woensdag 25 januari 2017

DWERGJE

Hoe het voelt om klein te zijn? Ik bedoel, zo klein als ik, 1.67 m. Smurfientje tussen al die mensen van zo'n twee meter zoveel? Nou, zo voelt dat:
'Oh ja, nog even een pak kokosmelk. Eens kijken, waar stond dat ook alweer.... oh ja, hier.' Mijn blik gaat langs alle planken omhoog, hoger, hoogst. 'Ai, de kokosmelk staat achter op de bovenste plank en daar kan ik niet bij. Wat nu? Komaan, ik probeer het gewoon maar even.'  Als een ballerina balanceer ik op een been, mijn rechterbeen. De linker schalks gebogen met bungelende voet. Zo houd ik mezelf in evenwicht, wiebelig, dat wel want onderwijl grabbel ik tevergeefs naar de pakken kokosmelk helemaal achterop het schap. Zweet op mijn rug, een rooie kop. Trillend want verzuurd standbeen. 'Snotvergeme nogantoe!' Ik geef het op. Geen langbenig personeel in de buurt dat mij kan helpen. Op naar de man die wat verderop staat en die vind het niet zo nodig, die kokosmelk. 'Andere keer maar weer, he Venus. Er is ook nog amandelmelk in huis. Genoeg te drinken.' Deze kabouter voegt zich dan maar.
Thuisgekomen berg ik de boodschapjes netjes op. Niet te hoog natuurlijk, maar op die planken in de kast waar ik bij kan. Het wordt inmiddels gezellig schemerig. 'Tijd voor kaarsjes', denk ik. 'Lekker een kop thee, straks. Waar zijn de lucifers. Even zoeken.' En zoeken... en zoeken. Nergens te vinden. 'Man, waar liggen de lucifers?!' 'Ja, Lisa Kabouter, gewoon hier natuurlijk,' en hij pakt met het grootste gemak van de wereld het pakje lucifers van de rand van de afzuigkap. 'Die hoogte, man, alles wat daar staat, beste kerel, kan ik niet eens zien, laat staan dat ik weet wat er ligt. En dat ik erbij kan.' Een minachtend lachje valt mij ten deel.
Kaarsjes aan gestoken, thee opgedronken. Tijd om een lekker appeltaartje te bakken. Ik zoek in de pannenkast, want daar staat de springvorm altijd. Rommelderommel, pannen vallen er uit en zet ik er weer in. Die ... pannenkast ook. Anyway: geen springvorm te bekennen op het ronddraaiend plateau. 'Man, waar is de springvorm gebleven?' 'Tjeetje Venus, blijf je aan de gang?! Hier natuurlijk.' Met een elegant gebaar opent hij het kastdeurtje ver boven de ijskast, echt op twee meter hoogte en haalt daar de springvorm uit. 'Lieve schat! Hoe vaak moet ik nog zeggen dat je dagelijkse spullen niet op die hoogte moet opruimen. Daar kan deze mini echt niet bij! Hoe had ik die springvorm ooit moeten vinden zonder jouw hulp?' 'En een dankjewel kan er weer eens niet van af, dwergje!' Mopperend ga ik verder met het voorbereiden voor de appeltaart. Eigenlijk verdient 'ie het niet, die lange!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen