voelt niet bedreigend of grimmig, maar toch keren we maar om.

De meeste mensen gaan trouwens gewoon door met waar ze al mee bezig waren. Wandelaars wandelen van A naar B. Automobilisten hebben er meer last van, omdat straten zijn afgezet.  Ik zie een dame met een boos hoofd achter het stuur. Ze claxonneert luid en aanhoudend: 'Hi Ha Hondelul, Hi Ha Hondelul!'

Rond half tien arriveert het stel en al snel stappen we in een red cab. De taxi-driver is een prachtige, oude Chinees die een mooi gesprek met zijn klanten niet uit de weg gaat. Hij hoort ons op charmante wijze uit. 'Aah, Holland, ik snap niet hoe jullie dat moet die koeien doen, hoor. Elke koe geeft jaarlijks 8000 liter melk. Drinken jullie dat allemaal op?' 'Zo, hij weet meer van mijn eigen land, dan ik. Wist jij dat, dat onze koeien zoveel melk produceren?'

We zijn een beetje te vroeg en drinken koffie en thee bij de Starbucks. Gezien de onrustige zee en de stevige wind, slik ik uit voorzorg alvast een zeeziekpilletje. Beetje truttig misschien, maar wie ooit zeeziek is geweest, snapt mijn voorzorgsmaatregel. Niks ergers dan over de reling te hangen kotsen, terwijl de rest het gezellig heeft.

Als de Jonk aangevaren komt, slaken de man en ik bewonderende kreten. Wat een prachtig gezicht! Echt fantastisch. Die rode zeilen zo mooi verlicht, dat 'gedrongen' donkere, houten ronde zeilschip is zo sierlijk, echt een plaatje uit een oud chinees schilderij!
Alles is weer pico bello georganiseerd. De bemanning helpt elke passagier netjes aan boord. Je krijgt van 2 mannen een arm en ze tillen je zo omhoog en hopla, je staat er al.
Aan boord blijkt het super-gezellig. We krijgen drankjes en heel veel lekkere hapjes. Koen vertelt dat zijn directeur kortgeleden op dezelfde Jonk meevoer samen met een grote groep Hollanders. Hij had vol verwondering hun gedrag bekeken en de volgende dag aan Koen uitleg gevraagd. Waren het nu allemaal gays ofzo, wilde hij weten. Want ze hadden allemaal matrozenpakjes aangehad. En ook nog eens de hele tocht heel hard allemaal liederen - vermoedelijk Andre Hazes e.d. - gezongen. Koen vertelt het ons met een grote, scheve smile. 'Wat een volk zijn we ook.' 'Yeah, totaal niet Nunchi', vind ik.

Op het bovendek laat een groep Engelse jonge mensen zien dat ook zij een bijzonder volkje zijn. De drankjes vloeien er rijkelijk en iedereen staat voluit mee te zingen met alle liedjes die uit de speakers schallen. They know how to party!!
Wij kuieren wat over het dek, zetten - net als iedereen -  feesthoedjes op en kijken onderwijl naar de prachtige verlichte gebouwen op de kades van Kowloon en Hongkong Island.

'Ben je je ervan bewust dat we hier, op de Zuid-Chinese Zee, oud & nieuw vieren', vraagt de man. Op deze, wel heel retorische vraag kan ik niks anders doen dan:  'ja' zeggen. Maar het is ook precies wat ik net dacht en voelde: hoe bijzonder om hier nu zo te staan! Met mijn kinders en mijn man naast me, op een Jonk op Chinese Zuidzee in Hongkong.
De een na de andere boot houdt ondertussen op deze zelfde plek halt, het is echt een verzamelplaats. We blijven allemaal bij elkaar drijven. Grote jachten, andere pleziervaartuigen, nog een Jonk. Van alles voegt zich. Passagiers zwaaien naar elkaar.

Dan begint het grote aftellen op het scherm van een groot gebouw. 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1!! Yeah! Happy New Year!! We kussen en we huggen. Ik app met de familie thuis, die nog 7 uurtjes hebben te gaan, voordat ook zij mogen proosten op 2020 en 2019 mogen wegknallen.

We blijven nog een half uurtje met al die bootjes bij elkaar hangen, zodat we kunnen genieten van de lasershow en het vuurwerk.  Ondanks dat de jaarlijkse vuurwerkshow is gecanceld (vanwege de protesten)  is er toch heel sierlijk vuurwerk te zien dat van de daken 'af spat'.

Dan gaan de bootjes weer allemaal varen. Alle mensen aan boord heffen hun glas,  zwaaien naar anderen en roepen ' Happy New Year, Happy New Year ' naar elkaar over het water. Hoe romantisch wil je het hebben? Als uit een film.

De kapitein koerst hierna snel weer terug naar de steiger. Party is over, mensen.
We worden weer stuk voor stuk van boord 'getild'  en lopen nachtelijk Kowloon in, op zoek naar een taxi. Die vinden we snel.
De taxi-chauffeur moet her en der zijn parcours aanpassen, omdat er nog steeds straten zijn afgezet vanwege de protesten. Desondanks zijn we er snel weer.

In onze buurt bruist het nog behoorlijk. In de kroegje wordt nog druk gefeest. Geen grimmigheid vanwege de protesten te bespeuren.

We bedanken onze kinderen weer voor deze prachtige dag. Koen en Yuan 'taxi-en' nog wat verder naar Jordan. Wij zoeven naar de 16de.
Als ik de gordijnen dicht trek, hoor ik, heel vervreemdend en schrijnend,  rechtsonder de muziek uit de kroeg en links in de verte een jonge, ijle vrouwe stem door een megafoon leuzen roepen over ' Hong Kong, Hong Koooong'. Het is inmiddels bijna 2 uur 's nachts.

Hongkong, het was weer een mooie, enerverende dag. You know how to party! Ondanks onrust in de stad.
De afgelopen dagen hebben me geleerd, dat de protesten steeds meer een geïntegreerd onderdeel van de Hongkonese maatschappij lijken te worden.  Ik ga de speech van  Carrie Lam zo eens lezen.



maandag 30 december 2019

HONGKONG 9 & 10

Gisteren sla ik maar zo'n beetje over. Toen was ik ziek, namelijk. Echt niet leuk, als je helemaal naar Hongkong gaat om daar vervolgens ziekjes in je bedje te liggen koortsen.
Aan de andere kant: wat heerlijk dat ik zo'n fijn, royaal hotel-bed heb, waarin ik zo heerlijk kan liggen koortsen. Met een lekkere badkamer ernaast, waar lieve Cathy elke dag een stapel grote, zachte handdoeken neerlegt. Dezelfde Cathy die elke dag bezorgd vraagt hoe het nu met ons gaat, omdat ze wel weet dat we allebei snotterig zijn. Er staat elke dag een nieuwe doos verse tissues voor die snotneuzen uit Holland. En extra flesjes water. Cathy is onbetaalbaar. Wat een schat!

Anyway, gisteravond kreeg ik gelukkig weer trek, we aten een hapje in de wiskey-bar op de derde verdieping. Daar was het erg gezellig. Met mijn gele pet op mijn kop, at ik wat hapjes rijst met curry maar dronk ik vooral veel jasmijn thee. Blij dat er weer een beetje progressie inzat.

Met de man ging het sinds gisteren juist een stuk beter. Hij liet mij lekker slapen en maakte buiten mooie foto's van regenachtig Hongkong - grote stads foto's met van die reflecterende neon-verlichte straten, heel cool - en kocht wat shirts in de buurt. Een beetje lezen, Netflixen, zo kwam hij zijn dag wel door met zijn zieke vrouw aan zijn zijde.

Maar genoeg gezeurd nu.

Vandaag ging het een stuk beter. De verkoudheid ebt nu ook bij mij weg. We maakten weer een enthousiaste afspraak met onze kinders.
Of we mee wilden naar the Nan Lian Garden. Dat leek mij heerlijk Zen. En dat was het ook.

Dit park is een oase van rust in Hongkong. Het is een authentiek Chinees park; er is een hal waarin je ziet hoe in het oude, antieke China tempels werden gebouwd en hoe de constructie van het houtwerk was. Hoe knap: meer dan 2000 jaar geleden wist men al hoe stevige edoch flexibele gebouwen neer te zetten. Ik herkende zelfs een verbinding, namelijk een zwaluwstaart-verbinding. Hoe dat in het chinees heet? Nou, een 燕尾榫接头

Ik voelde mezelf helemaal opknappen in dit park. De rust, de Chinese muziek, de schoonheid van de bonsai-boompjes, de kwetterende musjes, de vijvers met Koi-karpers, huisjes en paviljoens, prielen en de bruggetjes. Heerlijk. Ik had er stiekem nog wel uuuuuren willen blijven. Vermoedelijk bleven we er ook al veel langer dan de kinders vooraf hadden bedacht en gunden ze mammie haar rust.

Halverwege de middag togen we richting het metrostation. Daar nog even fijn geshopt; het wemelt hier ook echt van de aangename winkels. De man kocht shirts bij een zaak die alleen Japanse kleding verkoopt. Ik kocht een jurk en blouse bij - jawel - Marks & Spencers en ook Yuan sloeg  hier haar slag.

Als we in de metrohal zijn, krijg ik zowaar voor het eerst sinds dagen, een gezonde honger. Mijn maag knort. Ik herinner dat ik bij de 7-11 een lichte sandwich kocht, met roerei. Die zit nog in mijn tas! Vol smaak smikkel ik 'm op. 'Oei mam',  zeggen Koen en Yuan, 'dat mag helemaal niet, mam. Je mag in de metro-hal niet eten en drinken. Daar kun je een boete voor krijgen.' Wauw, ik schrik ervan maar eet toch maar snel mijn broodje op. Echt, zo blij dat ik weer honger heb! Maar ik realiseer me meteen dat dit strikte publieke eet-en drinkverbod verklaart waarom het hier zo schoon is. Nergens verpakkingen of etensresten. Kom daar eens om in Amsterdam, mensen.

Daarna rijden we ondergronds naar de wijk Jordan, waar Koen en Yuan wonen. Eerst duiken we weer een shopping mall in, we krijgen er geen genoeg van zou je denken. Maar dit is wel heel bijzondere, want hier komen bijna alleen oudere Hongkong-Chinese klanten.
Het aanbod is er dan ook naar: traditionele Chinese kleding en van die echte oma en opa-jasjes en - petten; grote, logge massagestoelen en zelfs een paar massagelaarzen (echt waar, een soort grote ski-boots, waarin je voeten en kuiten worden gemasseerd); hoge senioren-bedden met matrassen en kussens van geheugen-foam; sieraden en snuisterijen naar de smaak van de oudere Hongkonees (veel Jade) en helemaal bovenin huist de thee-afdeling. Daar gaan we naar toe om thee te kopen.

Voordat je bepaalt of je de thee wil kopen,  mag je er eerst heerlijk van proeven. Met zijn viertjes nemen we plaats aan een tafel bij een thee-meesteres. Vol vakvrouwschap vertelt ze van alles over de thee die wij willen proeven: Jasmijn-thee en Oolong-thee. Yuan vertaalt af en toe, wat heel fijn is.
Volgens de thee-traditie giet de thee-meesteres eerst thee in de kommetjes, leegt ze daarna weer en giet er daarna opnieuw thee in. Elke smaak moeten we twee keer proeven. En ook moeten we heel goed ruiken aan de theebladeren. Als bij een wijn-proeverij.
Als Koen en Yuan haar vertellen, dat de thee voor hun parents, dus voor mij en Ruut is en dat zij hier wel vaker thee voor ons kopen, dus dat de thee helemaal naar Nederland gaat en daar met veel smaak wordt gedronken, lacht ze trots. Voor ons ook leuk om te weten waar onze kinders de thee vandaan halen.

Met een tas vol heerlijke theetjes kuieren we over de drukke Jordan street. Yuan vertelt dat het 's zomers vaak lijkt te regenen in deze straat. Ze snapte in het begin niet wat haar overkwam. Het blijkt AC (air-co)- water te zijn, dat van de hoge gebouwen naar beneden drupt. Zelfs nu, in de wintermaand december, zijn er plekken waar waterdruppels neerplenzen. Een rare gewaarwording.

We slaan the Tempel Street in en gaan naar Mammy Pancake, waar je de allerbeste 'egg puffs' kunt krijgen. Egg puffs zijn een soort knapperige, versgebakken bolletjes-pannenkoeken. In de bolletjes zit in ons geval banaan, maar je kunt uit heel veel vullingen kiezen. Mammy Pancake heeft een heuse Michelin-ster, is de beste egg-puff-bakker van de wereld.

Terwijl we van deze zalige zoete hap genieten, lopen we de avondmarkt van Jordan over.
Eerst over een deel waarin voornamelijk 'hebbedingen' worden verkocht: Chinese rollen, schilderijen en tekeningen, tasjes, mooie kommen en lepels, sjaals en mutsen. Dit deel sluit rond half zeven 's avonds. Veel marktlui zijn al aan het afbouwen.
Yuan wijst me en passant op de kleine massage-salons waar wulpse dames voorstaan. 'Die geven je een heel speciale massage'.
Daarna slaan we af naar een ander markt-deel, waar groente, fruit, vlees, vis en andere etenswaren worden verkocht. Dit is een echte avondmarkt die tot tien uur open is. Hier halen Koen en Yuan hun dagelijkse boodschappen. Het is er ongelooflijk levendig en het eten ziet er fantastisch uit. Ruut wordt helemaal gek en maakt voortdurend foto's.

Op aanraden van Yuan eten we bij een Taiwanees restaurantje. We krijgen er alle vier een grote kom met soep, noedels en groente, vis, vlees of kip naar eigen keuze. Groot glas Milk-Tea erbij. Too much for me en zelfs Ruut kan het niet op. Zijn hoofd is ook weer helemaal donkerrood en bezweet door alle spicey sausjes die hij door zijn eten doet. Helemaal zijn ding, dit.

Met zijn viertjes wandelen we terug naar ons hotel. Het is nog een aardige tippel en het is echt mega-druk op straat. Zoveel mensen zijn er aan het shoppen.  Al die winkels! Al dat verkeer! Die bussen, taxi's, toeterende automobilisten.
'Willen jullie zien waar de kerk is', vragen Koen en Yuan. We slaan een rustig, oplopend weggetje in dat leidt naar the Andrew-Church. Wat een bijzondere plek. Net als het park, is het hier een oase van rust. Hier gaat Yuan elke week naar toe. Ze vertelt dat je er ook Engelse les kunt krijgen. Heel wat buitenlanders volgen er een cursus.

Als we bij het hotel zijn, nemen we weer afscheid met dikke knuffels en hugs. 'Bedankt voor alles weer, Koen en Yuan. Tot morgen!'
Morgen gaan we met zijn vieren oudejaarsavond vieren. Ze hebben een verrassing voor ons en we denken dat we het stiekem al een beetje weten. Maar dat mag de pret niet drukken. Als er maar geen protesten zijn morgen. Het wordt wel verwacht, staat er in de Hongkong Post.

We zullen het zien.

Hongkong, je was weer indrukwekkend. Enerzijds zo druk en anderzijds zo Zen en sereen. En dan dat heerlijke, gezonde hoogstaande eten en de fijne thee.

We zijn er wel helemaal weer een beetje moe van en genieten nu weer enorm van onze hotelkamer.


zaterdag 28 december 2019

HONGKONG 8

We hebben stuivertje gewisseld. Nu ben ik degene die als een ouwe zeehond loopt te blaffen. Jakkes! Er zit niks anders op dan me er maar bij neer te leggen, letterlijk en figuurlijk.
Althans, na de ochtendrituelen willen we toch nog even door de stad struinen, nu heb ik er nog wel puf voor. Het is ook zulk lekker weer en er is zoveel te zien buiten. We appen de kinders dat het redelijk gaat, maar dat we even een dagje moeten chillen in en rond het hotel. Voor hen ook best fijn, denken we, een dagje rust.

In ons buurtje, Tsim Sha Sui bruist het van het leven. Het is zaterdag en dat is te merken op straat. Er zijn veel mensen aan het shoppen. En er is genoeg te shoppen hier. Ongelooflijk veel parfumerie-zaakjes annex farmacien zijn er. Boetiekjes, maar ook zaken waar je maatkleding kunt laten maken. Fruit en groente-zaakjes. Camerazaken. We zien een zaakje vol prachtige Chinese wenskaarten. En heel veel eethuisjes.

Bij een van de boetiekjes zie ik een fijne, gele pet op het hoofd van een paspop. Die is voor mij! Want: nu ik zo verkouden ben is er niks vervelenders dan de hele dag die air-co op mijn kop. Bij elke kunstmatige koude windvlaag, barst ik in niezen uit en daar ben ik helemaal klaar mee. Die pet is fantastisch en kleurt bovendien ook nog mooi bij mijn gele shirt en mijn gele schoenen. Helemaal hip!

Tevreden met mijn aankoop kuier ik verder naast de man. We schieten fraaie plaatjes. Ruut is helemaal verliefd op de stegen hier. Daar is het licht namelijk heel mooi en er ligt allemaal interessante rommel, spullen die de winkeliers maar even achter zetten. Bureaustoelen, kerstversiering, lege dozen, tafeltjes.... Er zitten mensen een sigaretje te roken, even te pauzeren tussen het werken door.
Winkels zijn tot tien uur 's avonds open, het personeel maakt lange dagen. De meeste winkels zijn ook 7 dagen per week open. Hard werken, dus.

We belanden in een straatje waar allemaal eettentjes zitten. Bij een tentje staat een rij Hongkonezen tot buiten op straat te wachten; blijkbaar een heel goed tentje, maar in wachten hebben we geen zin. We kiezen voor een eettentje ernaast, die wordt gedreven door louter vrouwen.
Nemen rijstrolletjes, dumplings en de man krijgt een schaal vol zeewier met sesamzaadjes. Ik proef er even van, misschien ligt het aan mijn verkoudheid, maar het kan me niet zo bekoren, die vettige, glimmende zeewier-bladeren. De rijstrolletjes en dumplings gaan wel schoon op. Grote pot thee erbij: heerlijk!

Terug in het hotel mogen we van onszelf chillen aan de rand van het zwembad op de negende. Het is er heerlijk, de temperatuur loopt op tot zo'n 26 graden. Zodra we ons neer vleien op de ligstoelen, vallen we in een diepe slaap. Het is toch wat met ons oudjes: na een week zijn we nog steeds jetlag-gerig en  dus ook nog eens verkouden. Gelukkig maar dat we hier zo lekker kunnen relaxen.

Daarna gaan we verder chillen op onze kamer: lezen en geloof het of niet, Netflixen. Omdat we geen zin meer hebben om erop uit te gaan, laten we roomservice iets te eten brengen. Superdeluxe voelt dat.

Daarna vallen we alweer in een diepe, diepe slaap. Ik houd mijn petje op, want elk air-co tochtje - ook op de kamer - leidt tot weer een nieuwe nies-aanval en daar heb ik mooi geen zin in. Bijzonder tafereeltje moet dat zijn, deze dame met haar gele pet op in bed. Maar ik slaap lekker.

Hongkong, vandaag maar even rustig aan gedaan dus. Fijn dat we even door de straatjes hebben gekuierd van ons buurtje, Tsim Sha Sui. Erg mooi.

vrijdag 27 december 2019

HONGKONG 7

Ja, het ging beter!! We hebben de nacht bijna ononderbroken doorgeslapen. Alhoewel de man weer een terugval heeft voor wat betreft de blafhoest. Een soort Hongkong griep is het, wat hardnekkig.

We beginnen de dag as usual met een fijn ontbijt en hebben wel zin in een rondje zonnebaden bij het zwembad op de negende. Daar is het toch nog een beetje te vroeg voor, naar blijkt: de zon hangt om tien uur, half elf nog achter de torenflats aan de overkant. Het is zelfs een beetje fris. 17 graden. We gaan toch maar weer naar binnen en lummelen wat op de kamer.

De man mag van zichzelf een dagje rustig aan doen. 'Ik moet het toch doorbreken, anders blijf ik maar ziek.'  Ik geef 'm groot gelijk en app naar de zoon dat het programma vandaag zonder paps is. Het is maar even zo.

Rond half twee vertrekken we met zijn drietjes. We gaan naar de kabelbaan die ons naar Lantau Island, naar Buddha-op-de-berg brengt. Volgzaam dribbel ik achter mijn kinders aan. De metro in, eerst naar Centraal, dan weer terug naar Kowloon. Ik kan het niet helemaal volgen en ben blij dat ik twee van zulke ervaren Hongkonezen naast mij heb. Wat een parcours leggen we ondergronds af!

Bij de kabelbaan gaat het van een leien dakje. In no time zoeven we door de lucht, ver boven de wegen en de zee. In de verte zien we het vliegveld. Grappig, die vliegtuigen onder ons doorvliegend.

De kabelbaan-tocht neemt best nog wel even tijd in beslag, zo'n klein half uur. We hebben bewust voor een 'gewone' cabine gekozen en niet voor een cabine met een glazen bodem. Liever kijken we niet naar de wereld recht onder onze voeten: te eng. Ik kijk in de verte en niet onder mij. Dat scheelt een slok op een borrel.

Buddha blijkt op de top van de berg te zitten en als je hem wil bereiken, moet je eerst nog zo'n tien steile trappen beklimmen. We zien er maar vanaf, mijn oude-vrouwen-knietjes zijn nog maar net aan hersteld van de klimpartij van zondag. We kiezen ervoor wat rond te kuieren in het authentieke Chinese dorpje aan de voet van Buddha. Het is er erg gezellig, veel eethuisjes en winkeltjes. We nemen een snackje: visballetjes in pittige saus. Heerlijk!

Ook bekijken we de Buddhistische tempel en het eromheen liggende terrein. Ik neem foto's van de prachtige huizen met versierde Chinese daken. Veel bezoekers zijn daadwerkelijk Buddhist en bidden vol overtuiging, zittend bij grote bakken vol enorme wierookstokken buiten of binnen, in de werkelijk prachtige tempel.

Daarna gaan we even shoppen.  Yuan koopt een mooie outfit en ik val voor een donkerblauwe tas waarin nog een kleinere tas verstopt blijkt te zitten. Die krijg ik van Koen cadeau; iets waar mijn moederhartje erg blij van wordt.

Als ik denk dat we weer terug gaan naar de kabelbaan, wacht mij nog een verassing. We gaan met de bus naar Tai O. Een werkelijk waar oogstrelend vissersdorpje. Ik ben helemaal verliefd op dit dorp. Houten huizen op palen, ophaalbruggetjes waarvan er een wereldberoemd blijkt te zijn omdat die het decor heeft gevormd in heel veel films.
'Kom mam, we gaan een stukje varen. Misschien zien we nog wel roze dolfijnen.' Die schijnen daar te huizen in zee.
De kapitein brengt ons eerst naar een zijkanaal, waar tientallen huizen op palen staan. Voor elk huis liggen prachtig gekleurde vissers bootjes. We kijken onze ogen uit. De bewoners zijn klaarblijkelijk gewend aan al die glurende ogen en leven gewoon hun dagelijkse leventje. Hangen de was op, lopen te telefoneren, zitten te relaxen met hun benen over de rand van het balkonhek. Fantastisch.

Daarna geeft de kapitein gas en varen we een stukje de zee op. Misschien hebben de dolfijnen vandaag zin om zich te vertonen? Helaas, geen dolfijn te zien. Wel piepkleine, springende visjes. 'Aaah, kijk, kleine dolfijntjes. ' Ik slaak soms angstige moeder- gilletjes omdat de golven hier best hoog zijn. Een beetje zoals op het IJsselmeer, van die korte, krachtige golven. De boot schommelt alle kanten op.

Op aanraden van de kapitein gaan we wat eerder aan land. Zo kunnen we langs een wel heel mooi hotel wandelen, het Heritage Tai O hotel. Wat een wereldplek! We komen er via zo'n lift die werkt als een mini kabeltrein. Het hotel is Engels-sjiek, met een balustrade erom heen waar je lekker kunt zitten en naar de zee kunt staren.
Ik krijg meteen zin om hier een vakantie te boeken: wat een fijn hotel en wat een uitzicht. De zon zakt in de zee en de lucht kleurt prachtig oranjerood. We maken heel wat fotootjes die volgens mij niet zouden misstaan in een boek over Tai O.

We wandelen daarna weer terug naar het dorp en zien onderweg allerlei moois. De huizen hier zijn vaak van aluminium platen, zoiets heb ik nou nog nooit gezien.  Je kijkt er zo naar binnen; het ziet er schattig uit allemaal. Alles is er en sommige huisjes zijn heel fraai ingericht.
Er staat een lagere school, een politiebureau en in veel mensen drijven een handeltje aan huis. Eten, drinken, vis, schelpdiertjes maar ook wierook. You name it.

Terug in het centrum van het dorp regelt Yuan dat we even wat gaan eten en drinken. Voor mij heeft ze een Ginger-tea gevraagd, omdat ook ik inmiddels flink loop te niezen. Ik ben klaarblijkelijk aangestoken door de man en omdat het inmiddels wat frisser begint te worden en ik met blote beentjes rondloop, raken mijn luchtwegen geprikkeld.

Die ginger-tea is een mirakel. Al na een paar slokken voel ik de rillerigheid weg trekken, mijn handen en voeten worden heerlijk warm. 'Ja, mam, als je dit drinkt als je verkouden bent, is het zo over. Je kunt het zelf maken, door een stuk gember te koken. Je kunt de thee drinken met honing.'
Ik neem me voor thuis ook Ginger-tea te gaan drinken als ik verkouden ben. En misschien sowieso vaker. Het is super-gezond! Zit vol vuur-energie!

Om een uur of half zeven sluiten de winkeltjes en restaurantjes. De inwoners van Tai O vinden 't mooi geweest zo. De bezoekers verlaten het dorp. We lopen weer terug naar de busstop. Daar wacht ons een niet zo heel aangename verrassing. Er staat een rij van enkele honderden mensen te wachten op de bus. En in elke bus kunnen er hooguit 80 zitten. Elk kwartier komt er een bus. Wij staan achteraan, dus reken maar uit hoelang we mogen wachten. Af en toe komt er een taxi aan, waar we een paar keer op afstormen. Maar die rijden allemaal 'on order'.  Zijn via een app te bereiken en die app hebben we niet. Een beetje slecht geregeld, dat is niet Hongkonees. Want als er een goed georganiseerde 'stad' is....

We blijven maar Zen. Yuan is zo lief haar bontjasje aan mij uit te lenen. Die sla ik als een sjaal om mijn schouders en hoofd. Dat houdt de warmte vast en voorkomt dat ik als een idioot ga lopen niezen en snotteren.

Na ruim een uur, anderhalf uur wachten, worden er ineens extra bussen ingezet. Blijkbaar is het toch niet helemaal normaal, dat er zoveel mensen staan te wachten. Het is vast extra druk, omdat het Kerstvakantie is. Veel mensen zijn vrij en gaan erop uit.
Het valt me op hoe netjes alle mensen in de rij blijven staan. Niks geen gezeur en gemopper: men aanvaardt.

Als we dan eindelijk in die heerlijk verwarmde bus terugrijden, blijkt dat we direct naar de overkant worden gebracht. We hoeven niet meer terug met de kabelbaan en stiekem ben ik daar wel blij om. Het was namelijk nogal fris in die bak. De wind waaide er dwars doorheen.

De bus brengt ons naar Chung Sun en van daaruit kunnen we met de metro weer terug naar 'mijn wijk' Tsim Sha Tsui. Onderweg komen we weer eens in een shopping mall terecht, eentje waar alleen outlets zitten van merkkleding als Nikes. Koen koopt en passant nog even een prachtig T-shirt voor geen geld.

'Thuis' gekomen gaan Koen en Yuan nog even mee, naar zieke pappie kijken. Die blijkt de dag slapend aan de rand van het zwembad te hebben doorgebracht en voelt zich al weer wat beter. Daarna gaan ook zij naar huis om lekker te slapen. Het was een lange, prachtige en enerverende dag.

Hongkong, het was weer top vandaag. Wel een beetje jammer dat je die Hongkong flu zo scheutig uitdeelt aan westerse toeristen. Wil je daar even snel mee stoppen?

donderdag 26 december 2019

HONGKONG 6

Het wordt vervelend om te schrijven, maar we hadden weer een onderbroken nacht. Dit keer niet zozeer door de jetlag, maar door de ferme hoestaanvallen van de man. Die - oh zo zielig - dan maar in de relaxstoel voor het raam ging zitten, met mijn wufte winterjas als deken. Zo probeerde hij het blaffen te onderdrukken. Dat lukte wel, maar hij sliep dus weer niet. Ik bleef van weeromstuit ook wakker, omdat ik het zo zielig voor hem vond.

Ik app de zoon rond vijf uur maar weer dat het ochtendprogramma aangepast mag worden aan het bioritme van de kwetsbare oudjes.

Rond 10 uur zitten we pas aan ons ontbijt en we redden het maar net voor sluitingstijd. Half elf gaat de keuken dicht en moet het personeel schoonmaken. We moeten weg, hoe lekker we ook zitten.

Buiten straalt het zonnetje, het ziet er heerlijk uit. 'Laten we toch maar erop uit gaan, veel te mooi weer om binnen te blijven hangen.' De man heeft ondanks zijn blafhoest wel zin. Hij heeft namelijk een oplader gekocht voor zijn Pentax! Nu kan hij fotograferen! Dat doet de blafhoest vergeten. Bovendien wil hij frisse shirtjes kopen. 'Die ouwe meuk stinkt.'

Ik pak mijn rugtasje in, haal de phone uit de oplader and up we go. Op naar de Zara, die we met Google Maps niet vinden. Als we het rondjes lopen beu zijn, kiezen we voor een prima alternatief: de H&M. Daar kopen we elk een stapel frisse, schone shirts voor geen geld. Lange neuzen trekkend naar Agnes B., Vuitton en al die andere ontwerpers van wereldformaat die hier hun winkelnering hebben (maar waar amper klanten komen, heel bijzonder...), wandelen we terug.

Op de terugweg blijven we lekker wat hangen rond Kowloon Park. Daar gebeuren weer zulke mooie wereldse, volkse dingen. Er wordt bijvoorbeeld grof vuil opgehaald bij een planten- en bloemenmarkt. Mega-hard werken is dat, in die warmte. Twee tanige mannen, de een op teenslippers, sjouwen zich rot met grote dozen, platen, planten, bakken en nog meer grote, zware spullen. Een vrouw komt nog snel even haar grof vuil afgeven en mag op de achterbak van de vuilniswagen gaan staan. 'Hups, omhoog, madame, gooi uw troep er maar bij.'

We blijven in het park even rusten en bekijken de bezoekers. Voornamelijk moslima uit Maleisië. Ze zitten in groepen bij elkaar te kletsen en te eten. Ziet er heel gezellig uit. Aan het park ligt een grote Moskee, dat verklaart veel.
Wij zitten in de schaduw te genieten, zien schildpadden in de vijver rondpeddelen en hun best doen op een plantenbak te klimmen; dat lukt niet en plons, daar gaat er weer een de vijver in. En maar weer terugzwemmen naar de plantenbak. Zo kun je je dag leuk vullen.

De zoon appt of zijn kwetsbare oudjes inmiddels al in staat zijn om iets leuks met hem en Yuan te doen. Ik vraag nog een uurtje rust. Eerst maar even terug naar het hotel, omkleden, douchen. 'Zullen we elkaar bij de Starbucks ontmoeten, bij het beeld van Bruce Lee?' Dat vinden ze een goed idee.

Wij zitten er al een kleine drie kwartier in het zonnetje,  als de kinders eraan komen. Met een grote tas met heerlijk fruit voor de zieke man en medicijnen tegen het hoesten. 'Zullen we naar de ferry wandelen?' vraagt de zoon. Daar kunnen we ons best in vinden, zo, met dat heerlijke weer. Gezellig.
Onderweg valt ons op dat er veel zangers en bandjes op de promenade staan. Dat blijkt hier heel gewoon. Ze hebben hun eigen versterker en ander toebehoren mee en gaan voluit. Soms is het mooi, soms is het heel aardig. Maar altijd best goed, muzikaal gezien.

We krijgen een ijsco - softijs Hongkong stijl - van Koen en Yuan en worden min of meer verleid de Ferry op te stappen.  We laten ons graag verleiden.
Heel aangenaam is dat, overvaren naar Hongkong Island. Het is nog steeds heerlijk weer, zo'n 25 graden met een klein beetje wind.

Op Hongkong Island wandelen we over de kermis met dat grote, iconische reuzenrad. Er is, ook weer zo bijzonder, op de plaats voor het reuzenrad, een Collie die doet alsof hij hier een kudde schapen hoedt. Super goed opgevoed en alert is hij. Trots laat zijn vrouwtje hem allemaal kunstjes doen. Ruut kwijlt: hij kijkt graag naar die engelse filmpjes over Collies die schapen hoeden.

We gaan verder. Op naar de bus nummer 15 die ons naar The Peak brengt. Daar zouden we eigenlijk vanochtend heen gaan - we dachten dat we dat niet zouden doen omdat we afgeknoedeld waren -  en zie daar, nu gaan we toch maar dan 's middags. Die Koen en Yuan toch.

Koen waarschuwt mij vooraf, dat dit wel eens mijn laatste busritje zou kunnen zijn. 'We gaan namelijk een half uur scheuren langs hoge ravijnen, mam', grijnst hij. Ik doe koelbloedig, maar af en toe houd ik echt wel mijn hart vast. Vooral als we langs een vallei rijden waar allemaal begraafplaatsen zijn.

Eenmaal boven, op The Peak,  dribbelen we achter Koen en Yuan aan. Zij kennen hier de weg. Vol ongeloof kijken we op een hooggelegen plateau naar wat we allemaal onder ons zien. Bijna heel Hongkong zien we met dit heldere weer. In de verte zakt de zon in de zee. De nevelige lucht kleurt oranjerood. Wat romantisch en fotogeniek. We schieten plaatje na plaatje, uiteraard.

'Wacht maar tot het acht uur is, mam, dan komt er een lichtshow.' Tot die tijd gaan we eerst maar eens lekker eten: pizza! Na al dat gewandel en gereis zijn we enorm hongerig, alle vier. We vallen echt aan.
In de pizzeria zitten we voor een raam dat uitkijkt over Hongkong Island en Kowloon. En ja hoor, om acht uur is daar die lichtshow! We horen het niet, maar er schijnt aan de overkant, op Kowloon, muziek te worden gedraaid in de haven en op de muziek veranderen de lichten op de hoge gebouwen op allebei de eilanden.  Fantastisch!

Omdat het ons wel veilig lijkt om terug, in het donker, met de trein in de plaats van de bus te gaan, pakken we de kabeltrein. Supergaaf! Wat spannend. We hangen zo'n 90 graden schuin achterover, keilen zo'n beetje naar beneden. Je zou er echt niet even op moeten gaan staan voor een oud vrouwtje, dan rol je zo de trein door!

Jammer genoeg zijn we best snel weer beneden. Daar tronen Koen en Yuan ons nog even mee naar de vierde verdieping van het een na hoogte gebouw van Hongkong, ik ben de naam even vergeten. We moeten echt even kijken op P4, waar het heel mooi en gezellig is. 'Are you ready, mam?' Dat ben ik: het is hier inderdaad echt tof! Cafeetjes, prachtig verlichte boompjes: helemaal in Kerstsfeer. Een lekker lounge-muziekje schalt over het 'plein'. Superhip.

Best wel een beetje moe, kuieren we door een - hoe kan het ook anders - shoppingmall, waar ik zowaar Rituals ontwaar - naar de ferry. Blij dat we even kunnen zitten,  tien minuutjes schommelen over de baren. Lekker easy varen we weer terug naar Kowloon.

Koen en Yuan brengen ons netjes tot voor de deur van ons hotel. Zij wandelen nog  een kwartiertje verder naar Man Sing Street. Zij hebben nog jonge benen. Wij zijn blij dat we er zijn. We bedanken ze voor weer een mooie dag. 'Love you.' 'Love you.' 'Sleep well!'

Er staat inmiddels een arsenaal aan pillen en drankjes in onze kamer. Medicijnen tegen koorts, hoesten, snotterigheid en tegen slapeloosheid.  En er liggen appels, mandarijnen, kersen en bessen. Allemaal van Koen en Yuan gekregen.

Nu moet het toch goed komen, mensen.

Hongkong, het was weer een toffe dag!

woensdag 25 december 2019

HONGKONG 5

We dommelen net zo'n beetje in, round midnight, als ik ineens vrouwen hoor gillen, mannen hoor schreeuwen. Sirenes. Het klinkt angstwekkend, ik hoor meteen dat het geen gewoon nachtelijk stadsgeluid is. Het is ernstig.

'Hoor je dat, zou er weer een demonstratie zijn? Moet je horen wat een gegil!' De man hoort het niet goed, vermoedelijk doordat hij zo verkouden is. Ik spring uit bed, doe de gordijnen open en kijk naar beneden, van 16 hoog. Op straat is niet zo heel veel bijzonders te zien. Er lopen mensen, er rijden wat auto's, het is niet heel druk.
Het geschreeuw en gegil neemt echter wel toe. Het komt dichterbij. Ik pak mijn phone en google op Hongkong, demonstraties, 24 december 2019. De Hongkong Post meldt dat er nu ruim een half uur flink wordt geknokt in de shopping mall vlakbij en bij het Peninsula Hotel. Ik open de filmpjes. Wat een narigheid, het ziet er zo rot uit! Er wordt geschoten met traangas, er wordt met stokken geslagen op mensen die al op de grond liggen.

Gespannen blijf ik voor het raam zitten turen. Tegen 2 uur neemt het geschreeuw af, geen sirenes meer. Ik doe de gordijnen weer dicht en ga naar bed. Af en toe laait het volgens mij weer op, zo te horen aan het angstige geschreeuw buiten. Ik val na een tijdje toch in slaap.

's Ochtends, in de lounge op de 23ste kijk ik in de Hongkong Post, de papieren krant, die op de leestafel ligt. Zie er foto's van de politie die demonstrerende jonge mensen tegen de grond slaat. Wat een rotgezicht!
Ik app mijn kinders dat het onrustig was in de buurt. Zij hebben de hele nacht de riot-politie, bussen vol bewapende mannen, voorbij zien rijden. Allemaal op weg naar onze wijk. Naar de demonstranten. Ze hopen voor ons dat we toch een beetje hebben geslapen. Ik stel ze gerust, alhoewel het eigenlijk wel weer een kort nachtje was, zo.

Ik ben blij dat de man weer een beetje op de klaver is, alhoewel hij er nog behoorlijk belabberd uit ziet, maar dat vertel ik hem maar niet. 'Kom op, joh, even lekker het zonnetje in, wat wandelen, dat zal je goed doen.'
We kuieren naar de boulevard, de Avenue of Stars. Daar is het heerlijk. De zee spiegelt ons tegemoet en we lopen naar de plek waar het die nacht zo onrustig was. Er is helemaal niks meer van te zien. Er lopen toeristen op weg naar het museum, naar de ferries, naar de shopping mall of richting de boulevard. Zeer vredig allemaal.
Na een paar uurtjes gaan we weer hotel-waarts. De man moet van mij nog even tukken. Hij blaft nog steeds als een ouwe zeehond namelijk. We reserveren nog wel even snel bij een Japans restaurant, we nemen onze kinders mee uit eten deze kerstavond.

Als de man slaapt, ga ik even wat kerst cadeautjes kopen in de buurt. Daarna bikini aan. Naar het zwembad op de 9de. Daar is het weer heerlijk. Zo gek, je hebt echt geen idee dat je zo hoog bent, het voelt alsof je gewoon in een mooie tuin met zwembad op de begane grond bent. Er rommelen zelfs musjes door de struiken en er fladderen vlinders.

Na een half uurtje ben ik niet meer de enige, er komen twee zeer breedgeschouderde mannen vlakbij mij liggen. Ze dragen allebei een klein, superstrak zwembroekje. Ze hebben een getto blaster mee. Dwars door mijn meditatiemuziek hoor ik dat ze vrij hard van die f.ck.ng sportschoolmuziek aan hebben gezet. Midden in hun herrie gaan ze nogal nadrukkelijk liggen zonnebaden.
Ik draai mijn meditatiemuziekje maar wat harder.

Na enige tijd komt zowaar de man ook even, hij voelt zich een stuk beter. Bozig kijkt hij naar de 2 opgepompte mannen naast mij. 'Laat ze lekker, joh, het is toch om je te bescheuren. Echt niet stoer!' Want geloof het of niet, maar inmiddels schalt er musical-muziek uit hun blaster.

Als het zonnetje achter de wolkenkrabbers verdwijnt, gaan we naar boven. Ons omkleden. We gaan uit eten met zijn viertjes. Bij het Japanse restaurant.

We hebben een heel mooie avond. Wat een geluk, zo met je kinderen om tafel te zitten, in Hongkong. Lekker kletsen. Cadeautjes geven.
We maken in de lobby van het hotel een mooie foto van ons viertjes voor de kerstboom. Die stuur ik later op de avond als Kerstkaart naar vrienden en familie.

Nu nog even chillen, slaappilletje maar erbij, want vannacht moet het toch eens lukken om gewoon 7 of 8 uur achtereen te slapen. Morgen gaan we weer mooie dingen doen met zijn viertjes.

Hongkong, het was verschrikkelijk wat er vannacht gebeurde. Echt vreselijk was het.  Toch hadden we ondanks dat, weer een mooie dag.

dinsdag 24 december 2019

HONGKONG 4

Het begint erop te lijken, we hebben een redelijk normale nacht achter de rug. Dat wil zeggen, ik heb een redelijk normale nacht achter de rug. De man niet. Hij heeft wel geslapen, maar is hartstikke verkouden en koortsig. Heeft zoals hij dat zelf zegt: 'een kop als een spruitje'. Hij voelt zich lamlendig. Gelukkig heeft hij wel enorme zin in een ontbijt, dat lijkt mij een goed teken.

Op de 23ste laaft hij zich zodanig aan het het ontbijt - vers fruit, bruin brood met boter, koffiebroodjes, koffie, sap -  dat ik denk dat hij wel weer helemaal opgeknapt is. Als we onze hotelkamer weer ingaan, stort hij echter meteen op de relax-stoel voor het raam en valt als een blok in slaap. Ik trek de gordijnen dicht en leg mijn Hollandse zwarte wufte winterjas over hem heen. Hij mompelt wat liefs en snurkt verder.

De schoonmaakster, Cathy, is in aantocht. Haar werkkar rammelt over de gang. Ik zet het lampje op de gang maar aan waarop staat: 'niet storen'. Als ze bij de buren is, vertel ik haar dat mijn man ziek op bed ligt en dat de kamer niet schoongemaakt hoeft te worden. Ze toont zich oprecht bezorgd, heel lief. We praten even met elkaar en ze zegt dat ze eind van de middag wel weer terug komt. Ik vertrek met mijn boek 'De kracht van Nunchi' van Euny Hong onder de arm naar het zwembad op de 9de. Laat de zieke man maar lekker slapen.

Aan de rand van het zwembad is het heerlijk toeven. Het zonnetje schijnt, het wordt lekker warm. Ik ga op een van de royale ligbedden liggen en lees. De zon prikt behoorlijk, dus ik bedek mijn lelieblanke beentjes maar met een sjaaltje, anders verbrand ik nog.
Na een tijdje word ik wakker door mijn eigen gesnurk. Lekker energiek stel zijn we toch, de man snurkt boven, ik hier bij het zwembad.

Rond half 2 wordt 'ie echt een beetje te prikkerig, die zon en ik ga eens kijken hoe het met de zieke man is. Die ligt inmiddels weer op bed, mijn winterjas over de dekens gedrapeerd. Cathy is toch geweest, er ligt een grote stapel schone handdoeken, er staan extra flesjes water en er staat zelfs een doos met zakdoekjes. Allemaal voor de zieke man. 'Wat een schatje'. 'Ja', zegt de patiënt, 'ze was toch even gekomen en heeft met me gekletst. Ze gaat morgen het bed verschonen, omdat ik ziek ben.'
Hoe lief wil je het hebben?

Als ik na een uurtje even wat boodschappen ga halen, kom ik Cathy tegen op de gang. Blijkbaar bivakkeert ze haar hele werkdag op de 16de. Ik bedank haar voor alle extra zorg en aandacht. Ze vraagt of het al wat beter gaat met de zieke man en ik stel haar gerust.

Eenmaal op straat is het even zoeken geblazen waar de 7-11 is. Ik loop een rondje door de buurt, word natuurlijk weer belaagd door een Indiase kleermaker: 'Madam, need a new dress?' . Ik wimpel hem af door met mijn hoofd te knikken, zo van: 'No!' En weg is hij.

De 7-11 blijkt pal tegenover het hotel te liggen en ik koop appeltjes, gezonde ice-tea (zonder suiker) en wat sandwiches. Zo superhandig, in de 7-11 betaal je gewoon met je OV-kaart. Zouden ze in Nederland ook moeten doen. Dat de NS en GVB c.s. dat met de grote supermarkten doen!

Ik drink in de lobby nog even een kop cappuccino en ook alweer zo lief, krijg daar zonder dat ik erom vraag, na enkele minuten een groot glas water bij. Wat een service toch allemaal.
Daarna maar weer naar de hotelkamer, waar nog steeds stevig wordt gesnurkt. Ik bel met de zoon dat vandaag echt niet lukt vanwege zieke vaders. 'We gaan morgen weer leuke dingen doen, kinders.' Ze zijn bezorgd om hun pappie en sturen hem lieve appjes via WeChat.

Ik trek mijn bikini aan, steek 'De kracht van Nunchi' opnieuw bij me en begeef me weer naar de 9de. Dit keer ga ik niet alleen zonnen maar ook heeeeeerlijk zwemmen. Wat een genot! Een groot lauwwarm verwarmd zwembad,  helemaal voor mij alleen! Drie leuke badmeesters voor als er iets met mij mocht gebeuren, maar he, ik ben een echte Hollandse he, ik trek zo even acht banen strak achter mekaar!

Daarna weer verder zonnen, de temperatuur is opgelopen tot 32C. In de halfschaduw lees ik mijn boek bijna uit. Ik houd nog net genoeg leesvoer over voor vanavond, blijf maar op de hotelkamer, bij de zieke man.
Die is op dit moment weer in slaap aan het vallen. Volgens mij slaapt hij vanaf gisteravond tot morgenochtend, het klokje meer dan anderhalf keer rond. Zou het genoeg zijn om de bacillen te killen??

Hongkong, ook al vielen de plannen met de ferry voor vandaag in duigen, ik genoot weer enorm, dit keer van het heerlijke warme zonnetje.


maandag 23 december 2019

HONGKONG 3

Echt, het wil gewoon niet lukken. De man ronkt heerlijk door, maar ik ben klaar wakker. 1 uur, 2 uur en nog wil de slaap niet komen. 'Lukt het niet?' hoor ik ineens. Ach, ook hij is wakker geworden. 'Sorry, maar ik ben helemaal niet slaperig. Alweer niet. Ondanks al het wandelen en alle indrukken van vandaag. Alsof het gewoon nog middag is, joh.'

Gelukkig is daar dat potje Melatomine; we nemen er elk twee en gaan braaf liggen wachten op de slaap. En ook nu gaat het ergens weer goed. We worden om een uurtje of half tien wakker door zenuwachtig gebel. De schoonmaakster.  'Triiiing! Tring tring tring triiiiing!' 'Uhm, yes?' 'Can I clean your room?' We roepen van niet en van sorry. Zij verontschuldigt zich ook en we horen haar karretje wegrijden. Op naar een andere kamer. Maar we zijn wel wakker en sloffen suffig van badkamer en wc naar de kledingkast. Aankleden en ontbijten maar weer. Ruut onderwijl hoestend als een oude zeehond. 'Ik ben geloof ik verkouden geworden.'

Op de 23ste is het uitzicht onverminderd beeldschoon. We genieten weer enorm, ook van het verrukkelijke ontbijt. Veel fruit, yoghurt en een grote kop koffie dit keer. Ik gluur stiekem naar de Amerikanen die ik gisteren ook al zag. Vier black Americans, mooie kerels, al wat ouder. De een heeft een bizar mooi pak aan: donkerblauw met een zilveren brokaten opdruk. Een ander, groot en stevig, is helemaal in het zwart en heeft zo'n stoere rapper-ketting om, met een groot kruis. Alle vier dragen ze ook van die stoere petten.
Ik vraag me af of dit misschien wereldsterren zijn, muzikanten of zo. Dit kunnen geen doorsnee mannen zijn.

De zoon zou eigenlijk om een uur of tien zijn paps en mams ophalen, maar we vragen of hij 's middags wil komen. Ruut is namelijk serieus verkouden geworden en blaft nu als een ouwe Herdershond. Waterige ogen. Donkere kringen. Hij moet van mij nog wat verder slapen en biedt geen weerstand. We halen nog wel even snel een pakje pain-killers, zoal ze dat hier zo mooi zeggen, bij een farmacie aan de overkant van het hotel. En iets tegen de keelpijn.

Daarna slaapt de man heerlijk en ook ik dommel snel weer in. Helemaal blij dat we daarna zo lekker uitgerust zijn, vragen we Koen of hij ons nu op wil komen halen. We zijn er klaar voor.
Rond half drie troont hij ons oudjes weer mee. Eerst naar een super-de-luxe shopping mall, The Ocean Terminal, waar Gucci en Louis Vuitton huishouden en waar je ook nog BMW's kunt kopen. Jawel. Er lopen best veel klanten rond die dure karren, niet alleen mannen, maar ook veel vrouwen.
We kijken onze ogen weer uit. Wat wordt er idioot veel en duur geshopt hier in Hongkong.

Koen wil met ons naar het restaurant van Gordon Ramsay, maar we vinden het niet. Wel vinden we een uitstekend Koreaans Hot Pot restaurant. De ober maakt een tafel vrij aan het raam. Ons uitzicht is alweer ongehoord mooi. We kijken uit op de zee en de ferries die naar Hongkong Island varen.
De hotpot is een succes. We aten dit nooit eerder, mijn man en ik en Koen vindt het leuk om ons te leren hoe het werkt. Je doet je stukjes vlees, vis of groente in de borrelende, kokendhete soep. Na een aantal minuutjes is het gaar en heel erg smaakvol. Je pikt het er weer uit met je stokjes, doopt het in een soort ketjap en smikkelen maar. Ik drink er een Koreaans biertje bij: Hite, extra cold.

Na het eten wandelen we langs allerlei indrukwekkende gebouwen, waaronder het Cultureel Museum. We doorkruisen het theater, een groot, rond futuristisch gebouw en belanden uiteindelijk - via de subway-hal - bij de entree van de ICC Tower en kopen tickets voor de lift naar boven.

Al de hele weg naar deze toren heb ik de bibbers in mijn lijf. Ik lijk wel gek dat ik dit ga doen, wat bezielt me! Ik durf namelijk niet eens met de hoge roltrap van de Noord-Zuid-lijn in Amsterdam. Daar sta ik altijd innerlijk schietgebedjes op te prevelen, met gesloten ogen en zweethanden.
En de ICC Tower is notabene het 1 na hoogste gebouw van de wereld. De allerhoogste staat in Dubai en altijd als ik daar plaatjes van zie, vraag ik me af welke gek voor zijn plezier naar de top gaat. Nu ben ik er zelf dus ook zo een. Zo'n gek.
Anyway, ik wil niet onder doen voor de mannen en loop opgewekt pratend met ze naar de lift, stap in en zoeffffff, in minder dan een minuut zijn we 400 meter hoger, op de 104de verdieping.

De mannen hadden trouwens de way up toch ook best wel eng gevonden. Dat hoefden ze niet te zeggen, dat zag ik wel aan die angstige koppen. Ondanks stoere praatjes van de man als: 'He, weet je nog die film, in dat hoge hotel? Dat instortte en op de bovenste verdieping zaten die mensen... ' 'Ja, ophouden nu! Houd op!'

Eenmaal boven gekomen zijn we zo onder de indruk van het uitzicht, dat we onze angst vergeten. Alleen als ik heel dicht tegen het raam ga staan, trekt de hoogtevrees als een koude tocht door mijn lijf en knikken mijn knietjes. Dus ik houd gezonde afstand van die ramen.

We lopen de hele verdieping rond en zien Hongkong van alle kanten, maar dus vooral van heeeeel hoog bovenaf.  Af en toe gaan we er even voor zitten op de bankjes voor het raam. 'Kijk, daar wonen Yuan en ik, mam. Zullen we zo even naar mijn appartement gaan?' Dat lijkt me een goed idee. We appen Yuan dat we eraan komen, stappen weer in de lift en zakken in no time naar de begane grond.

In het kielzog van Koen lopen we via de subway-hal naar een viaduct, langs een park en zo belanden we uiteindelijk op de Man Sing Street. En daar wonen ze, onze schatten.
Hun appartement ligt in een heerlijke volkse buurt, vol eethuisjes en winkeltjes. Zo'n buurtje waar mensen buiten met elkaar op stoeltjes zitten te kletsen en waar het heerlijk naar Aziatisch eten ruikt.
De concierge van zijn appartement-blok heet Koen welkom. Hij heeft een kantoortje in de hal beneden en houdt de hele dag een oogje in het zeil.
We stappen in de lift en zoeven - iets minder snel dan in de ICC-Tower, maar toch -  naar de 12de verdieping. Daar wacht Yuan op ons met een heerlijke kop thee en een lekkere Kit-Kat. We kletsen en kletsen en vertellen over ons bezoek aan het restaurant en over de ICC Tower.

Het appartement is naar Hongkonese maatstaven best ruim, met een kamertje annex keuken en een slaapkamer voor 2 plus een bad-en wc-ruimte.  Maar in onze ogen is het echt wel klein. Wij klagen thuis maar niet meer over onze 'kleine' badkamer. 'Wat hebben we in Nederland toch een riante woningen', verzucht de man. Koen en Yuan zijn blij met hun appartement, omdat het zo dicht bij het centrum en de subway ligt. Er zijn grotere appartementen naar blijkt, maar die liggen verder weg.

Omdat we hele vermoeide voeten hebben en Ruut's ogen lijken op die van een bejaarde kerk-uil, we dus geen puf meer hebben om terug te lopen, zelfs niet om naar de metro te lopen, nemen we een stads-taxi. Zo'n rode. Zo'n iconische red cab. Koen zwaait ons uit en wij zoeven door de straten van Hongkong. Om ons heen duizenden winkelende en werkende mensen en honderden winkels.

We beginnen al wat plekjes te herkennen, gek hoe dat werkt met ijkpunten die zich vastzetten in je geheugen. In mijn geval zijn dat mooie reclame-foto's, maar ook minder voor de hand liggende dingen als een fotogeniek viaduct.

De chauffeur brengt ons keurig naar ons hotel aan de Hanoi-street.
De man duikt onder hete douche, neemt nog een paar painkillers  en ligt in no time te ronken.
Ik ga denk ik zometeen ook maar even douchen en neem maar bij voorbaat zo'n slaappilletje. Laat de jetlag nu maar aan ons voorbij gaan. Morgen nemen onze kinders ons 's middags mee met de ferrie naar Hongkong Island en naar de bergen. Dat wordt weer een prachtige dag!

Hongkong, ook vandaag was je weer machtig mooi!

zondag 22 december 2019

HONGKONG 2

Midden in de nacht word ik wakker. Ik denk dat het ochtend is, rek me uit en kijk op mijn phone. Twee uur?! Typisch jetlag. 'Tijd om wakker te worden', zegt mijn bio ritme.
Ik reken uit dat ik hooguit vijf uurtjes geslapen heb. En dat ik er nog zo'n vier a vijf heb te gaan. Oeps, hoe moet dat als je helemaal niet meer slaperig bent. Maar je nog wel moe voelt?

Naast mij ronkt de man, maar door mijn gerommel -  ik kijk op mijn phone, ga even plassen en dat soort dingen -  wordt ook hij wakker. Het is inmiddels tegen drie uur. 'Nou, laten we maar aanvaarden dan dat dit onze nachtrust was', zegt hij. We snoepen nog maar een paar candy's uit Noord-Oost China (heerlijk) en drinken onze flesjes water leeg. Ik app de zoon dat we morgen misschien een uurtje later opgehaald mogen worden, vanwege onze rare nacht. Hij appt terug dat hij nog niet eens sliep. Dat stelt gerust. Het wordt morgenochtend in elk geval geen vroegertje.

Ergens is het toch goed gekomen, met onze slaap. Rond acht uur Hongkonese tijd worden we namelijk opnieuw wakker. Ik app de zoon nog eens, dit keer met de vraag of hij niet om 9 uur, maar om 10 uur wil komen, dan kunnen we rustig wakker worden. 'Geen probleem, mam', appt hij terug.
We douchen en trekken makkelijke kleren aan, want onze kinders nemen ons mee uit wandelen vandaag. We gaan naar het park aan de voet van de Lion Rock.

Half 11 vertrekken we met zijn viertjes. We duiken in het metrostation tegenover ons hotel en belanden in een ondergrondse wereld die ik niet had voorzien. Overdonderd kijk ik om me heen. Dit is geen station, dit is gewoon een ondergrondse stad. Vol met winkels, kiosken en andere handel en met een heel eigen stratenpatroon.

Koen koopt twee subway-kaarten voor ons, zodat ook wij als echte Hongkonesen kunnen reizen.
Na een overstap rijden we naar de woonwijk, waar hij in 2012 en 2013 woonde. Het ligt bij  het park waar we gaan wandelen. Het ziet er mooi uit: die hoge torenflats omringd door een jungle met op de achtergrond die grote berg: de Lion Rock.

Eerst kuieren we wat door de buurt en bekijken de Wong Tai Shin Temple, waar net een bijzonder ritueel plaatsvindt. We horen gongs binnen en daarna trekt een stoet van zo'n dertig man in felgroene gewaden naar buiten via de zijdeur, loopt een rondje om de tempel en gaat door de voordeur weer naar binnen. De tempel-bezoekers zijn echter meer geïnteresseerd in een aantal beelden dat buiten staat. Een daarvan is een grote leeuw, die zijn rechtervoorpoot op een bal houdt. De mensen strelen zijn poot en tenen.
Mijn kinders zijn niet zo onder de indruk van het gebeuren. Weten - net als ik - niet goed wat voor soort religie dit nu is. Bijgeloof, vinden ze het. Vermengd met een flinke snuf Boeddhisme. Het ziet er hoe dan ook wel mooi uit, vind ik.

Hierna wandelen we naar het park. Een echt tropisch park is het. Met metershoge rubberbomen en allerlei planten die je bij ons alleen in de betere plantenzaken koopt, maar dan een maatje groter.
Er is van alles te doen, je kunt er sporten, barbecuen, kinderen kunnen er lekker spelen en er zijn aapjes, van die brutale opdonders die het eten uit je handen pikken.

Maar eerst gaan we even bergopwaarts, de wandeling maken die Koen vroeger bijna dagelijks maakte. 'Een paar kilometertjes slechts, mam.'  Ja, ja... al snel begrijp ik hoe de vork in de steel steekt. Het blijkt een hele klim over rotsen en versleten stenen traptreden. Super steil omhoog. Deze stevige Hollandse dame heeft het er maar moeilijk mee. Koen en Yuan, jong en slank, niet. De man lukt het ook heel aardig, hij sport veel. Ze mogen regelmatig even op mijn verzoek uitrusten. Wat ze heel lief doen. Dan kan ik meteen op mijn gemakje die bijzondere altaartjes bewonderen, die her en der tussen de bomen staan. Zo mooi, grappig en mysterieus. Beelden en beeldjes naast elkaar, wierookhoudertjes. Zomaar, op van die plekken dat je denkt: waarom hier?

Na ruim een uur zijn we boven, op een plateau met een prieel en bankjes. We genieten van het uitzicht, ook al is het wat mistig, we zien dat we enorm hoog zijn, want we kijken uit op de daken van de torenflats, ver onder ons.
Om ons heen allemaal sportievelingen die voor hun lol deze klim maken op hun vrije zondag. Super slanke, tanige Hongkonezen, in sportieve pakjes. Ze gaan boven nog wat stretchen of zich optrekken aan een grote tak. Twintig keer. De prachtige kindertjes rennen vrolijk en onvermoeibaar rond. Ik ben blij dat ik zit.

Daarna mogen we dezelfde route terug. Een kleine 2 kilometer neerwaarts, oei, die knieën, die heupen... Maar dat gaat wel even wat sneller dan naar boven. We belanden in het park, kuieren nog wat langs de barbecue plek, heel gezellig, het zit er vol families en een groep kwetterende Filipijnse mooie meisjes, die hun vrije zondag in het park vieren. Wat een levendig gebeuren! Echt heerlijk om te zien. Achter de BBQ plaats klimmen de aapjes over het hek om te kijken of er nog iets te bikken valt voor ze. De bezoekers proberen ze met stokken uit de bomen te verjagen. Ik begrijp dat wel, ze poepen anders zo op hun vers gebraden kippetjes.

We kuieren weer terug naar de woonwijk en eten een hapje bij een 7-eleven in een klein winkelcentrum. Daarna gaan we een Hongkonese 'mercado' in, de Food Stop. Die hadden Koen en Yuan al eens eerder ontdekt en aangezien wij dol op markten zijn, vinden ze dat we er echt even in moeten.
Binnen gekomen worden we overvallen door de gezellige drukte en door al dat heerlijke, verse eten en de luchtjes. De vruchten zijn mooi uitgestald en opgestapeld net als alle groente, vlees, thee, hot pot hapjes, kruiden, specerijen. Er zijn eettentjes waar je noedels kunt slurpen.
We eindigen bij de vishal annex kippenslachterij. Achter ons zitten fraaie dikke, kippenmeiden in hokken te wachten tot ze uitverkoren worden. Om te worden geslacht welteverstaan, in het hokje ernaast. Hun voorgangsters hangen er al te bungelen aan haken.
Voor ons staan talloze bakken water vol levende vissen, garnalen en krabben. Ook zij wachten op hun dood. Sommige visjes worden alvast op een plateau gelegd, waar ze amechtig naar lucht happen en spastische salto's maken.  Het is eigenijk pure horror, maar we blijven alle vier gefascineerd kijken. Heel bijzonder.
Pas als ik zeg dat het nu wel eens tijd wordt om te gaan, vertrekken we.

Lopend tussen enorm hoge torenflats door, belanden we weer bij de metro vlakbij de tempel. We rijden terug naar ons district. Koen en Yuan stappen uit in Jordan, wij een halte verder en via de ondergrondse stad, belanden we bij de juiste uitgang en staan ineens weer voor ons hotel.

We duiken meteen onder de douche en trekken schone kleren aan. De sportieve dag was fantastisch, maar er hangt wel een luchtje aan onze shirtjes. En mijn knieën doen best een beetje zeer, evenals de spieren in mijn billen. Mijn God nogantoe.

De man en ik eten in de buurt nog een hapje, we hebben stevige trek. Hij neemt een noedelsoepje en gooit er weer eens zoveel sambal in, dat hij er bijna in blijft, zo spicey. Met een vuurrood hoofd en uitpuilende ogen, geniet hij van zijn eten. Ik heb lol om zijn capriolen, eet een simpel stukje kip met witte rijst en drink van mijn ijskoude melkthee (sterke Pu-er met melk en ijsklontjes).

Daarna maken we nog even een verfrissende wandeling door de buurt, waarbij we natuurlijk ook wat plaatjes schieten van al die neonverlichte straten en al dat grote stads-leven op straat.
En echt, daarna is het over en uit.
We zijn moe.
We donderen op bed en slapen, ik bedoel, de man gaat slapen. Ik niet, ik schrijf nog even snel dit stukje.

Het was weer een mooie dag in Hongkong.

HONGKONG 1

Na een lange vlucht, elf uur in je stoel zitten valt niet mee, landen we in Hongkong. Niet meer zoals vroeger, toen scheen je eerst een half uur tussen de hoge gebouwen  te laveren, maar netjes efficiënt op het nieuwe vliegveld, een flink eind buiten de stad. De piloot maakt een keurige landing.

Zodra we het vliegtuig verlaten, verdwijnt mijn nekpijn (door al dat zitten) als sneeuw voor de zon. Opgetogen wandelen we door de hallen, op zoek naar de bagageband. Tot onze grote verrassing belanden we in een metro-hal. 'Huh', denken we, 'gaan we nu de verkeerde kant op of...' Een vriendelijke medewerker in een pastelblauw jasje legt ons uit, dat we met de metro naar de bagageband rijden. En zo geschiede.

De koffers zijn er snel en we nemen een taxi. We kunnen kiezen uit vier soorten taxi's, moeten weer even navragen hoe het hier werkt. We blijken met de rode te moeten, de stads-taxi. De prijs ligt van tevoren vast. Dat scheelt een hoop gedoe bij het afrekenen.
Onderweg kijken we onze ogen uit. We vergeten het slaaptekort, want zien Hongkong ontwaken en dat is mooi om te zien. Het is half acht 's ochtends. De zon breekt door de wolken. De lucht doet ons Hollands aan, witte wolken vangen de weerkaatsing van het licht op het zeewater.

Hoge gebouwen langs de kade van de zee worden prachtig aan een kant belicht door de zon. Een enorme haven zien we. Hoge boogbruggen. We raken niet uigekeken.
Dan rijden we ons district binnen en al snel staan we aan de balie van ons hotel. Onze kamer op de zestiende verdieping is erg fijn. We installeren ons snel en gaan eten.
We hebben honger als een paard. Op de 23ste verdieping is de lounge, daar mogen we ontbijten. We kijken onze ogen uit: wat een uitzicht! Overzee kijken we, zien de pontjes oversteken naar Kowloon.
Onderwijl verorberen we een typisch jetlag ontbijt: warm eten en broodjes met jam door elkaar. Kop koffie erbij. Heerlijk. De man gooit nog eens een extra schep sambal over zijn rijst.

Onze zoon Koen en schoondochter Yuan vragen onderwijl via WeChat of we misschien toch al vandaag elkaar kunnen ontmoeten. 'Zou het lukken, zijn jullie niet te moe?' We spreken af dat we eerst gaan slapen en elkaar om zeven uur 's avonds ontmoeten.

Zowaar, het lukt ons, we vallen in een rare, diepe slaap. Daarna gaan we even met zijn tweetjes de buurt verkennen. Het is er fantastisch. Allemaal mooie winkeltjes. Lekker druk op straat. Er blijken ook veel taylors uit India te bivakkeren. In no time worden we met onze slaperige koppies meegelokt naar het atelier van ene mijnheer Vapra, die wel heel erg handig op ons in begint te praten. Het zweet breekt mijn man uit. We willen hier weg en we rukken ons los van zijn verkooppraatjes. Met het meetlint in de handen kijkt Vapra ons teleurgesteld na.

Snel lopen we naar de waterkant. Daar is het goed toeven. Winkels als Gucci en het K11 museum trekken een bepaald publiek. We passeren Bruce Lee in brons en een of ander groot varken in het goud. Bijzonder allemaal. Onderwijl schallen de Christmas-songs over de boulevard. Mariah Carey incluis.
We schieten de eerste fotootjes; het licht is hier zo mooi, we raken bevangen. Het begint te schemeren en er varen allerlei werkboten langs, klaar met hun klussen. Ook die bijzondere Aziatische zeilboten, met opbollende rode zeiltjes, varen schommelend over de golven. Very cute.

Tegen zeven uur zijn we weer terug in het hotel en na wat wachten op de kinders, ontmoeten we ze eindelijk, onze schatten. Koen hebben we een half jaar niet gezien, Yuan bijna een jaar niet. Dikke knuffels en hugs. Yuan heeft een zak heerlijke candy's mee uit Noord Oost China, waar zij vorige week 'even' naar toe moest om haar visum te halen.

We gaan eten in het - hoe grappig - Chinese restaurant in het hotel. Maar dit is anders Chinees. Het eten is werkelijk waar verrukkelijk. Onderwijl kletsen we van maanden en maanden bij. Pas tegen tienen verlaten ze ons weer, terug naar hun woonwijk Jordan. Wij gaan slapen, alweer. Het tijdverschil laat zich echt enorm voelen. We zijn zo slaperig, dat we binnen 1 minuut vertrokken zijn.

Het leven is goed in Hongkong.

maandag 25 november 2019

MANNENTAAL

Als mensen in de bubbel zitten, denken ze dat niemand ze hoort praten. Maar het tegendeel is waar. Doordat ze tegen het lawaai van de bubbels in praten, zetten ze zonder erg hun volumeknop voluit. Je kunt ze  daardoor twintig meter verderop nog woord voor woord volgen.
Ook deze twee sauna-bezoekers denken dat ze onhoorbaar zijn. De jongen, slank, strak, gespierd, met een sikje en heel kort geschoren haar, praat tegen een meisje. Zijn meisje, denk ik. Ze is voluptueus, heeft lang donker haar en rozerode wangen. Ze zitten samen te bubbelen en hebben het over wenkbrauwen.
'Tegenwoordig zijn heel dikke, grote, brede wenkbrauwen in. Iedereen neemt grote, donkere wenkbrauwen.' 'Dat vind ik lelijk', zegt de jongen. 'Heel lelijk. Bij een vrouw moeten wenkbrauwen niet dik en breed zijn.' 'Ja', zegt het meisje, 'het is zelfs zo dat schoonheidsspecialistes er haren tussen plakken in plaats van haren weg te halen. Als het maar dik wordt, die wenkbrauwen.' Dat vind ik echt niet mooi', zegt de jongen. 'Bij vrouwen moet het zo zijn,' en hij tekent met zijn handen twee denkbeeldige wenkbrauwen boven zijn eigen ogen. Ik zie precies wat hij bedoelt. Keurige, geëpileerde wenkbrauwen.  'Ik wil dat het bij vrouwen zo is'. Ik verbaas me over zijn mannelijke en dominante manier van praten tegen het meisje.  Over zijn mannentaal. Zij echter humt alleen maar en kijkt dromerig voor zich uit.  'Want 1: zulke wenkbrauwen staan verzorgd en 2: het staat netjes.'  Zelfvoldaan kijkt hij naar het meisje. 'Huhuh', zegt ze en haalt een natte lok lang bruin haar uit haar gezicht en duwt 'm achter haar oor.
Daarna doen ze er het zwijgen toe.

vrijdag 15 november 2019

ZAANKANTERS

Ademloos keken we naar de film. Wat een beelden, wat een sfeer, wat een muziek, wat een spiritualiteit. Wat een prachtig tijdsbeeld ook. Heimwee naar de jaren zeventig kreeg ik. Wat waren wij mensen toen mooi! Wat waren we slank, hip, leuk gekleed en vrijgevochten! Mannen en vrouwen met afro-kapsels, zo cool! Nu zie je ze gelukkig weer vaker, die grote koppen wuivende krulletjes.
Het rommelige camera-werk - een lens die niet snel genoeg op scherp sprong als er werd gefocused -  maakte het alleen maar mooier. En dat de opnames even gestopt werden omdat iemand een glas water had omgestoten, waardoor de snoeren nat werden... fantastisch
Het gospelkoor, zittend, geleid door een gepassioneerde dirigent, zong met recht de sterren van de hemel. Twee vrouwelijke koorleden met stemmen zo helder als kerkklokken, deden af en toe backing-vocals en gaven Aretha's stem een hemelse touch mee.
De Stones en als ik me niet vergis David Crosby op de kerkbankjes. Aretha's vader, dominee, die prachtige woorden over zijn dochter sprak daar in de Baptistische Kerk.
Aretha zelf, zo geconcentreerd en nog zo jong.  Zweetdruppeltjes als pareltjes glinsterden op haar gezicht.
Mijn man moest soms huilen, zo geraakt was hij door de film. Ik  danste in gedachten uitgelaten mee. Echt opstaan en dansen had niet gekund; de bioscoopzaal was zo afgeladen vol, dat er extra stoelen bij gezet moesten worden.  Een uitzondering in dit filmhuis. Er zijn dagen dat je daar met zijn viertjes in een verder lege zaal zit. Hoe goed de films ook zijn, er komen altijd veel te weinig mensen. Wat iets zegt over de Zaankanters. Vind ik, hoor.
Na ruim anderhalf uur was de film over. Lichten aan, jassen weer dicht. Schuifelend achter elkaar aan naar buiten, de donkerte en de kou in. Buiten gekomen mengden we ons tussen andere vertrekkende bezoekers. We liepen langs een iets ouder stel, zestigers zo te zien. De vrouw had haar fiets al van het slot gehaald, de man was er nog mee bezig. Klik, daar schoot 'ie los. Met de fiets aan zijn hand liep hij naar zijn vrouw en sprak de legendarisch woorden:
'Tjezus, wat een zootje was het in die kerk. Wat een kolere-bende, man.  Maar de muziek was wel goed!' En ze fietsten weg richting de Oostzijde.
Ik gaf mijn man een hand. 'Hoorde je dat?' 'Ja Venus.  Zaankanters....

dinsdag 5 november 2019

BINDWEEFSELVERKLONTERING

Ik zelf had er aanvankelijk niet eens zo'n erg in. Pas toen ik al ergens in de vijftig was, begreep ik dat al die klachten en pijntjes in de voorgaande 10 a 12 jaar overgangs- en slijtageklachten waren.
Ik had gewoon doorgeleefd en er onderwijl amper aandacht besteed en dat lichaam maar aftakelen en signalen geven.... ik deed er niks mee, totdat artsen het gewoon onomwonden zeiden. Zo van, ja, de overgang he... Ouderdom komt met gebreken... En het waren er ook eigenlijk best veel, die gebreken, lees maar. Lees en huiverrrrr: 

Stijve heupgewrichten na het sporten; 
Gewichtstoename terwijl ik steeds minder at; 
Verhoogde bloeddruk, een tia en periodes waarin ik bij vermoeidheid kortdurende geheugenproblemen (tga) had; 
Steeds meer grote dikke wrattige moedervlekken met zo'n dikke haar erin; 
Dikke haren op mijn kin, een snor en donshaartjes op mijn wangen; 
Hangerige oogleden;
Geler wordende tanden en andere gebitsproblemen zoals een stevige zenuwontsteking of afbrokkelende kiezen; 
Hartkloppingen en zweterigheid, slecht slapen; 
Regelmatig enorme rugpijn door verslapte spierbanden; 
Doorgezakte voeten, vreselijke voet- en kuitkrampen (vooral 's nachts) en op zijn tijd een akelig pijnlijke hielslag; 
Plasproblemen want nimmer aflatende urineweginfecties; 
Beursitis in mijn heup; beursitis in mijn schouder (oooh fuck, wat deed dat zeer); 
Bindweefsel-vorming rond mijn knie-schijf;
Opgezette enkels doordat ik vocht vasthoud bij warm weer; 
Grijzige vlekken zien(gelukkig niets ernstigs);
Knalharde teennagels en bonken eelt onder mijn voeten;
Daarnaast natuurlijk die steeds droger wordende huid, vlekken op mijn handen, verzakkende borsten en buikwand, bindweefselverklontering op mijn bovenbenen en een halslijn die steeds meer overeenkomsten begint te vertonen met die van een kalkoen. 

Dat ik nog leven wil! 

Jazeker, beste lezertjes, dat wil ik! En graag zelfs! Ergens wordt het leven alleen maar leuker namelijk, want: rustiger en vrediger. Tja, want dan maar niet sporten maar lekker chillen en een beetje wandelen en kuieren. Dan maar geen slank lijfje meer, maar een voluptueus lichaam, ook best sexy. En dan maar goed voor mijn tandjes en kiesjes zorgen, lekker werkje wel, dat flossen. Ook dat dagelijks haartjes verwijderen van wangen en kaaklijn is een fijn klusje. Evenals het dagelijks onderhoud en beheer van die steeds looiiger huid. Lekker smeeeeeren.
Ik leg gewoon een laag kussens op mijn matras als de beursitis weer opspeelt, dan is het net of ik campeer in een tent - een soort vakantiegevoel - en die krampen puf ik gewoon weg en daarna dommel ik weer in. Ach, vijf uurtjes slapen per nacht, er valt mee te leven. Af en toe slaap ik gewoon een uur of wat bij of doe ik een lekker tukje op de bank. 
En er is echt heeeeel mooie ondermode te koop voor 50 plus ladies met een maatje meer. Ook leuk hoor, die hippe Ecco-schoenen met een hakje, daar kun je best een paar uurtjes op lopen ondanks je doorgezakte voeten.  Een korte broek of minirokje draag ik al jaren niet meer, dus die verklontering op mijn benen ziet geen mens en anders maar wel. Wie kijkt er nog naar mij? Niemand meer, ja toch?!  
En ik meen het, dat is wel zo rustig hoor, dat er niemand meer kijkt. Als vrouw van bijna 60 heb je echt geen bekijks meer en dat past zo helemaal bij deze levensfase van het bijna oma zijn  en richting pensioen enzo. 

dinsdag 29 oktober 2019

NODIG PLASSEN

'Heerlijk' dacht ik vanochtend. 'Het is fantastisch weer, helder, fris, de zon schijnt, de lucht is knalblauw en in zo'n bosrijke omgeving moet het nu wonderschoon zijn met al die herfsttinten. Weet je wat ik doe? Ik ga gewoon al heel vroeg heen, met de trein, lekker rielekst. En als ik er ben, wandel ik van het station naar het bedrijf. En onderweg maak ik de mooiste foto's en als ik moe word van het wandelen en moet plassen, dan duik ik een gezellig koffietentje in. Want dat zullen ze daar vast wel hebben, in zo'n plaats waar mensen voor hun lol wandelen en fietsen. Omdat het er zo mooi is.'
Hoe anders verliep het.
Bij het stationnetje aangekomen klik ik op google maps en typ het adres in. Daar moet ik naar toe, naar de Duin- en Kruidenstraat nummer 1. 'Kijk aan, het is niet al te ver weg. Wel gek, want ik had het idee dat het aan de Westkant zou liggen, maar blijkbaar ligt het aan de Oostkant van het station.'
Ik steek de weg over en wandel de kant op die google maps mij wijst.  Ook maf, want ergens moet ik rechtsaf, volgens google maps,  maar dat kan helemaal niet. En nog gekker, hoe verder ik wandel, des te langer wordt de afstand tot het eindpunt en hoe meer tijd het duurt voordat ik er ben, althans, dat geeft google maps aan. Toch loop ik maar door, onderwijl om me heen kijkend. Hopend op mooie plaatjes. Dat valt echter tegen: er zijn alleen maar rijtjeshuizen.
'Dit had ik niet verwacht, dat dit bedrijf in zo'n gewone woonwijk zou liggen, maar ja, je weet maar nooit, Venus. Wel lastig dat ik zo ontzettend nodig moet plassen. Als het hier al interessant geweest zou zijn om te fotograferen, dan had mijn hoofd er niet naar gestaan, zo ontzettend nodig moet ik plassen. Ik houd het niet meer, eigenlijk. Verdomme, wanneer ben ik er nou eens?! Er klopt geen jota van die google maps route. Ik loop echt alleen maar verder van mijn einddoel af. Wat doe ik niet goed?! Ach, kijk, daar komt iemand zijn deur uit. Snel doorlopen, dan kan ik de weg vragen. Ach, hij is alweer naar binnen. Verdomme. Oh, ik moet zo nodig plassen. Hell! Ik plas haast in mijn broek. En google maps, fuck you. Ik ga terug naar het station. Begin ik gewoon overnieuw. En daar is vast een wc. Ik heb nog een uur voor dat mijn sollicitatiegesprek is. Ik vraag daar wel aan iemand waar 't precies is. Dat gaat wel lukken.'
Ik wandel zo snel ik kan, terug naar het stationnetje, door een lommerrijke laan, passeer dichte struiken en overweeg mijn broek te laten zakken en heerlijk te gaan zitten plassen. 'Maar he, dit is een deftig dorp en er lopen deftige mensen met deftige hondjes hier. Straks zit ik net te plassen, komt er zo'n heertje aan. Ophouden, Venus, nog eventjes. Je bent er zo.'
Ik steek weer over naar het station en zie al direct: no toilet! Wel zie ik de sportschool in wording. In de voormalige wachthal wordt een moderne sportschool gemaakt. Een groep mannen is daar aan het werk, dat ik net al gezien. 'Kijk, ze zitten net aan de koffie.'
Ik tik tegen het raam, ze kijken op en ik loop naar binnen. 'Goedemorgen heren.' 'Goedemorgen mevrouw.' 'Ik heb twee vragen. Allereerst, waar is dat en dat bedrijf op de Duin- en Kruidenstraat? Ik moet daar over ruim een half uur zijn voor een sollicitatiegesprek. Ik dacht, ik loop er wel eventjes naar toe vanaf het station, maar ik ben de verkeerde kant op gelopen.' 'Ach', zegt een van de mannen, 'je moet ook niet naar de Duin- en Kruidenstraat. Je moet naar de Duin- en Kruidbergerweg. ' 'Wel verdikkeme', zeg ik, 'dat verklaart alles. Maar hoe moet ik dan wel lopen?' 'Ja, dat ligt ten Westen van het station. Als je straks het tunneltje onderdoor loopt, dan rechtsaf, dan ben je er over een kwartier wel.' 'Ooooh, okay, dan ga ik die kant op. Maar dan nu mijn andere vraag: kan ik hier even naar de wc, ik moet al een hele tijd zo enorm nodig plassen.' 'Natuurlijk', zegt een andere man, 'kom maar mee.' Hij troont me mee naar het fonkelnieuwe toilet dat nog niet eens op slot kan, zo nieuw. Kan me geen reet schelen, ik laat mijn broek zakken, ga zitten en plas me helemaal lek. Daarna kleed ik me weer netjes aan, gort mijn tas om mijn rug. 'Zo, ik ga.' 'Wacht maar eventjes', zegt de man van zojuist. 'Ik breng je er wel even heen. Ik geef je een lift!' 'Wauw! Te gek! Wat aardig! Top Dankjewel!'
In de auto op weg naar het bedrijf op de Duin- en Kruidbergerweg, voeren we een gezellig, beleefd gesprek. Over de sportschool in wording. Hij heeft er nog vijf. En deze knapt hij zelf op, samen met zijn collega's. 'Zo, hier is het, mevrouw. Veel succes met uw sollicitatie.' Ik geef 'm een hand, bedank hem nogmaals. 'Veel succes met je nieuwe sportschool. Onwijs aardig dat je me bracht. Echt!'
Dik op tijd meld ik me bij de receptie, krijg een kop koffie en ga zitten. Ik kijk af en toe naar buiten en zie het bos in prachtige, warme herfsttinten. Het leven is mooi.
En oh ja, de sollicitatie werd niks, maar dat mocht de pret niet drukken. Mijn dag kon niet meer stuk.

vrijdag 25 oktober 2019

HONGKONG HERE WE COME

'Nog twee maanden. Helaas. Wat lang nog. Moet ik nog zo lang wachten? Tot 20 december.' 'Gerekend vanaf nu is dat inderdaad twee maanden, Venus. Misschien iets korter, toch?' 'Okay, zeven weken, geen acht. Maar toch: wat lang nog.' 'Yeah, best lang nog.'
Buiten wordt het kouder en donkerder. Blaadjes verkleuren en sommige bomen zijn zelfs al kaal. Het zal nog wel een week of wat duren, voordat ze allemaal kaal zijn. Het is onmiskenbaar herfst geworden in ons kikkerlandje. Meestal vind ik dat in het begin wel fijn, die frisse buitenlucht. Al is het maar omdat ik dan mijn wufte winterjas, die met die bontrand, weer aan kan. En die kittige bordeaux-rode laarsjes. Kacheltje weer aan, open haardje knetterend 's avonds. Gezellig.
Maar eind december ben ik 't eigenlijk allemaal allang alweer beu en wil ik dat het lente en warm wordt.
En kijk, deze winter zoek ik die op, de warmte, want ik ga naar een sub-tropisch werelddeel in december. Naar mijn jongste zoon en zijn vrouw. Naar Hongkong. Daar wonen en werken ze. En daar zijn ze getrouwd in de zomer en daar zijn ze allebei 30 geworden dit najaar.
Kan ik ze eindelijk huggen, knuffelen, omhelzen en feliciteren met alles en alles. En tijdens zo'n hug snuif ik, als een echt moederdier, die heerlijke lucht van mijn zoon en mijn schoondochter op. Ik verheug me er nu al op! Op die lucht! En op Hongkong. Wat dacht je wat! Dat fantastische decor waarop alles gaat plaatsvinden. Hoog, hoog, hoog, hoog! Alles is daar hoog. Zoveel eettentjes en winkeltjes. En er is heel veel groen en zee en en er zijn mooie eilandjes. Visserbootjes. Ferry's. En ja, er is onrust want demonstraties, want bang voor de invloed van China, maar dat conglomeraat kijkt wel uit met Hongkong nog meer pijn te doen, want het is een economisch walhalla, waar een groot deel van Azie profijt van heeft.
'Neem vooral lege koffers mee, mam, want alles is hier zo goedkoop. Er zit nergens belasting op. No taxes.' Ook niet op je salaris, dus je houdt veel over als je daar werkt en verdient. Maar goed, een huis of appartement is onbetaalbaar. De hotels zijn ook best aan de prijs, mensenlief! Maar we zitten pal aan zee, dus als we 's ochtends een Aziatisch ontbijtje verorberen en onze Lu-Cha drinken, kijken we uit over de Zuid-Chinese Zee.
Hongkong, here we come (over bijna 2 maandjes dan, he?).

zaterdag 21 september 2019

PLASDAGBOEK

'Venus!' 'Ja', zeg ik en leg de Linda weer terug. De huisarts zit al achter haar bureau als ik binnen stap. Mijn tas leg ik op de rechterstoel, op de linker ga ik zitten. Ze tuurt op haar scherm, de dokter. 'Zo, er  zou een echo gemaakt worden, maar ik heb nog niks ontvangen?!' 'Klopt', zeg ik terwijl de dokter zich naar me toedraait, 'ik moet nog een afspraak maken, had het erg druk en moest ook nog naar de oogkliniek, weet je nog? Daar kon ik snel terecht, ik was daar zaterdag en gelukkig was alles goed.' Ze kijkt snel op haar scherm, scrollt, gaat er niet op in maar kijkt geërgerd.
'U had moeite met uitplassen, toch?' Ik hum. 'Nee', denk ik echter, 'dat zag ik op de verwijsbrief voor de uroloog staan, dokter, dat je dat erop had geschreven, maar daar heb ik juist geen last van. Dat heb ik je vorige keer, drie weken terug, toch verteld. Je luistert niet. En wat raar eigenlijk, dat je denkt dat ik nu al bij de uroloog ben geweest, zo snel al. Gelukkig heb ik wel mijn plaspatroon bijgehouden, dat stukje huiswerk heb ik wel gedaan.'
'Kijk', zeg ik en rits mijn tas open. 'Kijk, hier heb je mijn plasdagboek. Eigenlijk heb ik het steeds op mijn mobieltje bijgehouden, wat ik dronk en hoeveel en wanneer ik plaste. En daarna heb ik het op dit formulier, uhm, in dit plasdagboek gezet. Ik kon maar 1 dag kwijt en ik vond het lastig te meten, hoeveel ik per keer plas, bedoel ik, ik heb daar geen bekertje voor. ('En ik ga op mijn werk echt niet met een maatbekertje of iets dergelijks naar de wc', denk ik erachteraan. ) Maar ik zeg dat maar niet want ze kijkt echt boos nu. 'Tja, u koopt zo'n maatbekertje toch gewoon bij de Action!'
Ik schuif het plasdagboek naar haar toe, ze draait hem om. 'Ik snapte het niet goed', zeg ik. 'Er staan tijden voor overdag, maar dat is tot 15.00 uur. Niet alleen ontbreekt de na-middag, maar ook het avonddeel. Het gaat direct over naar de nacht. Ik heb het zo goed en kwaad als het ging toch maar ingevuld. En zelf bedacht hoeveel de plas per keer qua milliliter zou kunnen zijn. Geschat, dus.' 'Nee, dat kan zo niet, mevrouw.' De dokter schudt haar hoofd.  'U moet het heel precies invullen en die getallen zijn geen tijden, maar de keren dat u plast, overdag, 's avonds en daaronder de keren dat u 's nachts plast. En u houdt ook bij wat u drinkt, ook heel precies.' 'Ooooh', zeg ik. 'Sorry, ik had er dus echt niks van begrepen.'
'Het moet over. Maak maar een nieuwe afspraak.' 'Wtf', denk ik. 'Waar gaat dit eigenlijk over. Ik heb bijna wel zeker een urineweg-infectie. Rotpijn bij het plassen en ik word 's nachts wakker van de aandrang. Ik krijg de kans niet  er hier over te vertellen, want je luistert niet. En er staat foute informatie voor de uroloog op het aanvraagformulier, dingen die je zelf hebt bedacht en die ik juist niet heb gezegd. Ondertussen heb ik die rotklachten nog steeds en moet ik een stom plasdagboek bijhouden en ook nog eens naar het ziekenhuis voor een echo. Dat kost me een dagdeel, op zijn minst! Met mijn drukke werkweken. Ik heb goddomme wel wat beters te doen. ' Maar, dat denk ik. Dat zeg ik niet.  Ik sta op en pak mijn tas.
'Wacht,' zegt de dokter. 'Vorige keer voelde ik iets bij het inwendig onderzoek.  Dat was ontlasting, gelukkig. Maar ik ga u weer onderzoeken.' En ze trekt het gordijntje rond het onderzoeksbed al dicht. 'Maar', denk ik, 'waarom is dit nu weer?' 'Sorry, ik had hier niet op gerekend', zeg ik, 'anders had ik andere kleding aangedaan, dit is rottig uittrekken.' 'Hoeft niet, trek uw panty maar naar beneden en doe uw rok omhoog.' Volgzaam ga ik maar weer liggen en laat me onderzoeken. Voor en achter. Niks te vinden. 'Nee, mind you', denk ik, 'maar toch raar, want die ontlasting zal er nu heus ook weer zitten. Ik begrijp er echt niks meer van.'
Terwijl ik me onhandig aankleed, zit de dokter alweer te tikken. 'Oh ja, lever ook uw plasje maar in van de week.' 'Maar, denk ik, dat heb ik vorige keer, drie weken terug ook al gedaan en toen is er niks gevonden.' 'Oh, goed,' zeg ik echter. 'Ik zie u wel terug als de echo er is. Dag.' Ze geeft me een hand maar ik krijg geen nieuw plasdagboek mee. Ik vraag er ook niet om.
'Je bent ook geen goeie patiente, Venus', zegt mijn man als ik weer thuis ben en mijn relaas doe. Hij kan het weten, want hij werkt in de gezondheidszorg. 'Ze hebben er nu eenmaal te maken met allerlei protocollen. Dit was er zo een: het plasdagboek plus een echo.' Ik zucht en ga maar weer eens een schrijnend plasje doen.

maandag 16 september 2019

JOHAN!

'Spaart u ook voor de speciale actie?' 'Nee', knik ik terwijl ik mijn pinpas weer opberg. De cassiere duwt mijn boodschappen door, ze rollen door over de band naar links.
De band rechts ligt nog vol. Een vrouw - van naar ik schat midden zestig - pakt stuk voor stuk haar boodschapjes van de band en doet ze in haar tas. Maar die handeling heeft niet haar volledige attentie. Nee, ze richt haar aandacht op haar echtgenoot die is aangeland bij de vitrine van de inpandige visboer. Die heeft de verse haring, nog warme gerookte makreel, sprotjes, gebakken scholletjes, kibbeling en noem maar op, prachtig uitgestald. Hij staat met zijn handen op zijn rug lichtjes voorovergebogen te watertanden voor de vitrine. Zijn vrouw bijt op haar lip en schudt zuchtend haar hoofd. 'Johan', roept ze. Hij hoort haar niet. Met kracht gooit ze een pakje soep bovenop de andere spullen, tilt de tas van de band en doet een paar stappen richting visboer. 'Johan', snerpt ze nu en schudt weer haar hoofd. Schuldbewust kijkt hij op, haar Johan. 'Ik dacht... misschien lekker voor straks op brood, Truus.' Truus loopt alvast richting uitgang. Met kloeke pas, de volgeladen tas schuurt bij elke stap tegen haar been. Johan laat zijn handen zakken en loopt in haar kielzog naar de buitendeur.
Ik app mijn man: 'Zal ik een visje meenemen? Harinkie doen?

zaterdag 31 augustus 2019

I FEEL EXCELLENT

De receptionist leidt ons rond in de wachtkamer en vertelt over het hotel, het voormalige paleis van de gouverneur. Dat het vijf jaar geleden is opgekocht en opgeknapt. 'Eigenlijk is het nog maar net klaar. Het is met de grootste zorg hersteld en uitgebreid. Dit hier was de kapel, wat nog zichtbaar is aan de orgelpijpen.' Wij uiten onze bewondering. Daarna mogen we wachten op het terras met een glas koud bier met krakend verse nootjes, als tegemoetkoming, omdat onze kamer nog niet klaar is om te betrekken. 'Wat een service', vinden we terwijl we genietend om ons heen kijken. Onder ons, op het terras behorend bij het restaurant en de ontbijtzaal, bedienen een paar obers.  Het valt ons op dat een van hen, de opper-ober, tenminste vier talen spreekt. En vloeiend.
De volgende ochtend betreden we de ontbijtzaal en worden opgewacht door de opper-ober.  'Goodmorniiiing, how are you?' We antwoorden beleefd en vragen of het met hem ook goed gaat, wat hij bevestigt. Dan leidt hij ons door de ruimte, legt uit hoe het werkt en zegt dat we plaats kunnen nemen. 'Hoe wilt u uw koffie?' We bestellen zwart met melk. Als hij die heeft ingeschonken, met de grootste zorg, knikt hij en zegt: 'Enjoy your breakfast.' 'Thank you.' We genieten daarna verder van het heerlijke ontbijt. Ik verorber een verse vijg en eet van mijn yoghurt. 'Dat zie je in andere hotels waar we komen niet, die persoonlijke bediening aan tafel. Wat bijzonder, dit.' Ik neem een hapje van mijn vers gebakken cake en een slok van mijn pittige koffie. 'Zou het publiek in dit soort hotels dat nou allemaal gewoon vinden?' We kijken om ons heen naar de zichtbaar welgestelde gasten. Ze wekken allemaal de indruk dat ze hier volkomen op hun gemak zitten en dat ze het heel normaal vinden bediend te worden door personeel dat met het grootste gemak switcht van Portugees naar Spaans, Engels... you name it.
De volgende ochtend pak ik mijn bord in de eetzaal en zoek er beleg bij. Een engels gezin komt binnen, vader moeder en twee kinderen, een meisje en een jongen. 'Goodmooooorning',  zegt de opper-ober terwijl hij glimlachend op ze afloopt. 'How are you?' 'Goodmorning', hoor ik het meisje in keurig Engels zeggen, 'excellent. I feel ex-cel-lent today.' 'Wauw', denk ik, 'dit klinkt zoooo wijs. Maar ook een beetje plagerig. Alsof ze door haar lichte overdrijving laat merken dat wat meer afstand in het contact gepast zou zijn. Zou ik als klein meisje op zo'n manier met het personeel van een hotel zijn omgegaan? Okay, ik kwam nooit in hotels, vroeger, als kind. Wij kampeerden of vierden vakantie in huisjes. Maar stel... Zo het spel spelend, zo keurig verpakt je bedienende medemens op zijn plaats zetten.'
Want een spel is het. De ober die, ondanks dat hij vier of vijf talen spreekt en met zijn keurige voorkomende manier van de doen de regie over de eetzaal voert, toch in feite de bediende is van deze rijke, mondiaal ingestelde mensen, waaronder ook dit wereldwijze, welopgevoede sophisticated kind dat zegt dat ze zich vandaag ex-cel-lent voelt, maar met zo'n ondertoon dat de ober direct begrijpt hoe de verhouding naar haar idee moet zijn. En hij voegt zich.
Ik loop terug naar mijn tafel en drink mijn koffie. Als mijn man ook aan tafel schuift, hebben we het er samen stilletjes over. Blijkbaar moeten we deze entourage, deze setting, deze verhouding tussen gasten en het personeel, echt even een plekje geven. Al was het maar omdat we er zelf onderdeel van uitmaken.

vrijdag 16 augustus 2019

LINKEROOG

'Er is iets met mijn oog. Ik weet niet wat, maar er is iets mee aan de hand. Al een hele tijd, een half jaar ofzo. Er zitten oog-kwalen in de familie van mijn vaders kant: verhoogde oogboldruk, staar, glaucoom en zelfs een gezwelletje. Mijn vader had dat laatste en doet het al bijna 30 jaar met 1 oog minder.'
Ze knikt en tikt haar doktersrelaas uit. 'Laat in elk geval bij de opticien je oogboldruk controleren en als die te hoog is, neem dan meteen contact met mij op. Dan versnel ik de afspraak met de oogarts. ' Dat spreken we af en ik neem afscheid. 'Wacht even', zegt ze vlak voordat ik ga. 'Als je met je rechteroog naar beneden kijkt, zie je daarmee dan ook een vlek onderin?' Ik probeer het uit. 'Nee, niks aan de hand.' Ze tikt nog een en ander uit en sluit mijn digitale dossier.  We nemen nogmaals afscheid.
In de trein op weg naar mijn werk spiek ik in mijn phone, de camera op selfie-stand. De oogdruppels die de huisarts zojuist gebruikte, hebben hun sporen achter gelaten: de huid rond mijn linkeroog is sinaasappel-kleurig. Met een papieren zakdoekje met wat spuug erop, poets ik over mijn huid, heel voorzichtig. Het gaat weg, maar niet helemaal. Ik besluit mijn ogen op te maken, in de trein, 't moet maar even. Ik doe mascara op en maak Smokey Eye lijntjes. Knipper met mijn ogen: zo, dat ziet er een stuk beter uit. De Smokey Eyes leiden mooi af van het oranje-geel op mijn ooglid.
De dag gaat verder zijn gewone gangetje. Ik werk vlijtig op mijn nieuwe werkplek. Heb het er maar weer druk mee, met dat inwerken. Uitzoeken hoe alles zit en wat de aandachtspunten in mijn afdelingen zijn.
's Avonds, thuis, ben ik er moe van, van deze dag en ik ga vroeg naar bed, althans, voor mijn doen. Half elf lig ik er al in en ik slaap zo.
Vanochtend kon ik uitslapen, voorzover dat gaat met een man die om half acht afscheid van je neemt met een dikke kus. 'Doeg, liefie, tot vanavond.' Ik ben te wakker om verder te slapen, maar blijf nog wel even lekker liggen. Kijk gewoontegetrouw op mijn phone naar mijn mail, WeChat, NU.nl en Instagram. Leg een Feudje en merk dat mijn zicht slecht is. Wrijf in mijn ogen en voel dat er met mijn linkeroog iets is. 'Gadverdamme, wat is dit nu toch weer? Ontstoken? '
Ja, naar blijkt als ik in de spiegel kijk. Mijn linkeroog is dik en opgezet. Het ooglid is roze-rood. Ik knijp mijn rechteroog dicht en schrik, ik zie geen snars met mijn linkeroog.
Naar de dokter maar weer.
Wordt vervolgd.

zondag 4 augustus 2019

KIESJE

Dat geeft te denken, ik bedoel, waar komt 't vandaan? En wat heeft 't te betekenen? Heeft het überhaupt iets te betekenen? Is het voorbestemd? Toeval? En als 't toeval is, hoe komt 'ie dan hier? Ja hier! In mijn wasmachine?
Voorzichtig haalde ik zojuist de fijne, bonte was uit de trommel. Voornamelijk topjes en ondergoed, kleding die ik vorige week droeg tijdens het weekend weg. We sliepen in een hotel in Vlaanderen, we waren daar om onze oudste zoon te bezoeken die in Zeeland woont.
Tevergeefs. Hij kwam niet.
Warm was het, heel warm. Tropisch heet. Meer dan 40 graden. De kleding was niet zozeer vuil, maar had wel een verfrissend wasbeurtje nodig. Ik voegde extra wasverzachter toe. De geur van Zwitsal. De geur van babietjes.
Zojuist liet de wasmachine luid piepend weten dat de 'ie klaar was. 'Piep! Piep! Klaar Venus! De was kan worden opgehangen.'
Ik buk me wat dieper om dat nieuwe, donkerblauwe topje eruit te halen. Voorzichtig trek ik aan de spaghetti-bandjes. Hopla, gelukt. Ik voeg 'm bij de andere spullen, sta op met het stapeltje natte was in mijn armen en loop naar het wasrek.
Ineens hoor ik iets vallen. Een geluid als van een speldje, maar dan net iets harder. Ik knijp mijn ogen toe en speur naar de vloer. Er ligt best veel aan stofjes, rommeltjes en stukjes papier.  Ineens zie ik het! Iets dat lijkt op een wit steentje. Ik hurk, pak het tussen duim en wijsvinger en houd het omhoog. Parbleu! Het is een kies. Een volledige kies, met wortel en al. Een kleintje, van een kind zo te zien. Drommels, hoe komt dat nou toch tussen mijn wasgoed terecht?
Is het soms de kies van mijn oudste zoon? Die - toen hij elf was - twee kiezen moest laten trekken omdat hij een beugel kreeg? We bewaarden ze in een plastic doosje.
'Maar stel dat het een kies van hem is: hoe komt die in mijn wasmachine terecht?'
Ik besluit dat het zijn kies is en druk hem tegen mijn hart. Zie het als een teken. Een signaal. Hij laat weten dat hij aan ons denkt. Hij kan toveren tenslotte! Op afstand dingen doen bewegen. Toen hij jarenlang alleen reisde, had ik ook contact met hem via dromen en visioenen. Hoorde zijn stem, zag voor me wat er met hem gebeurde. Voelde zijn angst. Rook zijn luchtje terwijl hij aan de andere kant van de aardbol was.
Met de kies tegen mijn hart gedrukt, loop ik de trap af. Beneden gekomen laat ik de kies aan mijn man zien. Vol verbazing kijkt hij naar het glimmend schoongewassen kinder-kiesje. 'Ah ja', zegt hij, 'wat gek. Hoe komt dat nou tussen jouw was? Zou hij van hem zijn?'
Ik leg de kies op het pronk-tafeltje, naast de vaas vol grote roze rode rozen.
Wat later bedenk ik me, dat in de hotelkamer, vorig weekend, misschien een kind logeerde. Dat die aan het wisselen was en zijn kies in de kledingkast legde. Om mee naar huis te nemen, maar hij vergat 'm mee te nemen. Ik kwam na hem in die kamer en legde mijn kleding en ondergoed bovenop de kies. En zo kwam 'ie met mijn spullen mee, toen ik zondag alles weer in de koffer deed. Zo kwam 'ie bij mij thuis en belandde in de was. Maar net zo snel bedenk ik me, dat het niet klopt, want: 'dit was een getrokken kies, met wortel en al. Zo ziet dat er niet uit als je aan het wisselen bent, toch? Nee, het moet de kies van mijn zoon zijn. En het is een teken, een signaal. Maar welke? Ik weet het niet.'
Ik weet het niet.
Ik mis je, zoon.

dinsdag 30 juli 2019

OUDE VROUWENSCHEET

Ze is mooi. Vijftig plus plus maar erg good looking. Slank, met nog een taille, half lang blond haar en lekkere bruine beentjes. Ze is niet groot, zoiets als ik, tegen de 1.70. Rustig loopt ze voor me uit, in mijn tempo, dus ik blijf steeds even ver achter haar lopen.
Het jurkje dat ze draagt vind ik mooi. Strak tot en met de taille en daaronder klokt het rokje zo fraai. Bij elke stap beweegt de stof, dijt iets uit en valt daarna weer terug tegen haar bovenbenen. Ze is zich bewust van dat jurkje. Van hoe mooi 'ie beweegt. Dat zie je aan hoe ze loopt. Ze schrijdt haast. Loopt ingehouden, als een ballerina of mannequin.
Aan haar voeten bordeauxrode sandalettes met een bescheiden sleehakje. Teennageltjes keurig gelakt, frisrood, kleurend bij de grote bloemen in de stof van haar jurk.
Het plaatje klopt helemaal.
Ik merk dat ik stiekem 'n beetje vergelijk met mezelf. Ze is van dezelfde leeftijd, slanker en ze heeft een afstandelijker uitstraling. Ik schat in dat ze een leidinggevende functie heeft. Dat komt door dat afstandelijke. Professionele distantie noem ik dat altijd. Vriendelijk doch gereserveerd, zoiets.
Volgens mij gaat ze naar hetzelfde kantoor als ik. De brug over en dan over de treden naar beneden. Langs het haventje. Ja hoor, als ze over de brug loopt zie ik dat ze al naar rechts wijkt, naar de trappen. Ik voeg me in haar kielzog, kom dichterbij haar.
Ineens laat ze een scheet. Even weet ik niet wat ik hoor. Was zij dat? Liet zij die oude-vrouwenscheet? Zo'n scheet waaraan je hoort dat iemand zijn anus spieren niet meer goed under control heeft?
Nauwlettend kijk ik naar haar gedrag, valt daar uit op te maken of het klopte wat ik zojuist hoorde? Schaamt ze zich? Automatisch houd ik daarbij mijn adem in, ik vertraag mijn pas en ga naar links. Weg uit de (mogelijke) stankbaan van haar scheet. De vrouw onderwijl geeft geen krimp. Even statig als daarvoor schrijdt ze verder. De trap af, langs het haventje. Net als ik loopt ze langs het grasveldje aan de Amstel, steekt schuinsweg over naar het kantoor waar we blijkbaar allebei werken. Ze betreedt de trap en gaat door de draaideur.
Binnen gekomen loopt ze door naar de grote open hal richting toren B. Ik sla links af, naar toren A, passeer het draai-hekje en druk op het knopje van de lift.